Ga naar de inhoud
Client testimonial

Gras raffineren als sleutel tot een duurzamere melkveehouderij

Rieks Smook
CEO van Grassa
Grassa produceert eiwit uit gras

“Een gevalideerde route is ons meer waard dan een te optimistische berekening.”

Nederlandse bedrijven importeren soja van de andere kant van de wereld, terwijl er hier een vergelijkbare eiwitbron voor het grijpen ligt: graseiwit. Winning van dat eiwit zorgt bovendien voor een aanzienlijke stikstofreductie in de mest van koeien. Rieks Smook van Grassa, CEO van Grassa: ‘Met zestig procent van het Nederlandse grasareaal kunnen we zoveel graseiwit produceren dat we het gehele Nederlandse sojagebruik voor veevoer kunnen vervangen.’ Wageningen University & Research helpt de ondernemer aan gevalideerde cijfers voor een realistisch verhaal. 

Grassa, opgericht in 2014, verwerkt weidegras tot hoogwaardige producten: eiwitrijke componenten als duurzaam alternatief voor soja, een prebiotische suiker die de darmgezondheid ondersteunt en plantaardige meststof. Graseiwit bevat zeventien procent meer essentiële aminozuren dan soja en is al inzetbaar voor het voeden van varkens, kippen, vis en huisdieren. Voor menselijke consumptie loopt momenteel een goedkeuringsprocedure bij EFSA.

Raffinage maakt van gras dus een opmerkelijk veelzijdig gewas. Maar de weg van technologische ontwikkeling naar praktijk is lang. 'Wat ontbrak, waren harde cijfers over wat grasraffinage doet met de nutriëntenkringloop en de bedrijfseconomie van een melkveebedrijf. Een melkveehouder wil daar inzicht in hebben voordat hij meedoet,’ aldus Rieks Smook. 

Van broodjeslunch naar wetenschappelijk model

Smook verhuisde twee jaar geleden met Grassa van Venlo naar Wageningen Campus, aangetrokken door de nabijheid van kennis en onderzoek. Tijdens een ontmoeting met Gert van Duinkerken, directeur van Wageningen Livestock Research, borrelde bij het duo een onderzoeksvraag op.


Uit een eerdere gezamenlijke studie bij het Wageningse innovatiecentrum Dairy Campus was naar voren gekomen dat je vijftig procent van het eiwit uit gras kunt halen en de resterende vezels, het zogenaamde ‘ontsloten gras’ nog steeds aan koeien kunt voeren. Bij vervanging van een deel van het ‘gewone voer’ door de grasvezels, blijven de koeien dezelfde hoeveelheid en kwaliteit melk produceren. Ze stoten daarbij echter minder stikstof en fosfaat uit via mest en urine. De logische vervolgvraag was: Wat betekent dat concreet voor de nutriëntenkringloop en de economie van een melkveebedrijf? Van Duinkerken stelde voor deze vraag samen op te pakken.

Dat Smook snel ja kon zeggen op het voorstel, was te danken aan een nieuwe mkb-regeling waarvoor TKI Agri&Food afgelopen najaar een pilot was gestart samen met Wageningen University & Research. Een regeling die precies dit type praktijkgericht onderzoek mogelijk maakt voor kleine bedrijven. 'Onderzoeksvragen als deze zijn interessant, maar je vindt er als klein bedrijf niet zomaar de financiering voor. Zonder de pilot hadden we onze vraag niet kunnen beantwoorden.' Van Duinkerken vult aan: 'Dat Rieks en ik in de zomervakantie energie hebben gestoken in het schrijven van een projectvoorstel zegt al genoeg. We zijn blij met zulke instrumenten die samenwerking tussen bedrijfsleven en onderzoek mogelijk maken.'

Rekenen en valideren

Wageningen Livestock Research voerde in het project, dat liep van september 2025 tot januari 2026, modelberekeningen uit voor drie typen melkveehouderijen: een intensief bedrijf op klei, met zowel gras als mais in het bouwplan; een extensief grasbedrijf op veengrond; en een extensief bedrijf op zandgrond, met zowel gras als mais in het bouwplan.

Het rekenwerk gebeurde met het Bedrijfsbegrotingsprogramma Rundveehouderij (DairyWise). De onderzoekers brachten de effecten van grasraffinage op stikstof- en fosfaatstromen en broeikasgassen per bedrijfstype in kaart, en deden ook een verkennende economische analyse. De berekeningen zijn geijkt aan de Kringloopwijzer en de bedrijfsspecifieke excretie (BEX) administratie. Deze instrumenten zijn ontwikkeld door Wageningen University & Research en worden door veel melkveehouders dagelijks gebruikt. 'Daarmee landen de uitkomsten van ons onderzoek direct op de boerderij', zegt Van Duinkerken.

Eerlijke cijfers, bruikbare resultaten

Een kernvraag van Grassa was hoeveel stikstof en fosfaat er via het grasraffinageproces daadwerkelijk van het erf verdwijnt. 'De eigen berekeningen die we vooraf hadden gemaakt, bleken te rooskleurig', zegt Smook. Het gevalideerde model liet zien dat er iets meer stikstof in de mest achterblijft dan gehoopt. 'Jammer, maar ik ben blij dat de methode nu goed staat. Een gevalideerde route is ons meer waard dan een te optimistische berekening.'

Tegelijkertijd bracht het rekenmodel onverwachte kansen aan het licht: grasraffinage levert ook aan de krachtvoerkant kostenbesparingen op, doordat de eiwitarme vezels het rantsoen efficiënter maken: dure componenten van het krachtvoer kunnen mogelijk vervangen worden door zelf geproduceerd, ontsloten gras. Van Duinkerken: 'De milieu- en economische voordelen van grasraffinage zijn wat kleiner dan Grassa had verwacht. Maar onze berekeningen bevestigen wel dat hun denkrichting klopt. Grasraffinage is gunstig voor zowel milieu als bedrijfseconomie, en daarmee voor de praktijk een bruikbaar uitgangspunt.'

Wageningen als keurmerk

Voor Grassa is de samenwerking met Wageningen University & Research ook van strategisch belang. Smook: 'Als ontwikkelbedrijf zijn we sterk afhankelijk van investeerders en overheden. Die partijen hebben vertrouwen in onze aanpak, mede vanwege de betrokkenheid van Wageningen University & Research. Ze weten dat de kwaliteit van het onderzoek hier hoog is.’

De volgende stap is de doorvertaling naar de praktijk: Grassa gaat deze lente met vijftien melkveehouders in Kootwijkerbroek (Gelderland) aan de slag met grasraffinage. De real-time data die dat oplevert, worden langs het rekenmodel gehouden - en zo wordt de droom van Smook stukje bij beetje concreter. ‘Ik wil straks kunnen laten zien dat we met veertig procent van het Nederlandse grasareaal het mestoverschot oplossen en dat het alternatief voor soja gewoon al op de Nederlandse graslanden groeit, met de potentie om de gehele binnenlandse sojavraag te vervangen. Dat zijn statements die er voor overheden en investeerders toe doen.’

Zijn advies aan andere mkb-ondernemers: zorg dat je in contact staat met kennisinstellingen; niet als klant, maar als gelijkwaardige gesprekspartner. 'En kom hier op Wageningen campus wonen', grapt hij. Maar zijn punt is duidelijk.

Contact

Heeft u vragen over graseiwit? Vraag het aan onze expert.

ir. MGR (Miriam) Haukes

Marketing en communicatie Value Creation & Impact