Vogelaanvaringen op zee in beeld met camerasysteem

- dr. KL (Karen) Krijgsveld
- senior onderzoeker vogelecologie
Julian Hoffman
Onderzoek naar vogelaanvaringen met windturbines op zee krijgt een impuls met nieuwe technologie. Een pilot van een klein jaar bij een turbine op zee laat zien dat thermische camera’s en kunstmatige intelligentie goed werken om mogelijke vogelaanvaringen waar te nemen. Dat was tot nu toe nauwelijks mogelijk. De technologie bleek onder de uitdagende omstandigheden op zee inzetbaar en betrouwbaar.
De pilot, een initiatief van Vattenfall, vond plaats in offshore windpark Hollandse Kust Zuid en werd uitgevoerd door Wildlife Imaging Systems (WIS) en Wageningen University & Research (WUR). WIS ontwikkelde een systeem met zestien thermische camera’s die op een offshore windturbine werden bevestigd. Deze maakten 24 uur per dag opnamen van het gehele gebied rondom de turbine. Samen met kunstmatige intelligentie detecteerde en analyseerde het systeem zowel overdag als ’s nachts vogelbewegingen. Ook bij slecht zicht, door bijvoorbeeld mist of regen.
Onderzoekers van WUR analyseerden deze gegevens om te beoordelen hoe goed het systeem werkt. De pilot liet zien wat de technologie kan en hoe die kan worden aangepast voor bredere toepassing in de toekomst.
“Het beschermen van biodiversiteit is heel belangrijk bij de energietransitie,” zegt Karen Krijgsveld, onderzoeker vogelecologie bij Wageningen University & Research. “Op land weten we al behoorlijk veel over wanneer en waarom vogels tegen windturbines vliegen, en welke soorten het meeste risico lopen. Nu windenergie op zee verder uitbreidt, moeten we dat ook voor vogels op zee beter begrijpen.”
Van theoretische modellen naar echte waarnemingen
Miljoenen zangvogels steken ieder jaar tijdens de voor- en najaarstrek de Noordzee over, vooral ’s nachts. Met het nieuwe systeem kunnen deze kleine vogels, maar ook vleermuizen, in het donker worden gedetecteerd. Ook kunnen de grotere vogels overdag worden waargenomen. Het systeem bleek vogelbewegingen op zee zo betrouwbaar te detecteren en analyseren, dat de onderzoekers ook een begin konden maken met het bepalen van aanvaringsrisico’s. Metingen werden bijna een jaar lang gedaan, inclusief tijdens de voorjaars- en najaarstrek. In die periode registreerde het systeem 22 mogelijke aanvaringen. Bij twee daarvan werd met ondersteunende beelden vastgesteld dat een vogel inderdaad de turbine raakte; bij één was dit zeer waarschijnlijk.
“Tot nu toe werden schattingen van vogelaanvaringen op zee vooral gebaseerd op theoretische modellen,” legt Jesper Kyed Larsen uit, bioscience expert bij Vattenfall. “Op zee is het erg lastig om gesneuvelde dieren te detecteren, omdat je geen resten terugvindt. Deze studie laat zien hoe we de empirische gegevens kunnen verzamelen om schattingen van het aantal aanvaringen te verbeteren en de juiste maatregelen te kunnen nemen.”
“Het systeem dat WIS heeft ontwikkeld is een grote stap vooruit bij het bepalen van de impact van offshore windturbines op vogels en vleermuizen,” zegt Karen Krijgsveld. “We hebben nu een methode waarmee we aanvaringen van vogels en vleermuizen op zee echt kunnen meten, om te onderzoeken wanneer er aanvaringen zijn en hoe de lokale omstandigheden daar invloed op hebben.”

Samengesteld beeld waarop verschillende vliegende vogels te zien zijn. Een meeuw vliegt vlak voor de camera langs; mogelijk wegvliegend nadat hij op de turbine heeft gerust. De andere sporen zijn van vogels en insecten op verschillende afstanden.

Samengesteld beeld waarop drie vogels door het gezichtsveld van de naar buiten gerichte camera’s vliegen. Ook is een insect te zien dat op korte afstand verticaal langs de camera vliegt.
Uitkomst van de studie is niet dat aanvaringen weinig voorkomen. Ook zijn deze eerste resultaten, van slechts één turbine, niet zonder meer algemeen geldend. Het doel van de pilot was om te testen hoe de technologie onder echte omstandigheden op zee presteert. Dat het systeem goed genoeg bleek te werken om ook al de eerste waarnemingen over aanvaringen te verzamelen, was een waardevolle aanvulling.
De wetenschappers bouwen nu voort op deze bevindingen, en gebruiken de resultaten en ervaringen van de pilot bij nieuw onderzoek. In vervolgonderzoek kunnen nu gegevens verzameld gaan worden over aanvaringen op verschillende locaties en onder verschillende omstandigheden, en kan de technologie worden verfijnd. Met deze metingen kunnen we gaan begrijpen wanneer en onder welke omstandigheden vogels in aanvaring komen met windturbines. Daarmee kunnen vervolgens effectieve methodes ontwikkeld worden om vogels bij windparken op zee beter te beschermen.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


