Vogelgriep vastgesteld bij Nederlandse koe

- J (Jacqueline) Wijbenga
- Communicatieadviseur / Perswoordvoerder
Bij een Nederlandse koe is vogelgriep (Aviaire influenza, HPAI H5N1) vastgesteld. Onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (onderdeel van Wageningen University & Research) toont aan dat de betreffende koe antistoffen tegen het vogelgriepvirus heeft. Bij het dier zijn geen virusdeeltjes aangetroffen. Dit betekent dat de koe geen virus verspreidt en geen gevaar vormt voor de volksgezondheid.
De koe waarbij antistoffen tegen het vogelgriepvirus HPAI H5N1 zijn aangetoond, werd onderzocht nadat eerder op het melkveebedrijf vogelgriep was vastgesteld bij een van de katten. Op advies van de eigen dierenarts werd de kat getest op vogelgriep. Dit dier bleek positief.
In het kader van vogelgriepmonitoring worden op bedrijven waar ook melkvee aanwezig is, steekproefsgewijs monsters genomen bij de koeien. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nam daarvoor melkmonsters bij twintig koeien op het bedrijf en verzamelde een tankmelkmonster.
Uitslag
Geen van de onderzochte koeien bleek het vogelgriepvirus H5N1 bij zich te dragen. Van de onderzochte dieren bleek één koe antistoffen tegen het vogelgriepvirus te hebben. Dat betekent dat deze koe een vogelgriepinfectie heeft doorgemaakt. Navraag van de NVWA wijst uit dat de betreffende koe half december verschijnselen vertoonde die passen bij een infectie met het vogelgriepvirus. De koe had een uierontsteking en een lagere melkproductie. Inmiddels is de koe volledig hersteld.
Verder onderzoek
Naar aanleiding van de vaststelling van antistoffen bij deze koe heeft de NVWA alle overige melkkoeien op het bedrijf bemonsterd. Deze monsters zijn vrijdag 23 januari door WBVR onderzocht op aanwezigheid van het virus. “Tot nu toe zijn alle monsters negatief, die dieren zijn dus geen drager van actief virus”, vertelt WBVR-onderzoeker Monika Ballmann, hoofd van het Nederlands referentielaboratorium voor aviaire influenza. “Een aantal monsters wordt nog onderzocht. Deze uitslagen verwachten we na het weekend”, legt Ballmann uit.
Alle monsters worden bovendien onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen het vogelgriepvirus. Deze onderzoeken nemen meer tijd in beslag. De uitslagen daarvan worden in de loop van volgende week verwacht.
Maatregelen
Totdat de uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, gelden voor het bedrijf beperkende maatregelen. De melk van het bedrijf wordt alleen gebruikt voor gepasteuriseerde producten, waardoor eventueel aanwezig virus is geïnactiveerd en geen risico vormt. De melk van de koe die in december ziek was, is niet in de voedselketen terechtgekomen.
Q&A Vogelgriep bij Nederlandse melkkoe
Aanleiding voor dit onderzoek was de vaststelling van vogelgriep (Aviaire influenza, HPAI H5N1) bij een kat. Deze kat was voor onderzoek aangeboden door de dierenarts omdat hij een vermoeden had dat er mogelijk sprake was van vogelgriep. De besmette kat bleek afkomstig van een melkveebedrijf in Friesland. Dit was reden voor nader onderzoek naar mogelijke aanwezigheid van vogelgriep bij het melkvee op dit bedrijf. Hiervoor zijn in eerste instantie 20 van de in totaal 72 melkkoeien bemonsterd. Individuele melkmonsters en een tankmelkmonster zijn geanalyseerd op aanwezigheid van het vogelgriepvirus (analysemethode: PCR) én op de aanwezigheid van antistoffen tegen het vogelgriepvirus (analysemethode: ELISA en Luminex). Bij geen van de dieren is virus aangetroffen. Bij één koe zijn antistoffen tegen het H5N1 vogelgriepvirus vastgesteld.
Bij de betreffende koe zijn antistoffen tegen het vogelgriepvirus aangetoond. Dat betekent dat deze koe een virusinfectie heeft gehad die werd veroorzaakt door het vogelgriepvirus.
Van deze koe is bekend dat ze een paar weken geleden (half december) een uierontsteking had en dat haar melkproductie daalde. Deze verschijnselen passen bij een vogelgriepvirus infectie bij melkvee. In de periode dat de koe ziek was, zijn geen monsters verzameld, waardoor er geen virus kon worden aangetoond. Hierdoor is het verband tussen de klinische verschijnselen in december en een vogelgriepinfectie niet met zekerheid vast te stellen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft na de serologische bevestiging van een eerdere besmetting bij deze ene koe, alle melkgevende dieren op het bedrijf bemonsterd. Van de dieren zijn zowel melk- als bloedmonsters verzameld. Deze monsters worden bij Wageningen Bioveterinary Research onderzocht op aanwezigheid van het vogelgriepvirus en/of op antistoffen tegen het virus. De uitslagen hiervan worden de komende dagen gefaseerd bekend. Testen op aanwezigheid van het virus (PCR-testen) kan relatief snel, aantonen van antistoffen (ELISA) neemt meer tijd in beslag.
Dat vogelgriep kan voorkomen bij zoogdieren is bekend. Het virus wordt vaker gevonden in zoogdieren. Dit betreft echter meestal roofdieren, zoals vossen of katten. Zij kunnen de besmetting bijvoorbeeld oplopen via het eten van dode, besmette vogels.
We kunnen op dit moment niet vaststellen of uitsluiten dat er een direct verband is tussen de besmetting van de kat en de koe op hetzelfde bedrijf. De besmettingen kunnen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, bijvoorbeeld door blootstelling aan in de omgeving aanwezige wilde vogels (doordat de kat een dode of zieke wilde vogel heeft gegeten). Het is nog steeds waarschijnlijk dat wilde vogels de oorzaak zijn van de besmetting van deze runderen. Ze zijn mogelijk blootgesteld aan de ontlasting van besmette vogels, of hebben direct contact gehad met een besmet vogelkadaver, of een virus dragend vogelkadaver is in contact gekomen met het voer van de runderen. Het is ook mogelijk dat de kat besmet is geraakt door het eten van besmette melk van de koe.
Dit is de eerst keer dat in Nederland bij een rund antilichamen tegen het vogelgriepvirus zijn gevonden. Ook in Europa is dit nog niet eerder gemeld. In maart 2025 is er wel eerder vogelgriep vastgesteld bij een schaap in het Verenigd Koningrijk. In een eerder screeningsonderzoek naar vogelgriep op Nederlandse melkveebedrijven (2022-2024) konden geen antilichamen tegen het virus worden aangetoond. Bij melkveebedrijven die in de directe omgeving van een met vogelgriep besmet pluimveebedrijf liggen, worden in het kader van virusmonitoring melkmonsters afgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van vogelgriepvirus en antistoffen tegen vogelgriep.
De huidige situatie in Nederland is niet vergelijkbaar met die in de Verenigde Staten, omdat bij Nederlandse melkkoeien tot nu toe nog altijd geen virusdeeltjes zijn aangetroffen in de melk of in het dier zelf.
Bij de vogelgriepbesmetting bij melkkoeien in de Verenigde Staten werden virusdeeltjes aangetoond in de melk van de besmette runderen. Dat betekent dat de dieren het virus uitscheiden. Met name via de melk is er een risico voor overdracht naar andere dieren en eventueel ook mensen die met besmette dieren of de rauwe melk in aanraking komen.
De Nederlandse melkkoe waarbij antistoffen tegen het vogelgriepvirus zijn vastgesteld, is geen drager (meer) van het virus en scheidt momenteel ook geen virus uit (de PCR test van deze koe was negatief). In de melk van de koe zijn antistoffen tegen het vogelgriepvirus aangetoond. Dat betekent dat deze koe een virusinfectie heeft gehad als gevolg van een besmetting met het vogelgriepvirus. Van dit dier is bekend dat ze een paar weken geleden (half december) ziek is geweest, toen ook een uierontsteking had en dat haar melkproductie daalde. Deze verschijnselen passen bij een virusinfectie zoals een vogelgriepvirus die kan veroorzaken. Er is een kans dat het virus wel werd uitgescheiden tijdens de klinische fase, toen de koe ziek was. Daarom voeren we een vervolgonderzoek uit bij alle koeien op dit bedrijf om te zien of er verspreiding tussen de dieren heeft plaatsgevonden.
We weten uit ons eigen onderzoek dat het Europese vogelgriepvirus in staat is luchtwegepitheelcellen van runderen te infecteren (zie: H5N1 vogelgriepvirus vermeerdert in luchtwegepitheelcellen van rund - WUR). Onderzoek van onder ander het FLI in Duitsland heeft in dierstudies aangetoond dat runderen ziek kunnen worden van het Europese vogelgriepvirus en dat het virus zich ook kan vermeerderen in deze dieren.
In de huidige casus is er geen virus in de koe gevonden, alleen antistoffen tegen het virus. Om mogelijke zoönotische aanpassingen in het genetisch materiaal van het virus op te sporen, is het virus zelf nodig; deze aanpassingen kunnen niet worden vastgesteld op basis van de antistoffen.
Ja, als er voldoende virusdeeltjes in de melk zitten, dan kunnen die met behulp van een PCR-analyse worden aangetoond. Maar als het aantal dieren dat het virus heeft beperkt is (bijvoorbeeld maar 1 of 2 dieren op een groot bedrijf), kan het gebeuren dat de concentratie van virusdeeltjes in het tankmelkmonster te laag is (of te sterk verdund) om het in analyses aan te tonen.
De hygiënemaatregelen die worden genomen (uierontsmetting, reiniging melkbeker) dragen bij aan het voorkomen/beperken van overdracht van het virus, maar sluiten virusoverdracht nooit helemaal uit. Ook het opspatten van melk kan eventueel zorgen voor virusoverdracht in de melkstal, zowel van koe naar koe, als van koe naar mens (melker).
De kans is heel klein. Nederlandse melk wordt voordat het naar de consument gaat gepasteuriseerd. Deze behandeling vernietigt het vogelgriepvirus. Zie ook het advies van Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO): Advies van BuRO over de risico’s van HPAIV in melk | Risicobeoordeling | NVWA
De European Food and Safety Authority (EFSA) geeft aan dat er tot nu toe geen overtuigend bewijs is dat het vogelgriepvirus kan worden overgedragen op mensen via het eten of drinken van besmet voedsel (zie ook: Avian influenza | EFSA)
Op bedrijven met pluimvee waar ook melkvee wordt gehouden, wordt standaard gecontroleerd op een mogelijke besmetting bij het melkvee nadat HPAI bij het pluimvee is vastgesteld. De analyses tot nu toe hebben in geen enkel geval virusdeeltjes bij de melkkoeien aangetoond.
Meer informatie is te vinden op de website van de NVWA: Bestrijding van vogelgriep en controle maatregelen door de NVWA
En de pagina Wat er gebeurt op een besmet bedrijf
De vaccins die nu worden getest, zijn ontwikkeld tegen het vogelgriepvirus dat momenteel rondgaat in Europa. De werkzaamheid van het vaccin wordt getest in pluimvee (legkippen, kalkoenen, eenden). De eerste resultaten zijn positief. Het vaccin wordt niet getest in andere diersoorten, omdat beide vaccins zijn gebaseerd op een zogenaamde HVT vector specifiek voor vogels. Deze zijn niet werkzaam in zoogdieren.
HPAI H5N1 is een zoönose, een virus dat van dier op mens kan overgaan. Bij mensen kan infectie milde tot ernstige ziekte veroorzaken, zoals rode ogen, koorts, hoesten en longontsteking; in zeldzame gevallen kan het leiden tot overlijden. In Nederland zijn tot nu toe geen infecties bij mensen vastgesteld.
Het huidige risico van HPAI voor de volksgezondheid wordt als laag ingeschat. Mensen met veel contact met dieren of rauwe dierlijke producten, zoals melk, lopen een hoger risico op infectie. Het is belangrijk om besmetting van mensen zoveel mogelijk te voorkomen. Er kunnen namelijk aanpassingen in het virus komen (door mutatie), waarna het virus makkelijker zou kunnen gaan verspreiden tussen mensen. Tot nu toe zijn dergelijke gevallen niet bekend.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp? Neem dan contact op.
J (Jacqueline) Wijbenga
Communicatieadviseur / Perswoordvoerder
Meer informatie
- Kamerbrief ministerie LVVN: Melkkoe met antistoffen tegen vogelgriep | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
- Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO): Advies van BuRO over de risico’s van HPAIV in melk | Risicobeoordeling | NVWA
- NVWA: Bestrijding van vogelgriep en controle maatregelen door de NVWA
