Visserij boekt bescheiden winst voor tweede jaar op rij

- MS (Marc) Robert, MSc
- Onderzoeker visserij & aquacultuur
De Nederlandse zeevisserij heeft in 2025 een nettowinst van circa 17 miljoen euro behaald. Daarmee was 2025 het tweede jaar op rij met een positief resultaat. Wel blijven het onzekere tijden, volgens onderzoeker Marc Robert: “Voor zowel de zeevisserij als de mosselkweek geldt dat beperkte financiële ruimte en onzekerheid over visserijmogelijkheden en het verdienmodel op de lange termijn investeringen in innovatie, verduurzaming, modernisering en vlootvernieuwing bemoeilijken.”
In het jaarlijkse onderzoek ‘Visserij In Cijfers’ van Wageningen University & Research (WUR) worden de economische resultaten (onder andere nettoresultaten, opbrengsten, kosten en visprijzen) van de Nederlandse zeevisserij en schelpdierkweek geraamd en geduid. Ook presenteren we import- en exportcijfers van de handel in vis.
Kottervisserij 2025: lagere opbrengsten, maar ook lagere kosten
De Nederlandse kottervloot sloot 2025 af met een voorlopig geraamd nettoresultaat van circa 15 miljoen euro. Dat is iets hoger dan in 2024, toen een winst van bijna 13 miljoen euro werd geboekt. Ondanks dat de opbrengsten daalden (-4%), namen de kosten sterker af (-6%). Daarmee was 2025 het tweede winstgevende jaar op rij.
De boomkorvisserij realiseerde bijna 5 miljoen euro winst, de garnalenvisserij ruim 8 miljoen euro en de flyshootvisserij bijna 4 miljoen euro. Alleen de bordentrawlvisserij sloot af met een verlies van iets meer dan 1 miljoen euro1.
Zorgen zijn er wel over de leeftijd van de vaartuigen: de kottervloot is sterk verouderd, met een gemiddelde cascoleeftijd van bijna 40 jaar. “Op veel schepen wordt nauwelijks nog afgeschreven,” zegt Robert. “Tegelijkertijd zijn op termijn juist grote vervangingsinvesteringen nodig.” De positieve resultaten van 2024 en 2025 bieden, na de vijf verliesgevende of zeer beperkt winstgevende jaren ervoor, te weinig financiële ruimte om die investeringen op korte termijn te realiseren.
1De nettoresultaten van de individuele visserijen tellen door afrondingen niet op tot het totaal van de hele kottervloot.
De totale opbrengst van de kottervloot bedroeg in 2025 circa 196 miljoen euro, een daling van 4% ten opzichte van 2024 (204 miljoen euro). Van alle vlootsegmenten in de kottervisserij namen alleen bij de flyshoot de opbrengsten toe; een stijging van 20% tot 39 miljoen euro. De opbrengsten in de bordentrawlvisserij daalden het sterkste met bijna 18 miljoen euro: -18% ten opzichte van 2024. In de garnalenvisserij en de boomkorvisserij kwamen de opbrengsten uit op respectievelijk 64 (-8%) en 76 miljoen euro (-6%).
De totale aanvoer in levend gewicht van de kottervloot steeg met 5% naar 38 miljoen kilo in 2025 vergeleken met een jaar eerder. Alleen in de bordentrawlvisserij nam de aanvoer af, naar bijna 4 miljoen kg (-13%). De aanvoer in de flyshootvisserij nam met 22% het sterkst toe, tot ruim 9 miljoen kilo. In de boomkorvisserij nam de aanvoer toe tot ruim 12 miljoen kilo (+3%), en in de garnalenvisserij tot bijna 13 miljoen kilo (+4%).
De aanvoer van vis per pk-dag (zeedagen maal motorvermogen) neemt de laatste jaren weer licht toe. In 2025 kwam dit uit op 1,7 kg per pk-dag; 8% hoger dan in 2024 en 14% hoger dan gemiddeld in 2020-2024, maar nog altijd lager dan in de jaren voor 2020. In de garnalenvisserij neemt de aanvoer per pk-dag sinds 2023 toe (2.8 kg per pk-dag in 2025). In de garnalenvisserij varieert dit echter sterk van jaar tot jaar.
Het aantal kotters daalde licht verder naar 208 schepen (2024: 212), met een afname in motorvermogen van 3.000 pk tot een totaal van 132.000 pk in 2025. Twintig jaar geleden telde de vloot nog 342 actieve kotters.
De inzet van de kottervloot kwam in 2025 uit op 23 miljoen pk-dagen, iets minder dan in 2024 (23,5 miljoen). In de flyshootvisserij nam de inzet toe, van 2,6 miljoen naar 2,8 miljoen (+6%) en in de boomkorvisserij bleef de inzet constant op 13,7 miljoen pk-dagen. Daarentegen nam in de garnalenvisserij de inzet af naar 4,5 miljoen pk-dagen (-3%) en in de bordentrawlvisserij nam het af naar 2,0 miljoen pk-dagen (-20%).
Kottervisserij januari-mei 2026: lagere inzet met toename in aanvoer per pk-dag
Van januari tot en met mei 2026 kwam de aanvoer van de kottervisserij uit op bijna 11 miljoen kilo met een waarde van 56 miljoen euro. Dit is respectievelijk 6% en 10% lager dan in dezelfde periode in 2025. Het aantal pk-dagen nam echter nog sterker af, met 17%, waarmee de aanvoer per pk-dag met een toename van 14% uitkwam op 1,39 kg.
Robert: “Deze toename wordt vooral veroorzaakt door hoge garnalenaanvoer in de eerste maanden van 2026. Ook in de flyshootvisserij nam de aanvoer per pk-dag toe.” Ondanks de hoge gasolieprijs kwam de nettomarge (opbrengsten min operationele kosten) per zeedag in 2026 tot en met mei uit op bijna 1800 euro. In dezelfde periode in 2024 en 2025 was dat rond de 1900 euro en in 2023 1400 euro.
Grote zeevisserij draait quitte
De grote zeevisserij is de visserij met trawlers op pelagische vissoorten, zoals haring, makreel en wijting. In 2025 draaide deze qua nettoresultaat nagenoeg quitte. In 2024 werd nog een winst van 4 miljoen euro behaald. Dit verminderde resultaat kwam met name doordat de opbrengst zakte met 6% tot 105 miljoen euro en de aanvoer met 7% tot 219 miljoen kilo.
De inzet in zeedagen was met bijna 1.700 zeedagen zo goed als gelijk aan 2024. De vlootomvang bleef hetzelfde met acht actieve trawlers. Voor 2026 zijn de vangstquota voor alle belangrijkste pelagische vissoorten sterk gedaald, waardoor de totaalopbrengsten naar verwachting ook zullen dalen.
Opbrengsten overige kleine zeevisserij gedaald
De categorie ‘overige kleine zeevisserij’ bestaat uit een verzameling van diverse, sterk van elkaar verschillende vaartuigen en visserijmethoden. Omdat het aantal vaartuigen van enkele onderdelen van deze vloot te klein is om afzonderlijk over te rapporteren, zijn al deze visserijen samengevoegd tot één groep.
De overige kleine zeevisserij behaalde in 2025 een positief resultaat van 2 miljoen euro (2024: 6 miljoen euro). De opbrengsten daalden met 23% naar 29 miljoen euro. De aanvoer bedroeg 16 miljoen kg (-27%) en bestond voornamelijk uit schelpdieren, zeebaars en harder en in mindere mate uit tong, garnalen, kreeft en krab.
Met 441 vaartuigen bleef de omvang in 2025 nagenoeg gelijk. Er is met 212 vaartuigen actief gevist; ook vaartuigen met erg weinig zeedagen (vanaf één zeedag) zijn hierin meegenomen. De totale inzet nam toe met 4% tot 3.900 zeedagen.
Verlies voor mossel- en oesterkweek, maar verbetering op komst
De mosselkweek sloot het seizoen 2024/2025 (1 juni 2024 – 31 mei 2025) af met een verlies van 3 miljoen euro. De opbrengst uit mosselen daalde van 54 naar 36 miljoen euro, doordat de aanvoer terugviel van 33 naar 21 miljoen kilo, de laagste aanvoer in de afgelopen decennia. De gemiddelde prijs per kg steeg licht naar 1,73 euro/kg.
Voor het seizoen 2025/2026 wordt een verbetering van het resultaat verwacht, maar het is nog onzeker of een winst geboekt zal worden. De opbrengst uit mosselen nam toe van 36 naar 41 miljoen euro, bij een toename in de aanvoer van 21 naar 27 miljoen kilo. De gemiddelde prijs per kg daalde met 12% naar 1,52 euro/kg. Het aantal mosselschepen bleef met 42 stabiel.
De oesterkweek bestaat uit een beperkt aantal bedrijven van verschillende types. Een aantal daarvan zijn geïntegreerde bedrijven, die oesterkweek met andere economische activiteiten combineren. Daarom is het voor de oesterkweek niet mogelijk om precieze economische resultaten te bepalen. Volgens het CBS werden in 2024 van de Japanse oester 25,2 miljoen stuks aangevoerd, en van de platte oester 2,3 miljoen stuks. In 2023 waren dat er nog respectievelijk 15,4 en 1,3 miljoen. De vloot bestond uit 18 actieve schepen.
Minder import en export, maar toch gestegen waarde
In 2025 steeg de exportwaarde van vis met 7% tot 6,8 miljard euro, met name veroorzaakt door hogere prijsvorming. Het exportvolume nam juist licht af, met minder dan 1%. De importwaarde steeg met 6% tot 5,4 miljard euro, terwijl het importvolume met 5% daalde tot 1,1 miljard kilo.
“Wat we zien is dat de aanvoer van verse Noordzeevis uit Nederland tot 2024 is afgenomen, mede door een krimpende vloot. Daardoor is de import van vis verder gestegen, met name uit de aquacultuur,” zegt onderzoeker Geert Hoekstra. De Nederlandse visverwerkende- en visgroothandelssector importeert vanuit de gehele wereld vis, schaal- en schelpdieren.
De Europese Unie blijft met 81% de belangrijkste afzetmarkt. Duitsland, Frankrijk, België, Spanje en Italië zijn de grootste afnemers binnen de EU. Buiten de EU is de Verenigde Staten in waarde de belangrijkste exportbestemming. Nederland blijft daarnaast een belangrijke exporteur van diepgevroren pelagische vis naar Afrikaanse markten.
Grote uitdagingen vragen om investering in toekomst
De Nederlandse vissector blijft gevoelig voor internationale geopolitieke spanningen, waaronder de afsluiting van de Straat van Hormuz. Ook zijn er handelsbelemmeringen, zoals de importheffingen in de VS, en hebben vissers last van schommelingen in energie- en transportkosten.
Daarnaast staan veel visverwerkingsbedrijven voor uitdagingen als personeelstekorten, stijgende loonkosten en beperkingen in de beschikbaarheid van energie en drinkwater. Om concurrerend te blijven, investeren deze bedrijven steeds vaker in automatisering en robotisering van het verwerkingsproces.
Tijdens de Visserij in Cijfers-bijeenkomst op vrijdag 10 juli in Scheveningen zullen onderzoekers, vertegenwoordigers van de visserijsector en van het ministerie van LVVN met elkaar in gesprek gaan over de economische haalbaarheid van verduurzaming in de visserij. Welke verduurzamingsmaatregelen zijn technisch haalbaar op de huidige vloot en waar is vlootvernieuwing of nieuwbouw nodig? Is er voldoende financiële ruimte en wie betaalt de rekening?
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


