Wageningse keuzehulp biedt industrie houvast bij duurzame verpakkingskeuzes

Verpakkingen zijn regelmatig het mikpunt van kritiek. Ze zouden onnodig zijn, schadelijk voor het milieu en eenvoudig te vervangen. Volgens de Wageningse onderzoekers Ulphard Thoden van Velzen en Marieke Brouwer is het hoog tijd voor nuance. Want verpakkingen zijn niet per definitie slecht. Als ze bijvoorbeeld voedselverspilling voorkomen, is dat milieutechnisch vaak juist gunstig. Samen met collega’s stelden ze het boekje Duurzaam Verpakken op. Dat naslagwerk bevat hun holistische definitie van duurzaam verpakken en handvatten voor de industrie om betere, duurzamere keuzes te maken.
Of het nu gaat om paprika’s, tabletjes, huishoudartikelen of online bestellingen: een groot deel van onze producten zijn verpakt. Soms in karton, soms in plastic of aluminium. Hoe zit het nu? Is plastic slecht en karton beter? Of andersom? Zo simpel ligt het niet, stellen Wageningse onderzoekers in de nieuwe keuzehulp. Een verpakking is pas duurzaam als die bijdraagt aan de duurzaamheid van de totale product-verpakkingscombinatie. Er bestaat geen universele ‘juiste’ keuze. Het vraagt om maatwerk en vooral: zorgvuldige afweging van voor- en nadelen.
Impact op drie vlakken
De onderzoekers presenteren een heldere definitie van wat een duurzame verpakking is. Die moet het product voldoende beschermen en tegelijkertijd zo min mogelijk negatieve impact hebben op drie vlakken: klimaatverandering (bijvoorbeeld CO₂-uitstoot bij productie en verwerking), planeetvervuiling (zoals niet-afbreekbare lijm of microplastics die in het milieu belanden) en biodiversiteitsverlies (denk aan boskap voor karton). Daarnaast moet een verpakking ook sociaal en economisch in balans zijn: ze kan gemak en winst opleveren, maar ook kosten of nadelen veroorzaken voor consumenten, werknemers of bedrijven. Dat maakt de afweging ingewikkeld, want die effecten kunnen tegenstrijdig zijn.
Zo scoort een glazen melkfles slechter op CO₂-uitstoot dan een drankenkarton, maar is glas minder belastend als het in de natuur terechtkomt. Een tweede voorbeeld: het dunne plasticje om komkommers levert weliswaar extra CO₂-uitstoot op en een risico op planeetvervuiling, maar verlengt de houdbaarheid van die groente aanzienlijk en voorkomt zo voedselverspilling. In veel gevallen is de milieuwinst van minder weggegooid voedsel groter dan de impact van het verpakkingsmateriaal zelf. “Natuurlijk zien we ook overbodige verpakkingen, vooral bij non-foodproducten, zoals hard plastic en karton om een schaar”, zegt Brouwer. “Dat dient geen doel; je kunt er dan beter alleen een touwtje omheen doen.” Ook zijn er voedselproducten waarbij de verpakking niet extra bijdraagt aan de houdbaarheid, zoals een zak appels of aardappels.
Naast negatieve impact wegen ook positieve gevolgen voor de volksgezondheid en sociale en economische effecten mee in de bepaling hoe duurzaam een verpakking is. Thoden van Velzen noemt plastic bakjes met voorgesneden fruit als voorbeeld. Aan de ene kant draagt dat plastic bij aan planeetvervuiling en de uitstoot van broeikasgassen. Aan de andere kant maken ze gezond voedsel toegankelijker voor mensen. “Voor sommige kinderen of drukbezette ouders is een plastic bakje met stukjes gesneden fruit het verschil tussen wel of geen fruit eten”, zegt Thoden van Velzen. Ook die positieve effecten moeten in de vergelijking mee worden genomen.
Handvatten voor de praktijk
De onderzoekers stelden Duurzaam Verpakken op als antwoord op een duidelijke vraag vanuit de levensmiddelenindustrie en maakt het deel uit van een zogenoemd Kennis-op-Maat-project (zie kader). Naast de wetenschappelijke achtergronden bevat het boekje praktische handvatten, bedoeld voor verpakkingskundigen en andere professionals. “Zie het als een naslagwerk dat je op je bureau kunt leggen. Een boekje waarin je even kunt bladeren als je denkt: hoe zat het ook alweer?”, aldus Brouwer.
Kennis op maat
In 2020 is de regeling "Kennis op maat" gestart. De projecten die daar onder vallen zorgen voor de doorstroming van bestaande kennis naar de (toekomstige) mkb’ers binnen het domein van Landbouw, Water, Voedsel. De kennis uit de rapporten en artikelen wordt zo gepresenteerd dat een mkb’er er direct praktisch mee aan de slag kan.
Veel bedrijven sturen nog vooral op CO₂-uitstoot. Dat is begrijpelijk, zeggen de onderzoekers, omdat die impact relatief goed te meten is. Maar wie alleen op klimaatwinst stuurt, loopt het risico op onbedoelde nevenschade. “Denk aan plastic dat weliswaar licht en efficiënt is, maar moeilijk afbreekbaar”, zegt Brouwer. “Of aan karton, waarvoor bomen worden gekapt. Ook dat telt mee.” Helaas bestaat er geen generiek antwoord op de vraag welke verpakking het duurzaamst is. “Je moet per situatie bepalen wat de beste keuze is”, aldus de onderzoeker.
Soms gewoon nodig
Er bestaan wel al tools om bijvoorbeeld de klimaatimpact van een verpakking te berekenen, maar voor biodiversiteit en planeetvervuiling zijn die er (nog) nauwelijks. De wetenschappers roepen daarom op tot breder denken én bewuster kiezen. Dat geldt voor verpakkingskundigen, maar ook voor consumenten. “Gooi verpakkingen netjes weg, koop wat je nodig hebt en kies waar het kan voor minder”, aldus Thoden van Velzen. “Maar besef ook dat een verpakking soms gewoon nodig is.”