Zo kan WUR nog duurzamer omgaan met energie

Wageningen University & Research (WUR) is al negen jaar op rij uitgeroepen tot duurzaamste universiteit van de wereld. We verbruiken steeds minder gas en stroom en wekken meer groene energie op. Toch moeten we rekening houden met stevige uitdagingen op de route naar CO2-neutraliteit in 2050.
We spreken hierover met Wouter van Leeuwen, energiecoördinator bij het Facilitair Bedrijf (FB), bij Impulse op de Wageningen Campus. Van Leeuwen houdt zich bezig met alle vastgoedzaken die met energie te maken hebben, zoals de verduurzaming van gebouwen en de inkoop van gas en stroom. Zo adviseerde hij in een vroeg stadium over de zonnepanelen op het dak van Impulse.
Meer duurzame energie, minder verbruik
WUR heeft een ambitieuze routekaart opgesteld voor energiebesparing: onze energievoorziening moet in 2050 CO2-neutraal zijn, en op de weg daarnaartoe liggen meerdere tussendoelen. Zo streven we naar 72% minder uitstoot van broeikasgassen en 55% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2005. Deze tussendoelen zijn op korte termijn haalbaar; op langere termijn staat de ambitie onder druk.
‘Toen ik hier in 2020 kwam werken, gebruikte WUR ruim 7 miljoen kuub gas per jaar’, zegt Van Leeuwen. ‘Dat is inclusief onze locaties buiten Wageningen, zoals de kassen in Bleiswijk en de HCU in Lelystad. Nu zitten we op 4 tot 4,5 miljoen kuub. Vooral de campus is een veel minder grote gebruiker geworden, met dank aan de WKO-ring.’ Met deze Warmte Koude Opslag wordt thermische energie 90 meter onder de grond opgeslagen in een waterhoudende laag. ’s Zomers worden gebouwen op de campus gekoeld met koud water. In de winter worden ze juist verwarmd met warmer water, in combinatie met een warmtepomp. ‘Vanaf 2026, met de oplevering van Cibia, zijn bijna al onze gebouwen op de campus aangesloten op de WKO-ring.’
Op bijna alle geschikte daken liggen inmiddels zonnepanelen. ‘In Randwijk, op de locatie van Wageningen Plant Research waar fruit wordt geteeld, liggen bijvoorbeeld heel veel panelen. Zo wekken we op verschillende locaties in het land veel zonnestroom op, gelijk aan 7 tot 8% van ons totale energieverbruik.’ Ook in Lelystad wordt groene stroom opgewekt door een groot aantal zonnepanelen en door 26 windmolens die rechtstreeks aan het stroomnet leveren. De windmolens leveren elk jaar zo’n 65 miljoen kWh, evenveel als de energie die 24.000 huishoudens jaarlijks gebruiken. De stroom die WUR nog inkoopt bij energieleveranciers is altijd afkomstig uit duurzame bronnen, opgewekt in Nederland.
Verder werkt WUR al jaren aan de verduurzaming van gebouwen, zegt Van Leeuwen. ‘In elk gebouw nemen we de komende anderhalf jaar vijf tot tien maatregelen. Die hebben vooral met verlichting te maken: overstappen op ledlampen, bewegingssensoren waarmee lampen automatisch uitgaan, dat soort dingen. Dat doen we in goede samenwerking met de locatiemanagers van die gebouwen.’ Daarnaast werden de afgelopen jaren veel gebouwen op de campus gesloten rond de kerstperiode, om energie en kosten te besparen.

In deze video zie je hoe WUR met onder meer zonnepanelen, groene daken, en een Warmte Koude Opslag werkt aan de energietransitie.
Duurder en minder beschikbaar
Het zal de komende jaren echter niet makkelijk worden om de groene ambities van WUR te realiseren. ‘Iedereen vindt het normaal dat er altijd stroom is, maar dat is niet meer vanzelfsprekend’, waarschuwt Van Leeuwen. ‘De komende jaren hebben we te maken met netcongestie, ook op de campus. Het stroomnet zit vrijwel vol. Daar anticiperen we nu al op, bijvoorbeeld door gasketels te laten hangen zodat we warmtepompen eventueel uit kunnen zetten tijdens piekmomenten, maar dat is natuurlijk wel een minder duurzame oplossing.
‘Vanuit onze duurzaamheidsambities zouden we dat soort maatregelen natuurlijk liever niet nemen’, vervolgt Van Leeuwen. In zijn werk ziet hij vaak een spanningsveld tussen de factoren beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. ‘We hebben een goed beeld van de ontwikkeling van WUR, en daarmee ook van ons stroomverbruik en de gevolgen daarvan voor netcongestie. We weten nu al dat zonder verdere maatregelen te treffen niet zomaar aan alle wensen kan worden voldaan.’
Ook de factor betaalbaarheid kan ten koste gaan van duurzaamheid. De kosten van elektriciteit en gas zijn hard gestegen: tussen 2022 en 2023 werd de energierekening van WUR vier keer zo hoog. Inmiddels zijn de energiekosten weer flink gezakt, maar nog steeds ruimschoots boven het niveau van voor 2022. ‘Dat maakt het extra belangrijk om duurzame stroom op te wekken. Diversificatie van ons stroomaanbod geeft meer zekerheid en maakt ons minder afhankelijk van prijsfluctuaties als gevolg van geopolitieke onrust.’
Bij de aanpak van deze uitdagingen kan Van Leeuwen gebruik maken van alle wetenschappelijke kennis die WUR in huis heeft over de energietransitie. Namens FB is hij aangesloten bij de Wageningen Energy Alliance, een samenwerkingsverband van bijna honderd WUR-onderzoekers die zich bezighouden met energie. Zij gebruiken de Energy Alliance om kennis over (duurzame) energie met elkaar te delen. Uit dit samenwerkingsverband is bijvoorbeeld het zonneveld aan de Kielkampsteeg tot stand gekomen, waar onderzoek wordt gedaan naar onder andere de invloed van zonnepanelen op de bodemkwaliteit. ‘We bekijken altijd of we bedrijfsvoering en onderzoek dichter bij elkaar kunnen brengen’, zegt Van Leeuwen. Hij deelt zijn kennis over energiebeleid ook met studenten, door elk jaar gastlessen te geven aan bachelor- en masterstudenten.

Wouter van Leeuwen bij Impulse, waar zonnepanelen op het dak worden gelegd.
Foto: Guy Ackermans
Wat kun jij doen?
Van Leeuwen en zijn collega’s werken ook aan het creëren van bewustwording binnen de organisatie. Om de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid concreter te maken, is er voor ieder organisatie-onderdeel van WUR een poster gemaakt die inzicht geeft in onder meer de CO2-uitstoot en de afvalstromen. ‘Zo’n poster is een mooie aanleiding om met de collega’s in de betreffende gebouwen in gesprek te gaan. Daarmee zetten we mensen aan het denken over wat ze zelf kunnen doen om onze doelen te bereiken’, zegt Van Leeuwen.
Medewerkers kunnen zelf ook bijdragen aan het verminderen van energieverbruik op de werkvloer, zegt Van Leeuwen: ‘Denk aan kleine dingen, zoals af en toe vriezers ontdooien en schoonmaken en apparaten uitzetten om sluipverbruik tegen te gaan. Maar we kunnen ook kijken naar werkprocessen die veel energie kosten. In sommige vrieskasten is de temperatuur -80 graden. Zou je met -70 hetzelfde kunnen bereiken? En in veel laboratoria wordt de lucht iedere vijf uur ververst, ook ’s nachts en in het weekend. Dat zou je anders kunnen inrichten. We moeten allemaal vaker stilstaan bij dit soort overwegingen.’
Duurzame bedrijfsvoering
In een reeks verhalen vertellen medewerkers van het Facilitair Bedrijf WUR (FB) hoe zij werken aan duurzame bedrijfsvoering. Met andere woorden: hoe WUR ook zelf zo duurzaam en sociaal mogelijk opereert. Denk aan onderwerpen als: groen op de campus, de energietransitie van WUR, gezonde en duurzame catering, duurzame IT en inclusiviteit. Zo werkt WUR via haar eigen bedrijfsvoering aan een leefbare planeet voor ons allemaal. Meer informatie en alle verhalen vind je op: Duurzame bedrijfsvoering.
Heb je een vraag?
Stel je vraag over aan onze expert:


