Chronisch Bijen Paralyse virus: resultaten van een mini-enquête

Nieuws

Chronisch Bijen Paralyse Virus: resultaten van een mini-enquête

Gepubliceerd op
28 juli 2020

In de vorige Bijennieuwsbrief vroegen we aandacht voor het Chronisch Bijen Paralyse Virus (CBPV) en deden we een oproep aan de lezers om te melden of ze symptomen in hun bijenvolken hadden waargenomen. Dit deden we aan de hand van een mini-enquête met de belofte in de volgende nieuwsbrief de resultaten te presenteren.

In totaal ontvingen we 121 bruikbare responsen van bijenhouders op onze enquête. Allereerst vroegen we de deelnemers in welke provincie men de bijen had staan. De meeste respons kwam uit Gelderland en Noord-Brabant, respectievelijk 24,8% (n=30) en 21,5% (n=26). Uit Friesland kwam geen respons en uit de provincie Flevoland slechts twee (zie Tabel 1).

Tabel 1. Respons op de vraag ‘in welke provincie staan uw bijen?’ N.B. in één geval werd de provincie niet opgegeven.
Aantal responsen % totaal response
Drenthe 6 5.0
Flevoland 2 1.7
Friesland 0 0
Gelderland 30 24.8
Groningen 4 3.3
Limburg 8 6.6
Noord-Brabant 26 21.5
Noord-Holland 10 8.3
Overijssel 7 5.8
Utrecht 8 6.6
Zeeland 6 5.0
Zuid-Holland 13 10.7
Nederland 121 100

De hoofdvraag ‘Heeft u in het afgelopen jaar symptomen van CBPV gezien in één of meerdere van uw bijenvolken?’ werd in 35% (n=42) van de gevallen met ja beantwoord.

Chronisch Bijen Paralyse virus: resultaten van een mini-enquête

Van de 42 responsen bevatten 41 informatie over de eerste waarneming van CBPV gedurende het jaar. Hieruit blijkt dat in de meeste gevallen CBPV in het voorjaar wordt opgemerkt.

Chronisch Bijen Paralyse virus: resultaten van een mini-enquête

Als laatste vroegen we wat er vervolgens met de symptomen is gebeurd? We gaven vier opties:

De symptomen zijn:

  • Bestreden door behandeling van het volk
  • Voor langere tijd (enkele maanden) in het volk gebleven
  • Vanzelf weer verdwenen gedurende het jaar
  • Anders, namelijk...

Van de 33 bruikbare antwoorden, werd in 18,2% (n=6) CBPV aangepakt door behandelingen van het volk. In 33% (n=11) van de gevallen bleven de symptomen voor langere tijd in het volk. In nog eens 33% (n=11) werd aangegeven dat de symptomen weer vanzelf verdwenen. Nog eens 15% (n=5) van de antwoorden gaven een andere uitkomst. In 3 gevallen werden zieke volken vernietigd (in twee gevallen door afzwavelen).

CBPV lijkt meer voor te komen

In onze mini-enquête geven bijenhouders in een derde van de gevallen te kennen dat ze de symptomen van CBPV in hun bijenvolken zien. Waar CBPV in het verleden sporadisch als een probleem werd gesignaleerd, lijkt het nu meer voor te komen. Lijkt, want alleen een betrouwbare steekproef (middels meerjarig monitoringsonderzoek) kan uitsluitsel geven over toename en afname van ziektegevallen.

Niettemin levert onze mini-enquête interessante informatie op. Zo blijkt dat in meer dan 18% van de gevallen overgegaan wordt tot bestrijding van CBPV en dat in drie gevallen (±10%) zelfs besloten wordt om aangetaste volken te vernietiging. In nog eens 33% blijven de symptomen aanhouden. Meer informatie is nodig om goed in te schatten wat de gevolgen zijn van de toegenomen aantallen gevallen van CBPV. Voor nu is het zaak de vinger aan de pols te houden en waar nodig tijdig in te grijpen.