Van verschillende waarnemers kwamen berichten dat de vraat veroorzaakt werd door door spanrupsen van de Kleine wintervlinder, de Grote wintervlinder en de Groene eikenbladroller. Voor het eerst sinds 1946 waren grote aantallen rupsen van de Kleine Voorjaarsspanner Agriopis leucophaearia bij de vraat betrokken (foto Leen Moraal).

Rupsenvraat in eiken

In het voorjaar van 2008 trad er veel rupsenvraat op in inlandse en Amerikaanse eik. De locaties waren ondermeer bossen bij Velp, Doorwerth, Renkum, Onzalige Bossen en bossen in Drenthe en Overijssel. De aantastingen kwamen voor eik maar ook bij populier, es, iep, esdoorn en beuk. Op sommige plaatsen gaven de kale bomen een winterse aanblik.

Levenscyclus van de wintervlinders

De vlindermannetjes vliegen ‘s avonds en ‘s nachts in november en december. De vrouwtjes zijn ongevleugeld en kruipen uit de bodem langs de stammen omhoog waar ze door rondcirkelende mannetjes bevrucht worden. Ze leggen ze hun eitjes in kleine groepjes op de bladknoppen in de toppen van de bomen. Een vrouwtje legt in totaal wel 150 eitjes die overwinteren. De speldenknopgrote rupsjes komen het volgend voorjaar uit de eitjes. De rups is een spanrups (verplaatst zich al lussen makend). Aanvankelijk worden gaten in de aan elkaar gesponnen bladeren gegeten. Bij grote aantallen rupsen kunnen de bomen volledig kaal gevreten worden. Bij verstoring laat de rupsen zich van het blad vallen en blijven aan een zijden draad hangen, tot het gevaar geweken is. In juni dalen de volgroeide rupsen aan spinseldraden naar de grond af om daar te verpoppen. De poppen liggen de hele zomer in het strooisel waarna in het najaar de nieuwe generatie vlinders verschijnt.

Kleine wintervlinder Operophtera brumata - groene spanrups met een groene kop, tot 20 mm lang.
Kleine wintervlinder Operophtera brumata - groene spanrups met een groene kop, tot 20 mm lang.
Grote wintervlinder Erannis defoliaria - geel-roodbruin en donkere vlekken - spanrups tot 35 mm lang (foto's Leen Moraal).
Grote wintervlinder Erannis defoliaria - geel-roodbruin en donkere vlekken - spanrups tot 35 mm lang (foto's Leen Moraal).
Groene eikenbladroller Tortrix viridana - groenige beweeglijke rups met zwarte kop, tot 18 mm lang.
Groene eikenbladroller Tortrix viridana - groenige beweeglijke rups met zwarte kop, tot 18 mm lang.
Kleine Voorjaarsspanner Agriopis leucophaearia - groene spanrups met donkere dwarsbanden, tot 20 mm lang (foto's Leen Moraal).
Kleine Voorjaarsspanner Agriopis leucophaearia - groene spanrups met donkere dwarsbanden, tot 20 mm lang (foto's Leen Moraal).

Verspreiding en frequentie van aantasting

Uit ons jaarlijkse monitoringssysteem vanaf 1946 blijkt dat de wintervlinders tot de meest voorkomende plaaginsecten in Nederland behoren, ze kunnen periodiek laanbomen en eikenbossen op grote schaal kaalvreten - de laatste pieken traden op in 1996 en 1997. De plaag van 2008 kwam niet helemaal als een verassing want in de donkere nachten van het najaar van 2007 werden in het lamplicht van auto en fiets al opvallend veel vliegende mannetjesvlinders waargenomen.

Gevolgen voor de boom

In principe kunnen eiken en andere loofbomen goed tegen kaalvraat. Ze lopen hetzelfde jaar nog uit en ze kunnen dan nog energie bijspijkeren. Maar wanneer eiken jaren achtereen worden kaalgevreten dan kunnen ze verzwakken en gevoelig worden voor aantastingen van de Eikenprachtkever. De larven van deze kever maken lange slingerende gangen onder de schors van verzwakte eiken waardoor deze afsterven.