Ga naar de inhoud
Impact story

Inspirerende mensen @WUR: Inga Winkler

Inga winkler
Leider van het PERIODS-onderzoeksproject

“Ik ben me er natuurlijk van bewust dat veel samenlevingen steeds meer gepolariseerd raken en dat al het werk op het gebied van gender op stevig verzet stuit. Hierdoor worden feministisch onderzoek en mobilisatie echter des te belangrijker”

In de onderzoekswereld is menstruatie lange tijd verwaarloosd. Maar voor Inga Winkler, leider van het PERIODS-project, hangt dit onderwerp nauw samen met gendergelijkheid en mensenrechten.

Wageningen University & Research zet zich in voor inclusie, diversiteit en gelijke kansen, omdat wij ervan overtuigd zijn dat dit bijdraagt aan beter onderzoek en beter onderwijs. Inspirerende mensen reageren in interviews op vragen over diversiteit en inclusie.

De onderzoeksagenda van Inga Winkler bevindt zich op het raakvlak van mensenrechten, volksgezondheid en genderrechtvaardigheid. Ze is geïnteresseerd in onderwerpen die als taboe worden beschouwd, met name sanitaire voorzieningen en menstruatie, maar haar onderzoek reikt verder, bijvoorbeeld naar water, eten en voeding.

Toen Inga Winkler haar onderzoek naar menstruatie begon, dacht ze aanvankelijk dat het een nicheonderwerp zou zijn, waarover ze één artikel zou schrijven om zich daarna te richten op 'grotere' kwesties. "Maar ik had het mis. Het gaat om zoveel meer dan alleen menstruatie zelf. Het gaat om alles wat wij als samenleving verbinden met menstruatie, de hele sociaal-culturele constructie eromheen. Ik doe al bijna 15 jaar onderzoek naar menstruatie, en ik geloof niet dat ik er al klaar mee ben. Als ik naar de toestand in de wereld kijk, zal onderzoek naar genderrechtvaardigheid zeker niet overbodig worden."

Hoe zou je je carrière tot nu toe omschrijven?

"Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in mensenrechten, en dan met name economische, sociale en culturele rechten, en de raakvlakken met genderrechtvaardigheid. Mijn onderzoeksonderwerpen zijn vrij gericht, maar wat betreft de instellingen waar ik heb gewerkt, is mijn carrièreverloop minder rechtlijnig verlopen. En dat is een goede zaak. Ik had mijn vroege werk bij de Verenigde Naties, waarbij ik veel directer in een beleidscontext werkte, niet willen missen. In 2016 kwam ik terecht in de academische wereld. Ik werkte aan Columbia University in de Verenigde Staten en daarna aan de Central European University in Wenen. Ik denk dat die verschillende instellingen goede invalshoeken bieden. Ik zou hier niets van willen missen."

Je was al vanaf het begin van je carrière geïnteresseerd in mensenrechten?

"Lang geleden studeerde ik rechten. En ik heb altijd al geweten dat ik richting internationaal recht en mensenrechten wilde. In mijn promotietraject heb ik mij gericht op het mensenrecht op water. Sindsdien houd ik mij alleen maar bezig met mensenrechten."

Water is een fundamenteel onderwerp. Is het daarom voor jou zo interessant?

"Wat we een 'watercrisis' noemen, is eigenlijk een crisis van ongelijke toegang tot water. Water gaat over ongelijkheid, over verschillen in de samenleving. Hoe waarderen we het, hoe wordt het verdeeld, hoe wordt de prijs bepaald, wie heeft er toegang toe, wie niet? Vanuit de invalshoek van mensenrechten staan die kwesties echt op de voorgrond. Daarom is het voor mij zo interessant.
In de VS heb ik veel samengewerkt met sociale bewegingen die zich inzetten voor rechtvaardigheid op het gebied van water en sanitaire voorzieningen. Begrijpen hoe zij wateronzekerheid ervaren, hoe zij hun uitdagingen kaderen en hoe dit van invloed is op belangenbehartiging: dat vormt de kern van dit onderzoek. Ik breng graag onderzoek en belangenbehartiging samen, en ik denk dat ik daar een bijdrage aan kan leveren."

Op je profielpagina staat dat onderwerpen die als taboe worden beschouwd je interesse hebben gewekt. Hoe komt dat?

"Voor mij zijn dit vragen die fascinerend zijn om uit te zoeken. Bovendien heeft wat we als taboe beschouwen veel te maken met de machtsverhoudingen in de samenleving. Waarom rust er op menstruatie een taboe en waarom stigmatiseren we menstruatie? Het aanpakken van menstruatiekwesties begint met het vergroten van het bewustzijn, door ervoor te zorgen dat we openlijk over menstruatie praten en het niet verbergen. De gevolgen op het gebied van gezondheid, werk en onderwijs zijn enorm. Wanneer mensen in Nederland door menstruatiepijn niet naar hun werk kunnen en zich ziek moeten melden, doen ze vaak alsof ze hoofdpijn hebben of iets anders, maar ze vertellen nooit dat menstruatiepijn de oorzaak is. Uit onderzoek blijkt dat slechts 20 procent van de vrouwen hun werkgever durft te vertellen dat ze last hebben van menstruatiepijn. Om hier verandering in te brengen, moeten we de instellingen waar we werken en de plekken waar we wonen veranderen. Er is structurele verandering nodig om ervoor te zorgen dat niemand wordt benadeeld vanwege menstruatie."

"Velen van ons krijgen te maken met seksistische en denigrerende opmerkingen, worden gekleineerd, en er wordt aangenomen dat we ons werk niet goed kunnen doen, dat we 'labiel' zijn of 'niet geschikt' voor de baan. We zien de gevolgen in de vorm van de hardnekkige loonkloof tussen mannen en vrouwen, het feit dat vrouwen minder vaak promotie krijgen en minder vertegenwoordigd zijn in hogere functies. Dat komt niet alleen door het stigma rond menstruatie, maar ik denk wel dat het feit dat menstruatie wordt gestigmatiseerd, veel van deze problemen verder versterkt. Een belangrijk onderdeel van ons onderzoek bestaat uit het ontrafelen hoe deze taboes en stigma's de samenleving beïnvloeden."

Denk je dat je erin slaagt het stigma te verminderen of ervoor te zorgen dat er vrijer kan worden gesproken over menstruatie?

"Ik denk dat er de afgelopen tien jaar een enorme verschuiving heeft plaatsgevonden. Toen ik vijftien jaar geleden begon met mijn onderzoek naar menstruatie, voelde het heel erg eenzaam. Sinds de jaren zeventig waren er al enkele baanbrekende onderzoekers, maar het was een heel klein vakgebied. Dat is zeker veranderd. Er is veel interesse onder promovendi, afgestudeerden en jonge onderzoekers. Wat de media betreft, zijn er allerlei kanalen die aandacht besteden aan menstruatie, of het nu gaat om vrouwenbladen of dagbladen. Natuurlijk is een groot deel van de berichtgeving nogal oppervlakkig en worden hierin de stereotypen versterkt, maar activisten op het gebied van menstruatie blijven zich hiervoor inzetten."
"Laatst schreef een studente met wie ik contact had gehad me dat ze ervoor had gezorgd dat er in alle toiletten van haar instelling menstruatieproducten beschikbaar zijn. Ze bedankte me voor het op gang brengen van dat gesprek. Juist deze kleine tekenen van positieve verandering zorgen ervoor dat ik door blijf gaan."

Er is pas sinds kort aandacht voor specifieke gezondheidsproblemen van vrouwen.

"Als we naar de gezondheid van vrouwen in bredere zin kijken, zien we dat dit onderwerp al heel lang aan de kant wordt geschoven. Tijdens veel van het vroegere medische onderzoek werd ervan uitgegaan dat vrouwen in feite 'kleine mannen' zijn. Vrouwen werden in het verleden uitgesloten van zoveel medische onderzoeken. En dat verandert maar heel langzaam. Er zijn veel aandoeningen die heel verschillende gevolgen hebben voor mannen en vrouwen. Er is nu steeds meer aandacht en ons onderzoek naar endometriose draagt daaraan bij. We worden echter nog steeds geconfronteerd met de gevolgen van deze eeuwenlange verwaarlozing. We hebben nog veel werk te verzetten."

Word je hier pessimistischer van of juist actiever?

"Ik ben een optimist. Ik neig ernaar om positieve veranderingen te zien. Ik kijk naar alle grassroots-bewegingen, naar de activisten die zich inzetten voor genderrechtvaardigheid, mensenrechten en met name menstruatieactivisme. Ze blijven erin geloven dat ze positieve verandering teweeg kunnen brengen en ze blijven optimistisch, ondanks alle achteruitgang waarmee we te maken hebben. Als ik iets kan bijdragen om hun werk te versterken en te ondersteunen, dan doe ik dat graag. Maar ik ben niet naïef. Ik ben me er natuurlijk van bewust dat veel samenlevingen steeds meer gepolariseerd raken en dat al het werk op het gebied van gender op stevig verzet stuit. Hierdoor worden feministisch onderzoek en mobilisatie echter des te belangrijker."

Beschouw je jezelf meer als wetenschapper of meer als activist?

"Als je er een etiket op wilt plakken, dan is het een wetenschapper-activist. Ik ben nu veel meer in de academische wereld verweven dan vroeger, en daar ben ik blij om. Ik heb er heel bewust voor gekozen om naar Wageningen te komen. Ik had nog niet eerder in mijn carrière zoveel vrijheid om me echt te richten op de zaken die ik belangrijk vind. Ik vind het fijn om de tijd te hebben om zaken te overdenken en om te lezen en te schrijven. Een deel van het onderzoek gaat veel meer over fundamentelere vragen, over het begrijpen van iets waarvoor nog niet veel aandacht was.
Maar het grootste deel van wat ik doe, hangt samen met het werk van sociale bewegingen. Dus er is altijd die koppeling. Mijn ideale manier om onderzoek te doen is door dit te ontwikkelen samen met de mensen die ervan moeten profiteren. Onderzoek wordt zoveel zinvoller als je weet dat iemand baat heeft bij die bevindingen."

Als je Wageningen University bekijkt vanuit het perspectief van gendergelijkheid, vind je dan dat Wageningen het goed doet?

"In mijn ogen gaan er heel wat dingen echt goed, als we kijken naar de balans tussen werk en privéleven, de algemene verwachtingen rond de werkdruk en de mogelijkheid om ouderschapsverlof op te nemen. Dat is een groot pluspunt voor genderrechtvaardigheid. Maar er is ook nog veel dat we kunnen verbeteren. Zo is er, vergeleken met waar ik eerder heb gewerkt, op onderzoeksgebied verrassend weinig onderzoek naar gender. Ik ben er voorstander van om bij vrijwel elk onderzoek dat je doet een genderperspectief te hanteren, omdat er altijd wel een genderaspect is. Maar voor feministisch onderzoek is meer nodig dan alleen aandacht voor gender als onderzoeksonderwerp; het is van invloed op onze werkelijke onderzoekspraktijk, op hoe we onderzoek doen en wie erbij betrokken is. Ik zou daar graag meer toewijding bij zien."

De officiële visie van Wageningen University is dat het absoluut niet uitmaakt van wie je houdt, welke taal je spreekt, waar je geboren bent of wat je gelooft.

"Ik bekijk het vanuit de invalshoek van de mensenrechten, dus daar ben ik het natuurlijk mee eens. Maar tegelijkertijd denk ik niet dat het waar is. Gender, ras, religie, taal, etniciteit en seksualiteit zijn allemaal erg belangrijk. We kunnen alleen maar ingaan op het belang ervan als we erkennen dat mensen verschillende behoeften hebben en dat veel mensen te maken hebben met structurele achtergesteldheid. En dat is wat ik graag in een statement zou willen zien. We moeten kijken naar alle factoren die de identiteit van mensen bepalen. Vervolgens moeten we concrete stappen zetten om de discriminatie te doorbreken waarmee ze te maken hebben."

"Hiervoor is structurele verandering vereist, en daarvoor zijn inzet, beleid en middelen op hoog niveau nodig. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: er is een cultuuromslag nodig via een heleboel kleine dingen. Er zijn bijvoorbeeld best veel feestdagen in het voorjaar. De meeste hiervan zijn christelijke feestdagen. We houden nooit rekening met feestdagen van andere religies. In veel opzichten is Wageningen een internationaal instituut, maar in andere opzichten ook weer niet. We moeten beter ons best doen om de uitdagingen, microagressies en het alledaagse racisme te begrijpen en aan te pakken waarmee zowel buitenlandse studenten als medewerkers te maken hebben. We moeten meer ondersteuning gaan bieden, zoals steun van leeftijdsgenoten, mentorschap en ruimten waar deze ervaringen kunnen worden besproken."

"Als ik naar mijn eigen onderzoek kijk, welke voorzieningen zouden we dan nodig hebben voor mensen die menstrueren of voor mensen die in de perimenopauze of menopauze zitten? We kunnen en moeten vele kleine stappen nemen om Wageningen inclusiever te maken. Dat begint met weten waar mensen vandaan komen, welke voorzieningen ze nodig hebben, met welke structurele achterstand ze te maken hebben en welke maatregelen nodig zijn om deze weg te nemen. En we kunnen allemaal een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van hoe we Wageningen als instelling willen zien."