Q koorts

Q-koorts

De ziekte Q-koorts is ook wel bekend onder de naam Q-fever en wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Bijna alle gangbare boerderijdieren kunnen de ziekte oplopen, net als huisdieren, knaagdieren en vogels. Q-koorts is een zoönose; besmetting kan van dier naar mens plaatsvinden.

Wat veroorzaakt Q-koorts?

De bacterie Coxiella burnetii veroorzaakt de ziekte Q-koorts. Dit is een “gram negatieve” bacterie die zich alleen in cellen kan vermenigvuldigen. Buiten het menselijk en dierlijk lichaam neemt de bacterie een soort “sporevorm” aan. Deze vorm is heel goed bestand tegen droge omstandigheden en stelt de bacterie in staat lang te overleven in de omgeving.

Ontdekking van Q-koorts

De Q staat voor het Engelse woord query wat vraagteken betekent. Q-koorts werd voor het eerst waargenomen in 1935 in Australië. Omdat het ziektebeeld toen nog onbekend was en de symptomen niet leken op een bekende ziekte werd de ziekte aangeduid als een onbekende, vraagtekenziekte. Later bleek de ziekte veroorzaakt te worden door een bacterie die als naam kreeg Coxiella burnetii, naar de onderzoekers Cox en Burnet die een grote bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek naar deze bacterie.

Wat zijn de gevolgen voor dieren?

Over het algemeen zijn dieren niet ziek van een infectie met deze bacterie. Bij geiten kan abortus (vroeggeboorte van een dode vrucht) optreden in de laatste fase van de dracht. Bij schapen treedt dit symptoom minder op de voorgrond. Bij runderen wordt een besmetting met C. burnetii in verband gebracht met verminderde vruchtbaarheid.

Dieren kunnen C. burnetii uitscheiden via melk, urine, mest, bij abortus en bij de geboorte van gezonde nakomelingen. Vooral bij een abortus worden grote hoeveelheden bacteriën uitgescheiden via de nageboorte en het vruchtwater.

Hoe verloopt een besmetting bij mensen?

Mensen worden voornamelijk besmet door inhalatie van opgedroogd besmet materiaal van landbouwhuisdieren die over grote afstand getransporteerd kan worden. Van alle mensen die besmet raken met Q-koorts merkt 60% er niets van. Ongeveer 40% krijgt last van milde griepachtige verschijnselen zoals koorts en hoofdpijn. Een klein percentage van deze patiënten moet worden opgenomen in het ziekenhuis met koorts, longontsteking en/of leverontsteking. Vooral bij mensen met een verminderde afweer, zwangere vrouwen en mensen met hartklepproblemen kan de acute fase overgaan in de chronische fase van de infectie.

Uitbraak in Nederland

Tot 2007 werd de ziekte bij ongeveer 25 mensen per jaar vastgesteld. Bij dieren werd er niet zo veel aandacht besteed aan de bacterie tot in 2005 de eerste gevallen van abortus door Q-koorts bij geiten in Nederland werd vastgesteld door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

In 2007 vond de eerste, onderkende, uitbraak van Q-koorts bij mensen in Nederland plaats. In Noordoost Brabant werd een cluster van 73 patiënten met Q-koorts waargenomen. Na dit eerste cluster zijn tot 2012 ongeveer 4000 gevallen gemeld. De uitbraak is daarmee een van de grootste wereldwijd. Sinds 2013 is het aantal meldingen bij mensen weer terug op het niveau van voor 2007 met ongeveer 25 gevallen per jaar.

Oorzaken van de uitbraak

De uitbraak werd voornamelijk veroorzaakt door één Q-koorts variant die zowel bij melkgeiten als mensen is aangetoond. De reden dat deze variant zich zo succesvol heeft kunnen verspreiden is waarschijnlijk een optelsom van meerdere factoren, zoals:

  • In de jaren voorafgaand aan de uitbraak is het aantal melkgeiten in Nederland verdubbeld van ongeveer 180 duizend geiten in 2000 naar 375 duizend geiten in 2009 samen met een groei van de gemiddelde bedrijfsgrootte.
  • De bedrijven waar deze geiten gehouden worden, zijn vooral geconcentreerd in de regio Noordoost Brabant waar de bevolkingsdichtheid ook relatief hoog is.
  • Vanaf 2005 vonden er abortusstormen plaats op geitenbedrijven, waardoor er grote hoeveelheden bacteriën in de omgeving konden komen.
  • Nederland had in 2007 en 2008 relatief droge zomers, waardoor de bacterie zich makkelijk door de lucht kon verspreiden.
  • De Q-koorts variant die bij melkgeiten en mensen is aangetoond is mogelijk meer ziekteverwekkend dan varianten die bijvoorbeeld bij runderen worden gevonden.

Onder controle brengen van de uitbraak

In 2008 werd gestart met het vaccineren van geiten. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste maatregel geweest om de  Q-koorts uitbraak in Nederland te stoppen. Er geldt tot op de dag van vandaag een vaccinatieplicht op alle melk leverende geiten- en schapenbedrijven met meer dan 50 dieren. Daarnaast zijn tussen december 2009 en juni 2010 alle drachtige melkgeiten geruimd op besmette melk leverende bedrijven. In combinatie met hygiënemaatregelen zoals het afdekken van mesthopen, heeft dit geleid tot het onder controle brengen van de uitbraak.

Huidige aanpak van Q-koorts bij melkgeiten en -schapen

Er geldt vaccinatieplicht op alle melk leverende geiten- en schapenbedrijven met meer dan 50 dieren. Op deze bedrijven wordt daarnaast minimaal eenmaal per maand een tankmelkmonster onderzocht op Q-koorts.

Bovendien is er een meldplicht als er op schapen of geitenbedrijven een verhoogd aantal doodgeboren lammeren is.

Diagnostiek van Q-koorts

Bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) wordt bevestigingsonderzoek uitgevoerd op tankmelkmonsters waar Q-koorts is aangetoond. Daarnaast voert WBVR onderzoek uit op swabs van de geboorteweg, placentamateriaal en bloed van bedrijven die verdacht worden van Q-koorts. Deze monsters worden ingestuurd door de NVWA.

In de diagnostiek wordt gebruik gemaakt van technieke waarbij de bacterie zelf wordt aangetoond. Dit gebeurt op basis van het DNA van de bacterie met een zogenaamde PCR test. Daarnaast kunnen afweerstoffen in bloed worden aangetoond. Hiervoor zijn verschillende technieken beschikbaar (CBR, ELISA).

Daarnaast heeft WBVR de mogelijkheid om de bacterie te kweken. Dit is niet eenvoudig en gebeurt onder scherpe veiligheidseisen (BSL-3). Kweek wordt dus niet routinematig ingezet. Ook heeft WBVR expertise om genetisch onderscheid te kunnen maken tussen verschillende stammen van C. burnetii.

Onderzoek naar Q-koorts 

Tijdens de uitbraak van 2007 heeft WBVR testen opgezet om Q-koorts te kunnen aantonen en is onderzoek gedaan naar genetische achtergrond van de bacterie. Ook is onderzocht hoe een infectie in geiten verloopt en wat het effect is van vaccinatie. Er zijn nog altijd vragen over de complexe interactie tussen de bacterie en de afweer van diverse gastheren. Zo is onbekend welke mechanismen ervoor zorgen dat een infectie bij niet-drachtige geiten geen ziekte veroorzaakt, maar bij drachtige geiten tot abortus kan leiden waarbij grote hoeveelheden Q-koorts bacteriën vrij komen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om een vaccin te ontwikkelen dat ingezet zou kunnen worden om geiten, schapen runderen en mensen beter te beschermen tegen (de gevolgen van) een infectie.

Meer over onderzoek

Onderzoek aan de Coxiella bacterie vraagt speciale laboratorium en dier faciliteiten om veilig te kunnen werken aan de onderzoeksvragen rond Q-koorts. Wageningen Bioveterinary Research beschikt over deze faciliteiten en de benodigde expertise om zowel onderzoek te kunnen doen aan de bacterie als aan de gevolgen van een infectie bij dieren zoals de geit. Daarnaast beschikt WBVR over de expertise om te participeren in onderzoek naar een modern en veilig vaccin tegen Q-koorts wat volgens de One Health benadering inzetbaar zou moeten worden voor mens en dier.

WBVR werkt op het gebied van Q-koorts samen met nationale en internationale partners.

  • Binnen Nederland wordt samen met RIVM, Radboudumc Nijmegen en Q-support de expertise ingezet op het gebied van onderzoek naar chronische Q-koorts bij de mens.
  • Internationaal samenwerking met onder andere Moredun Research Institute in Edinburg, Schotland en University of Copenhagen, Denemarken richt zich op het gebied van vaccin onderzoek.

Links

Publicaties