Herintroductie van waterinsecten in beken

Projectinformatie
In het kort- Start project: 01-06-2025
- Einde project: 31-03-2026
- Opdrachtgevers: Waterschap Aa en Maas, Waterschap de Dommel, Waterschap Brabantse Delta
- Projectleider: Ralf Verdonschot
Biodiversiteitsverlies heeft grote consequenties. Door drukfactoren zoals een slechte waterkwaliteit, het rechttrekken van beken, ontwatering en ontginning van beekdalen, het plaatsen van stuwen en intensief onderhoud zijn veel waterinsecten de afgelopen decennia uit beken en rivieren verdwenen.
Met het verdwijnen van soorten wordt het functioneren van de beek- en rivierecosystemen aangetast. Herintroduceren van soorten kan een oplossing zijn om natuurherstel te bevorderen. Hiermee is voor planten, vlinders en vissen veel ervaring mee, maar voor macrofauna (met het oog zichtbare ongewervelde waterdieren, zoals waterinsecten) nog niet. Maar daar is op 17 maart 2026 verandering in gekomen door de daadwerkelijke herintroductie van twee waterinsecten in vijf Brabantse beken.
Natuurherstel vraagt soms om een extra stap
Herstel van natuur begint vaak met het verbeteren van de leefomgeving. Momenteel wordt door Wageningen University & Research gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van beken en rivieren, om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water en sinds 2024 ook de Natuurherstelverordening. In sommige beken zijn drukfactoren - zoals watervervuiling, kanalisatie, ontwatering, stuwen en intensief beheer - al dusdanig verminderd dat deze beken weer een geschikt leefgebied zijn voor de verdwenen soorten.
Zo is de afgelopen jaren in Brabantse beken de waterkwaliteit op verschillende plekken verbeterd en zijn herstelmaatregelen uitgevoerd.Daarmee ontstond opnieuw een geschikt leefgebied voor soorten die daar vroeger voorkwamen, maar in de vorige eeuw zijn verdwenen. Een paar soorten zijn inmiddels op eigen kracht teruggekeerd naar deze herstelde plekken, maar de meeste niet. Een belemmering is namelijk dat veel waterinsecten slechte vliegers zijn en zich niet ver bij het water vandaan wagen. Ze komen nu alleen nog voor in kleine geïsoleerde populaties waar ze zich al die tijd hebben kunnen handhaven. De afstand tot herstelde beken is vaak onoverbrugbaar, van enkele tientallentot meer dan honderd kilometer.

Beekherstel
“Mijn onderzoek laat zien dat natuurherstel niet alleen gaat om leefgebieden en waterkwaliteit, maar juist om het actief herstellen van populaties en ecologische functies.”
- Ralf Verdonschot
- senior onderzoeker Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research
Van kennisontwikkeling naar praktijk
Een succesvolle herintroductie van een soort vraagt om meer dan alleen het uitzetten van de diertjes. Het is het resultaat van een zorgvuldig opgebouwd proces.
In 2012 werd begonnen met een onderzoek voor het kennisnetwerk OBN Natuurkennis. Hierbij werd een afwegingskader opgesteld voor herintroducties van macrofauna en voor het uitvoeren van praktijktests.
In 2014 is er als experiment een bijzondere soort kokerjuffer in de Heelsumse beek uitgezet, die hoge eisen stelt aan de waterkwaliteit. De ontwikkeling van deze populatie is gedurende tien jaar gemonitord. Dit herintroductie-experiment bleek zeer succesvol; in de loop van de jaren heeft de soort er een grote populatie opgebouwd die tot op de dag van vandaag floreert.
Omdat er wereldwijd nog weinig ervaring bestaat met dit type herintroducties, is het hele proces nauwkeurig gedocumenteerd. Dit heeft in binnen- en buitenland als vliegwiel gefungeerd voor aandacht voor herintroducties.
In 2023 kreeg het herintroduceren van macrofauna een grootschaliger praktijktoepassing in een project met waterschap Aa en Maas, waterschap de Dommel en waterschap Brabantse Delta. Daarbij voerden onderzoekers een verkenning uit om vast te stellen welke verdwenen soorten macrofauna zich lenen voor herintroductie in de beken in Noord-Brabant. Dit leidde tot een selectie van beken die mogelijk geschikt zouden zijn.
Als vervolg op deze verkenning zijn er in 2025 samen met de Brabantse waterschappen en de HAS Green Academy uitgebreide overlevingsexperimenten uitgevoerd met twee geselecteerde soorten: de beeksteenvlieg en de bruintiphaft. Er zijn geschikte uitzetlocaties voor de dieren gekozen, waarna beide soorten in maart 2026 daadwerkelijk zijn uitgezet in vijf Brabantse beken.
Van de Veluwe naar Brabantse beek

Levende meetinstrumentjes
De beeksteenvlieg en de bruintiphaft zijn kleine insecten, maar ze zijn van onschatbare waarde voor het ecosysteem. Ze breken plantenmateriaal af dat in de beek terechtkomt door het te versnipperen met hun kaken, vergelijkbaar met hoe zebra’s en gnoes op de savanne de vegetatie kort houden. Als een leger onvermoeibare werkers helpen ze mee om de beek schoon te houden en het ecologisch evenwicht te bewaren. Bovendien zijn het levende meetinstrumentjes: hun aanwezigheid laat zien of het water in onze beken schoon en leefbaar is. Ook vormen ze een belangrijke voedselbron voor vissen en dieren in het beekdal, zoals vogels en vleermuizen.

Vangen en selecteren
Om dieren te verkrijgen voor de herintroductie in Brabant zijn er nimfen (larven) van de beeksteenvlieg en bruintiphaft verzameld in beken op de Veluwe. Daar komen deze soorten lokaal in grote aantallen voor, waardoor individuen kunnen worden verzameld zonder grote impact op de populatie.

Uitzetten
Na het verzamelen zijn de nimfen getransporteerd en tijdelijk opgeslagen, waarna ze de volgende dag zijn uitgezet in de Roovertsche Leij, Groote Beerze, Oeffeltse Raam, Astense Aa en de Chaamse beken.

Monitoring
Na het uitzetten is monitoring erg belangrijk. Het vastleggen van de populatieontwikkeling in de eerste jaren na het uitzetten geeft niet alleen inzicht in het succes van het project, maar levert ook waardevolle ecologische informatie op die weer bruikbaar is voor andere projecten.
Herintroductie als graadmeter voor beekherstel
De komende jaren moet blijken of de herintroductie van de beeksteenvlieg en bruintiphaft in de Brabantse beken net zo’n succes wordt als de herintroductie van de kokerjuffer. Daarom volgt Wageningen University & Research de ontwikkelingen op de voet. Slaagt de herintroductie, dan laat dat zien dat de inzet van waterbeheerders voor beekherstel en waterkwaliteit werkt, en biodiversiteitsverlies uit het verleden om te buigen is.
Vragen over dit project?
Ralf Verdonschot is senior onderzoeker Zoetwaterecosystemen bij Wageningen Environmental Research en werkt al meer dan tien jaar aan oplossingen voor de herintroductie van macrofauna. Neem voor vragen over dit project contact met hem op.

