Waar de bedreigde zeekoe nog leeft in Indonesië

De Indische zeekoe komt in Indonesië geconcentreerd voor op een beperkt aantal plekken, terwijl bijvangst in visnetten een belangrijke doodsoorzaak is en weinig jonge dieren worden gezien. Dit blijkt uit een internationale studie in het wetenschappelijk tijdschrift Marine Mammal Science.
De Indische zeekoe, Dugong dugon, beter bekend in het Nederlands als de doejong, is een grote planteneter die leeft in ondiepe kustwateren met zeegras, voornamelijk in Australië, Zuidoost-Azië en de Perzische Golf. Wereldwijd nemen de aantallen af en de soort staat te boek als kwetsbaar. Indonesië ligt centraal in het verspreidingsgebied van de zeekoe, maar betrouwbare gegevens over aantallen, verspreiding en populatieopbouw zijn schaars.
Om daar meer zicht op te krijgen, verzamelden onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) en Indonesische partners alle publiek toegankelijke informatie over zeekoe-waarnemingen in Indonesië uit de periode 2010–2022. Het ging om gegevens uit wetenschappelijke publicaties, rapporten, nieuwsberichten en sociale media. In totaal werden 1.033 waarnemingen en registraties samengebracht en geanalyseerd.
Concentratie rond kleine eilanden
Uit de analyse blijkt dat de zeekoe in Indonesië niet gelijkmatig verspreid voorkomt. De meeste meldingen zijn geconcentreerd rond kleine eilandengroepen, met name in de Bandazee en in het westelijke deel van de Javazee. Deze gebieden liggen dicht bij bekende leefgebieden in buurlanden, wat wijst op het belang van Indonesië voor de verbinding tussen regionale populaties.
“Het beeld dat uit deze studie naar voren komt, is dat zeekoeien zich ophouden in een beperkt aantal regio’s,” zegt Dolf Debrot, marien ecoloog bij WUR en coauteur van het onderzoek. “Dat maakt ook duidelijk waar bescherming en beheer het meeste effect kunnen hebben.”
Opvallend is dat het aantal waarnemingen niet samenhangt met de hoeveelheid zeegras, het belangrijkste voedsel van de zeekoe. Zo zijn er kustgebieden met veel en gezond zeegras, zoals langs de westkust van Sumatra, waar nauwelijks zeekoeien worden gemeld.
Bijvangst en signalen uit de leeftijdsopbouw
Van alle vastgelegde registraties had zeventien procent betrekking op dode dieren. Waar de doodsoorzaak bekend was, bleek bijvangst in visnetten veruit de belangrijkste factor. Vooral in delen van de westelijke Javazee werden veel sterfgevallen geregistreerd.
Daarnaast laten de gegevens zien dat de populatieopbouw niet gelijkmatig is. Dat kan wijzen op één of meer periodes van verminderde voortplanting of op recente immigratie van volwassen dieren uit nabijgelegen buurlanden aangespoord door voedseltekorten. De onderzoekers benadrukken dat deze gegevens geen harde conclusies toelaten, maar wel aanleiding geven tot zorg.
“Het gaat om signalen die vragen oproepen,” zegt Debrot. “In combinatie met de hoge sterfte door bijvangst laten ze zien hoe kwetsbaar deze populaties zijn.”
Waardevolle informatie, maar geen vervanging voor monitoring
Het onderzoek is de eerste integrale beoordeling van de Indische zeekoe voor het gehele Indonesische archipel. Eerdere studies beperkten zich meestal tot afzonderlijke regio’s. Volgens de studie leveren meldingen van burgers en andere publiek toegankelijke bronnen waardevolle informatie op in gebieden zonder systematische monitoring.
Tegelijkertijd benadrukken de auteurs dat deze gegevens geen vervanging zijn voor gestandaardiseerde tellingen en langdurig onderzoek. Betere populatieschattingen en meer inzicht in voortplanting en verspreiding zijn nodig om de Indische zeekoe in Indonesië effectief te kunnen beschermen.

