Longread

Groen: goed voor de gezondheid

Een korte wandeling of juist uren zwerven door de natuur, samen groenten kweken in een buurtmoestuin of werken in een kantoor vol planten: groen voelt goed. En: groen ís goed. Contact met de natuur zorgt voor meer geluk en vermindert stress. Het bevordert vitaliteit, creativiteit en stimuleert ontmoetingen tussen mensen. Onderzoekers van Wageningen University & Research werken daarom aan verschillende projecten rond Groen voor Gezondheid.

Toen in de jaren '80 de relatie tussen groen en gezondheid werd onderzocht, waren de resultaten zo opmerkelijk dat toptijdschrift Science (1984) er plaats voor inruimde. De Amerikaan Roger Ulrich liet zien dat patiënten die na een galblaasoperatie uitzicht hadden op groene bomen sneller herstelden dan zij die op een stenen muur uitkeken. Deze studie was het startschot voor vele onderzoeken naar de helende werking van de natuur. ‘Ook Nederlands onderzoek wijst uit: wie in een groene woonomgeving leeft, voelt zich vaker gezonder en is minder vaak ziek. Groen vermindert stress, bijvoorbeeld doordat van alleen al het zien van natuur een rustgevend effect uitgaat. Groen stimuleert ontmoetingen tussen mensen en zorgt voor gevarieerder spel van kinderen,’ zegt onderzoeker Sjerp de Vries. ‘Zo hebben kinderen in groene wijken bijvoorbeeld vijftien procent minder vaak last van overgewicht.’

Groen en gebruik van ADHD-medicatie door kinderen

Hoe groener de woonomgeving, hoe minder kinderen van vijf tot twaalf jaar ADHD-medicatie gebruiken. Samen met twee onderzoeksinstituten op het gebied van gezondheid, het NIVEL en het Julius Centrum (UMC), heeft Wageningen University & Research gekeken naar de relatie tussen hoe groen de woonomgeving is en het gebruik van ADHD-medicatie zoals Ritalin. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens uit de Achmea Health Database over bijna 250.000 kinderen. De woonomgeving is gedefinieerd als een cirkel met een straal van 250 meter rondom de woning.

Hoe groener de woonomgeving, hoe lager het vóórkomen van het gebruik van ADHD-medicatie binnen deze leeftijdsgroep. De relatie bleek het sterkst in de armste buurten en afwezig in de rijkste buurten (gebaseerd op de WOZ-waarde van de woningen). Daarmee zijn de uitkomsten consistent met die van ander onderzoek, waarin het verband tussen de aanwezigheid van groen en gezondheid ook sterker bleek bij een lagere sociaaleconomische status.

Wilt u weten waarom kinderen in een groene omgeving minder ADHD-medicatie gebruiken? Lees: 'Meer groen, minder ADHD'.

Groen in de woonomgeving

Niet iedereen heeft gemakkelijk toegang tot een tuin, een park of straatgroen. Onderzoeker Jan Hassink: ‘Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een lage sociaaleconomische status, is het gebruik van groen belangrijk. Het verbetert hun gezondheid en welzijn. Toegang tot groen kan bijdragen aan het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Dat zijn verschillen in gezondheid en sterfte tussen mensen met een hoge en mensen met een lagere (sociaaleconomische) positie in de maatschappij. Maar deze laatste groep heeft vaak minder groen in de woonomgeving. En de kwaliteit en het onderhoudsniveau van het groen dat er is, is vaak lager, waardoor het effect van groen dat waarschijnlijk ook minder is. Daarbovenop komt dat deze groep ook een kleinere actieradius heeft en bijvoorbeeld minder vaak naar een verder weg gelegen bos gaat.'

In Arnhem en Nijmegen bekijken de onderzoekers daarom hoe ze, samen met inwoners, kwetsbare buurten zo kunnen vergroenen dat alle inwoners meer met groen in contact komen en het actief gebruiken. Onderzoeker Lenneke Vaandrager is projectleider van het consortium PARTIGAN: ‘We onderzoeken hoe inwoners parken gebruiken en waarderen. We volgen herinrichtingsprojecten waarbij straten worden vergroend. En we willen weten hoe inwoners groene burgerinitiatieven ervaren: we meten het effect op gezondheid en welzijn. Denk bijvoorbeeld aan een buurtmoestuin, opgezet door inwoners zelf, waar ze samen de handen uit de mouwen steken en met groenten en kruiden uit eigen tuin maaltijden bereiden. Wat we verwachten? Dat als mensen in de moestuin werken, ze meer sociale contacten krijgen, minder stress ervaren en zich gezonder voelen. Ze zullen ook gezonder leven omdat ze actiever bezig zijn en gezonder gaan eten.’

In het project ‘Een groene tuin, een gezonde tuin‘ wordt momenteel samen met het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL), gekeken of het hebben van een groene tuin bij huis samenhangt met de gezondheid van stadsbewoners. Projectleider Sjerp de Vries: 'De verwachting is dat het groen in de eigen tuin een relatief belangrijk deel van het lokale groenaanbod is, vanwege de nabijheid ervan en de speciale band met dit ‘eigen’ groen. Een aanvullende vraag is of de afwezigheid van dergelijk privégroen gecompenseerd kan worden door openbaar groen in de directe woonomgeving.' Voor een groot aantal gemeenten wordt momenteel per woonadres in kaart gebracht of er sprake is van een tuin aan huis, en zo ja, hoe groot en hoe groen die tuin is. Dit laatste gebeurt op grond van gedetailleerde luchtfoto’s. Diezelfde luchtfoto’s worden ook gebruikt om het overige groen in de directe woonomgeving in beeld te brengen. In een tweede stap worden deze groengegevens gekoppeld aan NIVEL-gegevens over de gezondheid van zo’n twee miljoen bewoners, waarna geanalyseerd kan worden of en welke verbanden er bestaan.

Gezond groen in en rond scholen

Niet alleen in Arnhem en Nijmegen zullen inwoners mogelijk actiever met de natuur bezig zijn en gezonder gaan eten. Kinderen in Amsterdam zien dagelijks hoe appels en peren groeien op het schoolplein en mogen zelf helpen bij het onderhoud van de bomen en het oogsten van het fruit. Hier is Wageningen University & Research betrokken bij Fruit4Schools, een initiatief dat maatschappelijke instanties, ouders en kinderen op een speelse en vooral natuurlijke manier in aanraking brengt met gezond voedsel. Basisscholen, lokale bedrijven, gemeenten en andere geïnteresseerden werken samen zodat op schoolpleinen fruit kan worden geproduceerd. Projectleider Marc Ravesloot: ‘Dit wordt gekoppeld aan milieueducatie: de kinderen eten het geteelde fruit in de klassen, zo nodig aangevuld door de lokale groenteman. Zo worden kinderen en hun ouders zich meer bewust van hoe onze dagelijkse voeding wordt geproduceerd en hoe gezonde voeding bijdraagt aan een gezonde levensstijl.’

Bekijk de video over Fruit4Schools:

Bij een gezonde levensstijl hoort ook genoeg bewegen. Verschillende scholen ondergaan daarom een metamorfose tot “Gezond Schoolplein.” Een plein waar je je kunt verstoppen in de bosjes, waar je over boomstammen kunt klimmen of met je laarzen in plassen kunt stampen. Kortom: waar kinderen de ruimte krijgen om te spelen in een uitdagende en groene omgeving. Wageningen University & Research heeft samen met TNO op vier basisscholen onderzoek gedaan naar het effect van deze herinrichting. De onderzoekers hebben gekeken naar de mate van lichamelijke activiteit, het cognitief functioneren, het sociale klimaat op het plein en in de klas en meer algemeen het sociaal-emotioneel welzijn van de kinderen. De uitkomst: volgens de kinderen wordt er minder gepest op het plein en staan er minder kinderen aan de kant in de pauze. Waarschijnlijk is dit vooral te danken aan de grotere variatie die de nieuwe pleinen bieden.

Groene gezonde zorg

Ook in de zorg ontstaat meer aandacht voor het belang van groen voor de gezondheid. Projectleider Jan Hassink: ‘Zo werken cliënten bijvoorbeeld bij zorgboerderijen, waarvan er inmiddels al 1200 in Nederland zijn. Ze voeren de dieren of werken in de moestuin. De boeren en boerinnen bieden de zorg. De rust en de ruimte van het platteland dragen bij aan het welzijn van deze mensen: ze ervaren minder stress, angst of pijn. Deze werkzaamheden zijn populair bij verschillende groepen cliënten zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychische problemen, kwetsbare ouderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Zo kunnen zij op een zinvolle manier meedoen met de samenleving.’

Hoeve Klein Mariëndaal, Arnhem. Foto: Roy Hendrikx
Hoeve Klein Mariëndaal, Arnhem. Foto: Roy Hendrikx


De onderzoekers willen weten hoe deelnemers en hun mantelzorgers deze vorm van zorg beleven. ‘Waar deelnemers vroeger werden opgevangen in zorginstellingen, vindt tegenwoordig de zorg voornamelijk thuis plaats. Dat kan alleen als de mantelzorgers worden ontlast, bijvoorbeeld door de beschikbaarheid van passende dagbesteding. Wij kijken samen met stakeholders naar de werkzame principes en aandachts- en verbeterpunten, die we gezamenlijk vertalen naar een kwaliteitskader voor de zorglandbouw,’ zegt Hassink.

Een zinvolle dagbesteding is ook belangrijk voor thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers. Volgens Vaandrager is het nu nog een probleem om iets passends te vinden. ‘Bij het zoeken naar dagbesteding kom je al snel uit op spelletjes en koffie. Veel mensen met dementie hebben juist baat bij iets anders. Ze worden gelukkiger als ze actief zijn, een groot gedeelte van de dag buiten zijn en zelf kiezen wat ze doen. We zien dat in de stad recentelijk verschillende groene initiatieven oppoppen: van tuinieren tot het verzorgen van dieren. Omdat dit een relatief nieuwe vorm van dagbesteding betreft is er nog maar weinig bekend over de diversiteit en waarde van deze groene initiatieven. Het doel van ons onderzoek is om na te gaan wat de kenmerken van groene initiatieven in stedelijke gebieden zijn en om te achterhalen wat de betekenis van deze groene initiatieven is voor mensen met dementie en hun mantelzorgers.’

Voorbeelden van groene dagbesteding in de stad en reacties van deelnemers

Pluktuin “Pluk de vruchten” in Nijmegen is een historische tuinderij met een boomgaard, kassen en moestuinen. De activiteiten draaien om gezond voedsel, bewegen en de natuur. Deelnemers (mensen met dementie) zaaien, planten, wieden en oogsten en helpen met het bereiden van maaltijden die ze gezamenlijk opeten. Het is een initiatief van een sociaal ondernemer.

Hoeve Klein Mariëndaal, Arnhem. Foto: Roy Hendrikx
Hoeve Klein Mariëndaal, Arnhem. Foto: Roy Hendrikx


Hoeve Klein Mariëndaal in Arnhem is een stadsboerderij met een tuinderij, bloemen- en kruidentuin, theeschenkerij en er lopen verschillende dieren rond waaronder een ezel, kippen en konijnen. Onder begeleiding van een creatief therapeut en vrijwilligers kunnen mensen met dementie kiezen uit verschillende activiteiten zoals tuinieren, wandelen en schilderen.

‘Ik sta hier in mijn laarzen gewoon lekker buitenwerk te doen, als een soort boer. Met een schop en een schep. En dan voel ik me, als ik aan het einde van de dag thuis kom, gewoon heerlijk.’ (Deelnemer, 61 jaar)

‘Ik voel me er niet echt een cliënt, het is meer dat ik daar gewoon werk. En dat gevoel wordt me er ook gegeven. Ik kan zelfstandig dingen doen.’ (Deelnemer, leeftijd onbekend)

Groen en stadshitte

Groen zorgt er ook voor dat we ons prettig voelen op een warme zomerdag in de stad. Een goede en verspreide hoeveelheid stadsgroen gaat stadshitte namelijk te lijf. Wageningen University & Research onderzocht de bijdrage van stadsgroen aan het zogeheten thermisch comfort: hoe (on)aangenaam het samenspel van temperatuur, wind, luchtvochtigheid en straling aanvoelt. De conclusie is helder: stadsgroen zorgt ervoor dat wij ons ‘thermisch’ prettig voelen. Water of de schaduw van gebouwen haalt het in onze beleving niet bij de verkoelende werking van bomen. Uit metingen blijkt dat groene plekken de koelte-eilanden in een stad zijn. Tien procent meer boombedekking levert bijvoorbeeld een ruim drie graden lagere stralingstemperatuur op. Door de klimaatverandering zal de hitte in steden toenemen en zal thermisch comfort steeds belangrijker worden bij de inrichting van de buitenruimte.

Groen en binnenklimaat

De lucht die we op zo’n zonnige dag buiten inademen is vaak beter van kwaliteit dan de lucht binnenshuis. Die is vaak ronduit slecht. Dat komt door slechte ventilatie, hoge CO2-concentraties en vluchtige stoffen die uitgestoten worden door bijvoorbeeld vloerbedekking, wandpanelen of elektronische apparatuur. In de jaren '80 werd voor het eerst gesproken van het “sick building syndrome”. Ongezonde binnenlucht veroorzaakt gezondheidsklachten als hoofdpijn, irritatie van slijmvliezen of allergieën. Projectleider Tia Hermans: ‘Gezonde lucht is belangrijk voor een goed leerklimaat voor kinderen en een goed werkklimaat voor medewerkers. Hoe meer CO2 er in de lucht zit, hoe lastiger het is om je te concentreren. Met groene planten kun je de binnenlucht zuiveren en het werkplezier verhogen.’

Groene rehabilitatie voor jonge werknemers met een burn-out

Burn-out komt steeds vaker voor onder jongvolwassenen tussen 18 en 35 jaar. Kosten door werkstress-gerelateerd ziekteverzuim bedragen in Nederland rond de €1,8 miljard. Recent onderzoek laat zien dat groene rehabilitatieprogramma’s, zoals wandelcoaching, burn-outklachten kan reduceren en reïntegratie kan bevorderen. Tegelijkertijd zijn er nog veel vragen rondom de effectiviteit van de programma’s en werkingsmechanismen, waardoor zorgverzekeraars deze vorm van zorg niet erkennen. Het doel van het promotieonderzoek van Roald Pijpker is daarom om mechanismen die het rehabiliteren van jonge werknemers met een burn-out kunnen verklaren in kaart te brengen. Daarnaast wordt onderzocht of programma’s die gebouwd zijn op deze mechanismen daadwerkelijk effectief zijn.

Meer weten over groene rehabilitatie voor jonge werknemers met een burn-out? Lees: 'The potential of green programmes for the rehabilitation of young employees with burnout: a salutogenic approach'

Werken in een groene oase heeft dus zijn voordelen: het brengt vocht in de lucht, planten kunnen de lucht reinigen en creëren een fijne omgeving. Wageningen University & Research voerde onderzoek uit op drie locaties, waar een controle- en interventieruimte zijn vergeleken. Dat gaf opvallende resultaten: na het neerzetten en ophangen van planten verbeterde de relatieve luchtvochtigheid met gemiddeld vijf procentpunt; in de winter zelfs met zeventien procentpunt. Mensen beoordelen de werkplek als aantrekkelijker. De gemoedstoestand van medewerkers is na de beplanting positiever en ze zijn positiever over hun eigen functioneren. Medewerkers melden zich minder vaak ziek - de daling bedraagt twintig procentpunt - en de herstelbehoefte van mensen is onverwacht hoger na beplanten.

Foto: Marel (Stork) Poultry BV
Foto: Marel (Stork) Poultry BV


Onderzoeker Tia Hermans: ‘Deze resultaten zijn veelbelovend. Daarom wordt momenteel op negen locaties onderzoek gedaan naar de introductie van planten. Minder kunstmatige klimaatbeheersing (energiebesparing), verbeterde prestaties van medewerkers (arbeidsproductiviteit) of lager ziekteverzuim kunnen immers economische besparingen opleveren. Een groene kantooromgeving kan een bedrijf ook nog eens een imagovoordeel geven en het makkelijker maken om klanten of personeel te werven of personeel vast te houden. Eind 2021 worden de resultaten van dit project gepubliceerd.’

Factsheets

Veel van het genoemde onderzoek vindt sinds 2015 plaats in het kader van De Groene Agenda, mede gefinancierd door de topsectoren, stichting De Groene Stad en een waaier aan bedrijven, maatschappelijke organisaties en lokale overheden. In dat kader zijn ook vijf factsheets uitgebracht, waarin veel kennis is gebundeld.

Groen en veilig

Groen heeft de toekomst. De voordelen van groen in en om de stad voor de gezondheid, de leefbaarheid en daarmee het welzijn worden steeds duidelijker en steeds meer gemeenten en steden zetten in op een structurele vergroening van het stedelijk gebied. Zaak is om daarbij niet alleen de positieve effecten van meet af aan mee te nemen, maar zeker ook oog te houden voor de mogelijke nadelige effecten of onbedoelde consequenties, zowel voor de gezondheid als de veiligheid.

De afgelopen jaren lieten al zien dat bijvoorbeeld de eikenprocessierups voor behoorlijke overlast en klachten zorgde en de bestrijding flink drukte op gemeentelijke budgetten. En niet alleen de eikenprocessierups rukt op. Wist u bijvoorbeeld dat 1 op de 5 tekenbeten opgelopen wordt in de stad? Of dat de kans op een muggenbeet er aanzienlijk groter is? Ook de waterkwaliteit blijft aandacht vragen, onder andere door de langere warme perioden. Denk daarbij aan blauwalg, botulisme en de Ziekte van Weil. Tel daarbij op dat de interactie tussen luchtkwaliteit en pollen hooikoortsklachten in de stad aanzienlijk verergert.

Diverse publicaties (Lohmus 2015, WHO 2017) gaven al eerder aan dat deze effecten of consequenties momenteel nog onvoldoende inzichtelijk zijn of worden meegewogen in ontwerp en beheer. Veelal ontbreken nog duidelijke (ontwerp)richtlijnen en kaders. Vaak gaan innovaties ook sneller dan wet- en regelgeving, maar ook ontwerprichtlijnen, bij kunnen benen. Zo zijn we onder meer in gesprek met het veiligheidsdomein, zoals de brandweer, over potentiele risico’s van groene gevels en groene daken en hoe daar mee om te gaan.

Onderzoeker Bertram de Rooij: 'De komende tijd gaan wij aan dit aspect van groen en gezondheid ook nadrukkelijk verder werken, zodat we niet alleen ontwikkelingen in de gaten houden, maar daar ook een positief en praktisch antwoord op hebben. Zo kunnen we samen de mogelijke risico’s en onbedoelde effecten tijdig ombuigen en blijven we het positieve van groen koesteren.'

Krachten bundelen voor Groen en Gezondheid

Onderzoekers van Wageningen University & Research bundelen krachten om samen met gemeenten, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties te zorgen dat groen nog meer onderdeel wordt van de preventieve aanpak in de zorg. Marian Stuiver, programmaleider Duurzame Steden: “Een goede ontwikkeling hierbij is dat binnen Topsectoren en ook bij ZonMw de waarde van groen voor de gezondheid steeds meer wordt onderkend. Maar er is nog een lange weg te gaan. Zowel in het doen van onderzoek, als in het ontwerpen van de binnen- en buitenomgeving.”