Interview

Minder bijvangst in de netten

Onderzoekers werken binnen allerlei disciplines aan innovaties voor duurzame visserij. Een van de speerpunten is het vistuig. Door daaraan aanpassingen te doen, kun je bijvangst verminderen, de overlevingskansen van bijvangst verhogen, de bodem minder beroeren en minder brandstof verbruiken. Onderzoekers van Wageningen Marine Research werken aan al deze technische aspecten van visserij.

Pieke Molenaar onderzoekt visserijtechniek en visvangst binnen de commerciële zeevisserij – “van de kleinste garnalenkotters tot de grootste pelagische trawlers en alles ertussenin”, zegt hij. Molenaar vergelijkt nieuwe vangsttechnieken, rekent aan economische haalbaarheid, onderzoekt de hoeveelheid bijvangst en in hoeverre die blijft leven, en nog veel meer – alles in de context van duurzaamheid. “Er zijn ontzettend veel technische vragen te beantwoorden”, zegt de onderzoeker, “in een sector die zeer gevarieerd is en altijd in ontwikkeling.”

Er zijn ontzettend veel technische vragen te beantwoorden in een sector die zeer gevarieerd is en altijd in ontwikkeling.
Pieke Molenaar

Verbetering mogelijk in de bijvangst

Naast de staat van de visbestanden is ook bijvangst een belangrijk aspect dat bepaalt hoe duurzaam visserij is. Er gaan veel cijfers rond in de populaire media. Zo zouden er voor elke kilo gevangen vis veel kilo’s bijvangst overboord gaan – die veelal niet overleeft. Maar zo in het algemeen is dat niet te zeggen, zegt Molenaar, die hier veel onderzoek naar doet. “De bijvangst varieert van 1 tot 99 procent”, stelt hij, “afhankelijk van onder meer de plek, het seizoen en het type visserij. Maar hoe dan ook is er veel verbetering mogelijk.”

Zijn collega Edward Schram vult aan: “Voor tong en schol is het wel waar dat er meer bijvangst is dan marktwaardige vis.” Molenaar: “Maar voor pelagische vangst, in diep zeewater, geldt dat juist helemaal niet. Daar is de bijvangst vaak maar 1 procent – hoewel dat dan wel soms een zeezoogdier of grote haai kan zijn.”

20210602_124330.jpg

Onderzoek naar overleving van bijgevangen soorten

Sinds de jaren 1950 heeft de visserijsector een stormachtige technische ontwikkeling doorgemaakt. Daardoor halen schepen steeds meer vis binnen, van meer soorten en in grotere gebieden.

De laatste jaren treedt een duidelijke verschuiving op richting maatschappelijke vraagstukken, waaronder duurzaamheid, dierenwelzijn en economische haalbaarheid voor de vissers. “Daar haakt ons onderzoek op aan”, zegt Schram. “We doen bijvoorbeeld veel onderzoek naar de overleving van bijgevangen soorten die worden teruggezet in zee. Pieke heeft daar pionierswerk in gedaan, waardoor we dat nu routinematig kunnen onderzoeken.”

We doen bijvoorbeeld veel onderzoek naar de overleving van bijgevangen soorten die worden teruggezet in zee. Pieke heeft daar pionierswerk in gedaan, waardoor we dat nu routinematig kunnen onderzoeken.
Edward Schram

De onderzoekers halen bijgevangen vissen uit de netten en kijken hoe goed die overleven in bakken water aan boord, en ook in het laboratorium. “Schade kan lang doorwerken”, zegt Molenaar. “Schol en tong volgen we zo’n twee weken, roggen minimaal drie tot vier. De overleving hangt af van een hele reeks factoren, waaronder de gebruikte netten maar ook bijvoorbeeld de werkwijze aan boord, het weer en de watertemperatuur.”

“We proberen grip te krijgen op al die factoren”, vult Schram aan, “zodat we kunnen proberen daar iets mee te doen.” De uitkomsten zijn van belang voor de vissers zelf en hun bedrijfsmodel, voor duurzaamheid, maar ook voor beleid.

Als een soort als bijvangst een goede overlevingskans heeft en dus weer fit overboord kan, dan kan bijvoorbeeld een uitzondering worden gemaakt op de zogeheten aanlandplicht. Die zegt dat vissers hun bijvangst (dat wil zeggen de ‘gequoteerde’ vis – niet de krabben en de zeesterren) verplicht aan land moeten brengen. Alleen dan kan die namelijk in de statistieken belanden en meewegen in het beleid.

Slimme ontsnappingsroutes ontwikkelen

Bijvangst hangt ook samen met het type net. “De beste overlevingskans heeft de vis die je niet vangt”, stelt Molenaar droog. “Dus als je voorkomt dat de niet-gewenste soorten in het net mee naar boven komen.”

Het zogeheten pulsvissen was op dat vlak een nuttige innovatie: die jaagt platvis uit de bodem met elektrische pulsjes, waardoor je niet meer met kettingen over de zeebodem hoeft te schrapen. Pulsvissen vermindert bijvangst en schade aan het bodemleven. Maar pulsvissen mag niet meer, volgens de Europese regels.

“Maar ook met andere innovaties kun je voorkomen dat de verkeerde soorten in je net zwemmen”, zegt Molenaar. Je moet zoeken naar een soortspecifieke oplossing, legt de onderzoeker uit, bijvoorbeeld in de manier waarop je het net over de bodem sleept. Hetzelfde geldt voor ontsnappingsroutes voor ongewenste vis die toch in het net belandt. De ene soort zwemt omhoog als hij in het nauw komt, de andere juist omlaag. “Daar kun je slim op inhaken door ontsnappingsluikjes in te bouwen, hoger of juist lager in het net. Of je maakt een soort sorteerrooster, waar sommige soorten wel en andere niet doorheen kunnen, afhankelijk van hun vorm, maat en gedrag.”

Daar kun je slim op inhaken door ontsnappingsluikjes in te bouwen, hoger of juist lager in het net. Of je maakt een soort sorteerrooster, waar sommige soorten wel en andere niet doorheen kunnen, afhankelijk van hun vorm, maat en gedrag.
Pieke Molenaar

Laten zien wat er kan

Schram en Molenaar en hun collega’s van Wageningen Marine Research werken nauw samen met de visserijsector. Zo weten ze precies welke vragen en problemen er spelen, krijgen ze tips en ideeën uit de praktijk en kunnen ze hun methoden en innovaties uittesten aan boord. Zo vinden de innovaties sneller een plek in de visserij. “Het is een wisselwerking”, zegt Molenaar. “Het is aan ons om goed te luisteren, opties te onderzoeken en te laten zien wat er allemaal kan.”

Het voelt goed, zeggen beide onderzoekers: hun onderzoek draagt direct bij aan een duurzamere visserij en aan beter beleid. Alles staat of valt immers met kennis. En de vissers met wie ze samenwerken zijn allemaal enthousiast.

“Maar het is dan ook een positieve selectie”, nuanceert Molenaar. “Alleen vissers die zélf echt willen innoveren, kloppen bij ons aan. En dat is heel prettig werken.”