Vijf toekomstbeelden voor een klimaatbestendig Nederland in 2120

- ir.ing. T (Tim) van Hattum
- Programmaleider Klimaat
Marco van de Burgwal
Nederland kan zich slimmer voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering als het de natuur laat meewerken, naast technische maatregelen. Dat staat in het rapport ‘Natuurlijk kan het slimmer’, dat het kennis- en innovatieprogramma NL2120 vandaag presenteert. Het rapport is een verkenning en eerste doorrekening van toekomstbeelden voor Nederland in 2120. Het beschrijft voor de kust, de rivieren, het veen, de zandgronden en de stad welke natuurlijke oplossingen daar kansrijk zijn en wat ze opleveren, vaak in concrete cijfers. De onderzoekers presenteren nadrukkelijk geen blauwdruk, maar een startpunt en een uitnodiging aan overheden, boeren, ondernemers, natuurorganisaties en bewoners om samen aan de slag te gaan met natuurlijke oplossingen.
Natuurlijke oplossingen, internationaal vaak Nature-based Solutions genoemd, maken slim gebruik van de werking van water, bodem en ecosystemen. Denk aan groen in de stad die voor verkoeling zorgt, of aan een natuurlijk meergeulensysteem in de rivier dat bodemerosie helpt voorkomen, de afvoerverdeling verbetert en extremen in waterstanden dempt, met positieve effecten voor scheepvaart en de waterveiligheid. Zulke maatregelen dienen vaak meerdere doelen tegelijk. Als een rivier meer ruimte krijgt, daalt de waterstand bij hoogwater en ontstaat tegelijk ruimte voor riviernatuur en recreatie. Daardoor zijn natuurlijke oplossingen volgens het rapport in veel gevallen ook kosteneffectiever dan maatregelen die op één doel gericht zijn. Ook wordt de schaarse ruimte efficiënter gebruikt. De investeringen die nodig zijn voor deze natuurlijke oplossingen, betalen zich volgens het rapport uit doordat ze Nederland veerkrachtiger maken tegen droogte, hitte, overstromingen en wateroverlast en zorgen voor de essentiële randvoorwaarden voor duurzame economische groei, natuurherstel, betere waterkwaliteit en de gezondheid van miljoenen Nederlanders.
“Al onze grote opgaven, van woningbouw en landbouw tot natuurherstel en waterveiligheid, leggen beslag op dezelfde schaarse ruimte,” zegt Alex Hekman, directeur NL2120 en business director water bij Sweco. “Als we ze elk apart oplossen, leidt een oplossing voor het ene vraagstuk vaak elders tot nieuwe problemen. Natuurlijke oplossingen kunnen vaak meerdere opgaven tegelijk aanpakken. Zo voorkomen we dat Nederland van de ene opgave naar de volgende blijft werken, en benutten we schaarse ruimte en middelen veel beter.”
Nederland staat voor de grootste verbouwing sinds de Tweede Wereldoorlog, met miljardeninvesteringen in woningbouw, energie, landbouw en natuurherstel. Als laaggelegen delta is het land kwetsbaar voor zeespiegelstijging en weersextremen. Dat vraagt om aanpassingen van iedereen en zal ons dwingen tot lastige besluiten. We kunnen echter hoe dan ook niet op dezelfde voet doorgaan: Nederland klimaatbestendig inrichten is een randvoorwaarde voor toekomstig verdienvermogen en welzijn. De Tweede Herijking van het Deltaprogramma (2026) benadrukt dat daarom naast technische maatregelen meer aandacht nodig is voor ruimtelijke inrichting en landgebruik, met een gezond water- en bodemsysteem als uitgangspunt.
Vijf kansrijke strategieën
Er liggen volgens het rapport veel kansen om Nederland klimaatbestendig in te richten met natuurlijke oplossingen, waar nodig gecombineerd met technische maatregelen. Vijf kansrijke strategieën worden uitgewerkt:
Vijf strategieën
Meegroeien van kustlandschappen
Langs de kust ontstaat een brede, natuurlijke overgangszone van duinen, kwelders, schorren en ondiepe wateren. Zand en slib kunnen hier neerslaan, waardoor het landschap letterlijk kan meegroeien met de stijgende zeespiegel. Zo ontstaat een natuurlijk ‘stootkussen’ dat golven afremt en de kust beschermt. Tegelijkertijd ontstaat nieuwe waardevolle deltanatuur.
Meegroeien van kustlandschappen
Langs de kust ontstaat een brede, natuurlijke overgangszone van duinen, kwelders, schorren en ondiepe wateren. Zand en slib kunnen hier neerslaan, waardoor het landschap letterlijk kan meegroeien met de stijgende zeespiegel. Zo ontstaat een natuurlijk ‘stootkussen’ dat golven afremt en de kust beschermt. Tegelijkertijd ontstaat nieuwe waardevolle deltanatuur.
Meer ruimte geven aan rivieren
Rivieren kunnen weer vrijer stromen, met bredere, gevarieerde uiterwaarden en natuurlijke oevers. Zo ontstaat meer plek om hoogwater op te vangen, wordt verdere uitschuring van rivierbodems voorkomen en blijven rivieren ook in droge perioden langer bevaarbaar. Tegelijkertijd wordt de bijzondere riviernatuur versterkt.
Vernatten van veenweidegebieden
Het waterpeil wordt omhoog gebracht, waardoor het veen weer natter wordt, minder snel oxideert en waar mogelijk zelfs weer aangroeit. Zo wordt CO2 vastgelegd en verdere bodemdaling, funderingsschade en broeikasgasuitstoot voorkomen. Tegelijkertijd ontstaan kansen voor nieuwe vormen van landbouw, van natte teelten tot melkveehouderij die passen bij een natter landschap. Zo maken we van een kwetsbaar veenweidegebied een landschap met een nieuw economisch perspectief.
Vergroten van de sponswerking in zandgebieden
Er komt ruimte voor beekdalen om water weer op een natuurlijke wijze op te vangen, vast te houden en langzaam weer af te geven, op het niveau van het hele stroomgebied. Zo wordt het landschap beter bestand tegen zowel droogte als wateroverlast en komt er meer balans tussen het natuurlijke watersysteem én ruimte voor wonen, recreatie, drinkwater en voedselproductie. Daarmee blijven deze functies ook op de lange termijn mogelijk.
Vergroenen van steden
Natuur wordt teruggebracht in de stad, van groene daken en bomenrijen tot parken en groen-blauwe plekken. Zo vangt de stad meer regenwater op en biedt ze verkoeling tijdens hete en droge perioden. Er ontstaat ook een gezondere en prettigere leefomgeving voor miljoenen Nederlanders.
Daarnaast brengen investeringen in natuurlijke oplossingen volgens het rapport de volgende ambities dichterbij: Nederland is in 2050 klimaatbestendig ingericht en voorbereid op zeespiegelstijging, weersextremen als piekbuien en hitte, langdurige perioden van droogte en natuurbranden. De doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Basiskwaliteit Natuur en de Natuurherstelverordening komen weer binnen handbereik. De waterkwaliteit verbetert fors, met een waarde van zo’n 7,5 miljard euro. En de kwaliteit van de leefomgeving verbetert, zowel in landelijke als in stedelijke gebieden, wat leidt tot een gezondheidswinst van zo’n 1,5 miljoen levensjaren.
“De natuur is onze belangrijkste bondgenoot voor een veilige delta en zou onderdeel moeten uitmaken van elk goed technisch ontwerp,” zegt Bregje van Wesenbeeck, hoogleraar Natuurlijke oplossingen voor waterveiligheid en klimaatadaptatie aan de TU Delft, wetenschappelijk directeur bij Deltares en één van de initiatiefnemers van NL2120. “We moeten natuurlijke systemen weer goed leren begrijpen, voordat we ingrijpen. Zo wordt natuur een vertrekpunt voor een ontwerp en een vast onderdeel van hoe we ons land klimaatbestendig inrichten. De toekomstbeelden van NL2120 laten zien dat waterveiligheid en natuurherstel op die manier hand in hand kunnen gaan.”
NL2120 | Natuurlijk kan het slimmer
Rijksdoelen slim combineren
Om de kansen van natuurlijke oplossingen te benutten en op te schalen, is samenwerking met lopende beleids- en uitvoeringsprogramma’s cruciaal. Natuurlijke oplossingen zouden daarin de komende jaren een vanzelfsprekend onderdeel moeten worden. Door opgaven voor natuur, water en infrastructuur te koppelen, kunnen kosten worden bespaard. Nederland investeert jaarlijks zo'n 10 miljard euro in waterbeheer en klimaatadaptatie, en dat bedrag gaat de komende jaren verdubbelen. De onderzoekers raden aan om elke investering in water en klimaatadaptatie ook te laten bijdragen aan biodiversiteit en natuurherstel, en in programma's, projecten en aanbestedingen standaard een alternatief met natuurlijke oplossingen mee te nemen.
Natuurlijke oplossingen worden in Nederland al op verschillende plekken toegepast, bijvoorbeeld bij Ruimte voor de Rivier, in het Hunzedal in Drenthe en Groningen, bij het getijdenpark Eiland van Brienenoord in Rotterdam, en bij de vooroever van de IJsselmeerdijk in Flevoland.
“Vanuit de behoefte aan een realistisch en hoopvol perspectief voor de toekomstige inrichting van Nederland, publiceerden we in 2020 een nieuwe kaart van Nederland,” vertelt Tim van Hattum, klimaatwetenschapper Wageningen University & Research en grondlegger NL2120. “Die liet zien hoe Nederland eruit kan zien als we met de natuur meebewegen. Met NL2120 hebben we deze visie nu beter onderbouwd en omgezet in gekwantificeerde toekomstbeelden. Dit rapport laat zien wat het belang is van natuurlijke oplossingen, waar kansen liggen om Nederland toekomstbestendig in te richten met de natuur als bondgenoot en hoe we dit kunnen realiseren.”
Over het onderzoek
Het rapport ‘Natuurlijk kan het slimmer’ bevat toekomstbeelden voor 2120 voor vijf landschappen: kust, rivieren, veen, zandgronden en stad. Per landschap is de natuurlijke aanpak vergeleken met voortzetting van het huidige beleid. Het rapport rekent met het warme klimaatscenario van het KNMI uit 2023. De berekeningen voor de kust gaan uit van 1 meter zeespiegelstijging in 2100. Het rapport is opgesteld door een team van topexperts van onder andere Wageningen University & Research, Deltares, Sweco, HKV, Arcadis, One Architecture, WWF-NL, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, IUCN NL en Vogelbescherming Nederland. Per landschap is een achtergrondrapport beschikbaar via Oplossingen | NL2120.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


