Eindgebruiker bepalend bij het ontwikkelen en verspreiden van nieuwe bestrijdingsmiddelen tegen ziekten en plagen

Project

Eindgebruiker bepalend bij het ontwikkelen en verspreiden van nieuwe bestrijdingsmiddelen tegen ziekten en plagen

Fruitonderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) maken deel uit van het Europese ‘EMPHASIS’ project. EMPHASIS heeft als doel het verbeteren van de bestrijding van in- en uitheemse ziekten, plagen, en onkruiden in zowel natuurlijke ecosystemen als in bestaande landbouwsystemen. WUR onderzoekers zullen hierbij focussen op de plagen Chalara fraxinea (essentaksterfte) en Cydia pomonella (fruitmot).

Betere en duurzamere bestrijdingsstrategieën verbeteren de voedselveiligheid zonder dat ecosystemen in gevaar worden gebracht. In het project wordt gestreefd naar een goed begrip tussen onderzoekers en eindgebruikers, waardoor de projectresultaten ook echt relevant zullen zijn voor de eindgebruiker.

Essentaksterfte en fruitmot

In het EMPHASIS-project levert WUR praktische kennis over milieuvriendelijke oplossingen voor het opsporen en bestrijden van de ziekten en plagen. Er wordt door de WUR gefocust op twee specifieke plagen. Chalara fraxinea is een schimmel die leidt tot essentaksterfte, en heeft al tot groot bosverlies geleid. Zo is in Litouwen het essenbosgebied geslonken van 53.000 hectare in 2001, tot 38.000 hectare in 2009, en worden er in Denemarken niet eens meer essenbomen geplant. EMPHASIS gaat op zoek naar essensoorten die bestendig zijn tegen Chalara fraxinea.

De tweede soort waar WUR onderzoekers op zullen focussen is de fruitmot (Cydia pomonella). De larven van deze fruitmot wroeten een weg door de vruchten van onder andere appel-, peer-, en walnootbomen, en is resistent tegen sommige pesticiden. Er wordt een alternatieve bestrijdingstoepassing ontwikkeld om feromonen die de vrouwtjes aanmaken actief te verspuiten op het juiste moment in plaats passieve verdampers waarbij het toepassingsmoment niet gekozen kan worden. WUR zal kijken hoe goed deze manier om de mannetjes te verwarren werkt.

Doelen

In het algemeen is het doel om innovatieve maar praktische oplossingen en producten te leveren om plagen te voorspellen, te voorkomen en aan te pakken. Dit moet economisch voordeel gaan opleveren zonder dat het milieu (meer) belast wordt. De effectiviteit van deze oplossingen en producten zullen worden beoordeeld, gevalideerd en overgebracht door een nauwe samenwerking met eindgebruikers.

Bij het zoeken naar nieuwe bestrijdingsmethoden van Chalara fraxinea en Cydia pomonella wordt er in het algemeen gestreefd naar:

1. Gedeeld begrip tussen onderzoekers en belanghebbenden. Dit zorgt er voor dat het onderzoek dat gedaan wordt ook daadwerkelijk relevant is voor de eindgebruikers.

2. Vertaling van de onderzoekresultaten naar praktische oplossingen voor geïntegreerde gewasbescherming (Integrated Pest Management, IPM). Veldproeven op locatie en het testen van hulpmiddelen zullen leiden tot oplossingen die direct toegepast kunnen worden.

3. Vermenigvuldiging van onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten. Innovaties worden direct geïmplementeerd waardoor ze commercieel en maatschappelijk meteen van belang zijn en onderzoek en ontwikkeling meteen door kunnen lopen.

Aanpak

Eerst wordt op kleine schaal de praktische oplossing of product (door)ontwikkeld. De tweede stap is om de oplossing of het product in samenwerking tussen onderzoeker en eindgebruiker te optimaliseren. Vooral de demonstraties bij eindgebruikers van praktische oplossingen is hierbij belangrijk. Hierdoor kan er feedback gegeven worden en ontstaat een bottom-up aanpak: de wensen van de eindgebruikers bepalen de inhoud van het project.

Om de interactieve aanpak mogelijk te maken worden de volgende taken uitgevoerd:

1. Proeven op kleine schaal om nieuwe interessante resistente rassen selecteren, om de werking van producten te optimaliseren of om nieuwe technieken/producten te ontwikkelen.

2. Veldproeven op locatie om mogelijke oplossingen voor ziekte- en plaagbestrijding te testen en aan te passen nadat die op kleine schaal effectief bleken.

3. Veldtraining met de boeren, telers en groenbeheerders. Omdat de eindgebruikers zelf deel uitmaken van de oplossing zal dit leiden tot meer draagvlak. Daarbij zullen de eindgebruikers zelf aan anderen uitleggen hoe de nieuwe oplossingen werken en gebruikt moeten worden. Op deze manier beïnvloedt de eindgebruiker zelf hoe oplossingen het beste uitgelegd en toegelicht kunnen worden. Dit is gunstig omdat andere eindgebruikers adviezen van collega’s eerder zullen accepteren dan die van adviseurs en/of onderzoekers.

4. Innovatiemanagement en productontwikkeling. Bedrijfsplannen worden opgezet om innovaties snel voor iedereen beschikbaar te maken.

De specifieke focusonderwerpen van WUR onderzoekers worden als volgt aangepakt:

1. Voor essentaksterfte (Chalara fraxinea) zal er gezocht worden naar essensoorten die niet gevoelig zijn voor Chalara fraxinea besmetting. Hiervoor zullen alle beschikbare essensoorten getest worden op resistentie tegen Chalara fraxinea. De zaden van de meest bestendige soorten worden verzameld en bewaard voor verdere testen in later onderzoek, en zullen uiteindelijk op de markt gebracht worden.

2. Cydia pomonella bestrijding met feromonen is afhankelijk van hoe goed de verspreiders van de feromonen werken. WUR zal focussen op de typen verspreiders, de aantallen verspreiders per hectare, en de hoeveelheid en timing van vrijgelaten feromonen, afhankelijk van verschillende weerstypen en positie in het veld.

Resultaten

Over alle proeven worden rapportages opgesteld zodat er uiteindelijk nieuwe bestrijdingsstrategieën beschikbaar zullen zijn om essentaksterfte en aantastingen door fruitmotten te voorkomen. Daarnaast zorgen kant-en-klare bedrijfsplannen voor een goede verspreiding van de ontwikkelde innovaties. Daarbij wordt zowel rekening gehouden met commerciële belangen als de belangen voor de eindgebruiker.