Is Nederlands moeilijker om te leren dan andere talen?
- Bram Haverkamp & Marianne Starren
- Docent NT2 | Universitair hoofddocent Taal en Communicatie

Pexels
“Hoe moeilijk een taal is om te leren, wordt sterk bepaald door de talen die je al spreekt. Dat gaat verder dan overeenkomsten in woorden en grammatica: taal bepaalt ook hoe je naar de wereld kijkt.”
Kiezen tussen ‘de’ en ‘het’, ingewikkelde zinsbouw en natuurlijk die onmogelijk uit te spreken ‘g’. Volgens veel mensen is Nederlands een moeilijke taal om te leren. Maar is dat echt zo? Wat maakt de ene taal moeilijker om te leren dan de andere?
Volgens Marianne Starren, opleidingscoördinator van de Master NT2 (Nederlands als tweede taal) en onderzoeker aan de Radboud Universiteit, ligt het niet zozeer aan de taal zelf. Het Nederlands kent zeker aspecten die voor veel leerders lastig zijn, maar dat maakt de taal niet per definitie 'moeilijk'. "Hoe makkelijk het is om een taal te leren, wordt sterk bepaald door de talen die je al spreekt. Als je moedertaal bijvoorbeeld Arabisch is, moet je voor het Nederlands een heel nieuw schrift leren en de andere kant op lezen. Maar dat is niet het enige: taal is ook sterk verbonden met hoe je naar de wereld kijkt."
Een taal is meer dan woorden en regels
Dat je voorkennis een rol speelt, klinkt logisch. Wie Duits spreekt, zal automatisch meer van het Nederlands begrijpen dan iemand die alleen Japans spreekt. Maar volgens Marianne gaat het veel verder dan overeenkomsten in woorden, klanken of grammatica. Je taal bepaalt ook welke concepten je kent.
"In sommige talen bestaan 'links' en 'rechts' bijvoorbeeld helemaal niet, maar wordt richting aangegeven met 'noord' en 'zuid', of 'naar of verder van de rivier'. Als je zo'n concept niet kent, is het heel lastig de woorden daarvoor te leren gebruiken." Een ander voorbeeld is het Turks, waarin het voltooid deelwoord verschillende uitgangen kent. “Daarmee geef je aan of je ergens zelf bij was, of iets weet van horen zeggen. In het Nederlands maken we dat onderscheid niet, wat heel vreemd lijkt als je dit wel zo gewend bent. Want je baseert je onbewust op wat je kent uit je eerste taal."
Duitsers hebben een voorsprong (meestal)
Hoe dichter je moedertaal bij het Nederlands ligt, hoe meer je kunt voortbouwen op wat je al kent. Dat ziet NT2-docent Bram Haverkamp bijvoorbeeld bij Duitstalige cursisten. "Voor Duitsers is Nederlands relatief makkelijk te leren, omdat de talen zoveel op elkaar lijken. Neem de Nederlandse woordvolgorde, voor veel anderstaligen een ingewikkelde zaak. Waar veel cursisten fouten maken als ‘Morgen ik werk niet’, is dit voor Duitsers helemaal niet lastig. Want in het Duits werkt het precies hetzelfde.”
Toch kan die gelijkenis ook juist een valkuil zijn. Nederlands en Duits zitten vol ‘valse vrienden’: woorden die hetzelfde lijken, maar iets anders betekenen. “Zo kun je ‘Ik werk in een winkel’ niet naar het Duits vertalen als ‘Ich wirke in einem Winkel’. Dat betekent namelijk zoiets als: ‘Ik heb effect in een hoek.’“
Hoe complexer de grammatica, hoe lastiger de taal?
Kun je op basis van grammatica wel zeggen dat de ene taal ingewikkelder is dan de andere? Bram: “Het Nederlands heeft geen naamvallen meer, zoals bijvoorbeeld het Duits. Dat maakt het Nederlands op dat vlak misschien iets minder complex. Maar als je kijkt naar vervoegingen, vinden veel mensen het Engels bijvoorbeeld juist weer makkelijker dan het Nederlands.” Marianne: “Vaak zit er in grammatica wel een bepaalde logica. Als je die regels eenmaal kent, valt het wel mee.”
De moeilijkheid zit hem vooral in de dingen die we op intuïtie doen. Bijvoorbeeld wanneer je ‘de’ of ‘het’ gebruikt. “Daar krijg ik altijd wel een vraag over in de les,” zegt Bram. “Maar voor de communicatie is dat niet zo heel relevant, omdat er geen betekenisonderscheid is.” Marianne geeft ook positiewerkwoorden als voorbeeld: “Iets kan op tafel ‘staan’ of ‘liggen’, dat is heel lastig uit te leggen aan anderstaligen.”
Klanken en uitspraak
Een andere uitdaging voor veel leerders zijn Nederlandse klanken als /g/ en /ui/. Maar ook hier geldt: hoe lastig dat is, hangt af van wat je vanuit andere talen gewend bent. Volgens Bram heeft het Nederlands zelfs een voordeel ten opzichte van veel andere talen: “We hebben een spellingsysteem met een redelijk duidelijke, vaste relatie tussen letters en klanken. Daardoor kun je de uitspraak van Nederlandse woorden meestal goed voorspellen. In het Engels is dat veel lastiger. Vergelijk bijvoorbeeld though, through, tough, cough en bough: dezelfde lettercombinatie wordt telkens anders uitgesproken.”
Er spelen dus allerlei factoren een rol in hoe moeilijk een taal is om te leren. Nederlands kan voor de één ontzettend lastig zijn, terwijl een ander het vrij makkelijk onder de knie krijgt. Uiteindelijk ligt dat niet zozeer aan de taal zelf, maar aan wat jij als taalleerder al meebrengt.
Marianne Starren is universitair hoofddocent van de afdeling Taal en Communicatie en het Centre for Language Studies bij de Radboud Universiteit. Tevens is zij opleidingscoördinator van de Master NT2 (Nederlands als tweede taal) en doet ze onderzoek naar taalverwerving van een tweede of derde taal. Bram Haverkamp is docent NT2 bij In’to Languages en heeft jarenlange ervaring met het geven van cursussen Nederlands aan anderstaligen.

Volg Wageningen In'to Languages op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.