Q&A: Alles over paling (Europese aal)

Hoe gaat het met de paling in Nederland en in Europa? Wat zijn de oorzaken van de achteruitgang van het palingbestand, en welke maatregelen kunnen we nemen? Antwoord op deze en andere vragen vind je in onderstaande Q&A.

Vraag 1: Hoe gaat het met de paling of aal in Nederland en Europa?

De stand van de Europese aal (anguilla anguilla) is ongeveer 10% van de stand in de jaren '60 en '70, toen de populatie als gezond werd beschouwd.

Zie ook het meest recente ICES-advies hierover: “The annual recruitment of glass eel to European waters in 2017 remained low, at 1.6% of the 1960–1979 level in the “North Sea” series and 8.7% in the elsewhere in the distribution area. The annual recruitment of young yellow eel to European waters was 24% of the 1960–1979 level. These recruitment indices remain well below the 1960–1979 reference levels, and there is no change in the perception of the status of the stock.”

De onderstaande grafieken geven deze ontwikkeling aan voor glasaal (jonge aal die vanuit zee het binnenland in gaat), en volwassen (yellow) aal in de binnenwateren, voordat zij teruggaan naar hun paaigronden.

    Q&A over de Europese aal
    Q&A over de Europese aal

    Aal staat op de CITES-lijst (the Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) in Appendix II (effectief sinds 2009). CITES is een internationaal verdrag tussen overheden van landen. Dit verdrag moet er voor zorgen dat de handel in diersoorten en planten hun overleving niet bedreigt. Appendix II houdt in dat de soort “niet noodzakelijkerwijs wordt bedreigd, maar dat het verstandig wordt geacht de handel te reguleren opdat die handel geen bedreiging vormt voor de soort en van daaruit maatregelen worden genomen die de handel in aal beperkt”: bijvoorbeeld de import en export naar/ vanuit de EU.

    De IUCN (organisatie met leden vanuit overheden en NGOs) heeft aal aangemerkt als “critically endangered” sinds 2009 (de zogeheten “rode lijst”). De IUCN dringt aan op een evaluatie van de situatie rond aal om daarna een herbeoordeling te kunnen doen, ook vanwege alle maatregelen en mogelijke effecten daarvan.

    Vraag 2: Wat zijn de oorzaken van de achteruitgang van de Europese paling?

    • Dat weten we niet precies. Het kan ook van land tot land verschillen.
    • Er zijn verschillende mogelijke oorzaken, waaronder vervuiling, visserij, veranderende zeestromen, habitatverlies, stuwen/ gemalen/ dijken die de trek hinderen en de zwemblaasparasiet.
    • Waarschijnlijk is er niet één enkele oorzaak, maar speelt een combinatie van factoren die per land verschillen.
    • In Nederland waren de belangrijkste gekwantificeerde bronnen van sterfte door menselijk handelen in 2015: 1) beroepsvisserij, 2) recreatieve visserij, 3) gemalen/ waterkrachtcentrales. Ook de zwemblaasparasiet en vervuiling (o.a. PCB's en dioxines) hebben een effect op de ontwikkeling van de palingstand, maar er zijn onvoldoende gegevens om te zeggen hoe groot dat effect is.

    Vraag 3: Welke maatregelen zijn/ worden genomen om de paling er weer bovenop te helpen?

    Herstel van de aal kan niet door een land alleen worden bewerkstelligd, maar moet in Europees verband worden opgepakt:

    • Alle aal paait in de Sargassozee. Na het paaien sterven de alen.
    • Jonge aal 'lift' met de golfstroom mee naar Europa: vooral naar de kust van Frankrijk. Dit duurt 1,5 jaar.
    • Vanaf de Europese kusten trekt de aal de rivieren op in de verschillende landen.
    • Na 10-30 jaar zwemt de aal weer terug naar de Sargassozee om te paaien.
    • Door deze lange levenscyclus kan herstel niet snel plaatsvinden: De mortaliteit van aal kan snel omlaag worden gebracht door beheersmaatregelen, maar leidt pas veel later tot meer glasaal.
    • Door deze levenscyclus en 'gemengde populatie' is Nederland afhankelijk van de beschermingsmaatregelen die ook door andere landen worden genomen. Er is immers geen 'Nederlandse' aal in die zin dat uit Nederland uittrekkende aal nakomelingen heeft, die weer naar Nederland trekken.

    Om herstel van de aalpopulatie mogelijk te maken heeft De Raad van de Europese Unie in 2007 de 'EU Regulation for the Recovery of the Eel Stock (EC 1100/2007)' vastgesteld. Deze verordening verplicht de Europese lidstaten om met een eigen nationaal aalbeheerplan te komen en dit te implementeren. Het doel van deze aalbeheerplannen is daarbij als volgt omschreven: “Doel van de beheersplannen voor aal is het verminderen van de antropogene sterfte, zodat er een grote kans bestaat dat ten minste 40% van de biomassa van schieraal kan ontsnappen naar zee, gerelateerd aan de beste raming betreffende de ontsnapping die plaats zou hebben gevonden indien de mens geen invloed had uitgeoefend op het bestand. De beheersplannen voor aal worden opgesteld met het oog op het bereiken van die doelstelling op lange termijn.” Lidstaten zijn verplicht om over de voortgang van de nationale aalbeheerplannen te rapporteren aan de Europese Commissie.

    ICES (Internationale Raad voor Onderzoek van de Zee) brengt jaarlijks vangstadviezen uit aan de Europese Commissie. Over aal zegt ICES: “Als we het voorzorgprincipe toepassen voor Europese aal dan moet al het menselijk handelen dat de reproductie en uittrek van aal verkleint, teruggebracht worden tot nul of zo dicht mogelijk bij nul; bij menselijk handelen gaat het om recreatieve en commerciële visserij, waterkrachtcentrales, pompen en gemalen en vervuiling.’

    In 2009 hebben de meeste landen aalbeheerplannen ingevoerd en beschermingsmaatregelen genomen. Deze plannen variëren per land qua opzet en aanpak. De belangrijkste elementen zijn: beperking van de visserij (recreatief en beroeps), onder meer door gesloten tijden en gesloten gebieden en de uitzet van glasaal.

    De Nederlandse overheid heeft ingrijpende maatregelen genomen: veel gebieden zijn gesloten (met name rond de grote rivieren) en er is een gesloten tijd (sept-nov: de tijd waarin volwassen aal als 'schieraal' uit de rivieren naar de zee trekt om later te paaien in de Sargassozee). De sterfte door menselijk handelen is door deze maatregelen gehalveerd. Ook wordt bij het vervangen van gemalen aandacht besteed aan 'aalvriendelijker' pompen.

    De aalsector in Nederland – beroepsvisserij en kweek, verenigd in Stichting DUPAN (Duurzame Paling Nederland) - onderneemt in samenwerking met de overheid ook diverse acties gericht op het herstel van de aal:

    • Oprichting van het Duurzaam Paling Fonds.
    • Uitzet van glasaal uitgezet die veelal is gevangen in Frankrijk.
    • Aal over de dijk zetten om te voorkomen dat dijken en gemalen een blokkade bij de trek vormen.
    • Creëren van aandacht voor aal, de noodzaak voor aalherstel en de rol van uittrekbarrières bij een breder publiek.
    • Investeren in onderzoek naar de voortplanting van de aal om in de toekomst niet meer afhankelijk te zijn van wildvang voor kweek en uitzet. Als dit lukt zou dat een zeer belangrijke bijdrage kunnen betekenen voor herstel van de aalstand.

    Sportvisserij Nederland vraagt van haar leden dat zij aal altijd levend terugzetten.

    Wat ruwe cijfers voor Nederland (meer informatie):

    • De doelstelling van de Aalverordening voor Nederland is ca. 4000 ton uittrekkende schieraal (40% van de pristine biomassa (B0); exclusief zee- en kustwateren). Op dit moment trekt ruwweg een kwart van die hoeveelheid uit.
    • De beroepsvisserij vangt ruwweg een 300 ton per jaar.
    • De kweeksector produceert ruwweg 2000-3000 ton per jaar.
    • De antropogene sterfte van glasaal naar schieraal is afgenomen van 72% in 2005-2007 naar 38% in 2011-2013.
    • Aal over de dijk zetten leidt naar schatting tot 1-3 ton extra uittrekkende schieraal per jaar.
    • Van de naar schatting 2 miljoen door sportvissers gevangen alen wordt 80% teruggezet; een groot deel van de teruggezette aal overleeft.

    Vraag 4: Werken de maatregelen?

    De implementatie van het Nederlandse aalbeheerplan in 2009 heeft geleid tot een halvering van de sterfte door menselijk handelen; deze afname van de sterfte is hoofdzakelijk gerealiseerd door beperkingen van de beroeps- en recreatieve visserij.

    Als alle andere landen in Europa minimaal een dergelijke afname van sterfte zouden bewerkstelligen, dan zou herstel mogelijk moeten zijn.

    De plannen van de Europese landen zijn deels geëvalueerd, waarbij vooral is gekeken of het plan tot herstel kan leiden en of de verstrekte informatie compleet is.

    Niet elk land in Europa gebruikt dezelfde modellen en methodes; een evaluatie van die methodes, of het effect van alle plannen samen is nog niet gedaan.

    De aalplannen zouden in theorie moeten werken, maar een evaluatie van deze plannen en hoe ze de aalstand in Europa werkelijk bepalen moet nog worden uitgevoerd.

    Er is veel discussie over de vraag of de glasaalaantallen zich herstellen. Maar de periode sinds het invoeren van de plannen is nog te kort om herstel – als dat er is – goed te kunnen zien. We zullen dus nog een paar jaar moeten wachten voor we echt kunnen zien wat het resultaat is.

    Vraag 5: Is het uitzetten van glasaal uit Frankrijk effectief?

    Onderdeel van het Nederlandse aalbeheerplan is het uitzetten van glasaal (jonge aal) die is gevangen in Frankrijk. Dit leidt tot een groter bestand in Nederland, maar betekent ook dat die jonge aal niet meer in Frankrijk opgroeit. In theorie zou je de aalstand in Europa kunnen verbeteren als je glasaal weghaalt uit gebieden waar minder van die aal terecht zou komen en uitzet in gebieden waar de groei en overleving van de aal goed is.

    Vooralsnog worden dit soort overwegingen niet meegenomen bij de uitzet van glasaal en de uitvoering van aalbeheerplannen. ICES adviseert dan ook: “ICES notes that stocking of eels is a management action in many eel management plans, and that this stocking is reliant on a glass eel fishery catch. There is evidence that translocated and stocked eel can contribute to yellow and silver eel production in recipient waters, but evidence of contribution to actual spawning is missing due to the general lack of knowledge of the spawning of any eel. Internationally coordinated research is required to determine the net benefit of restocking on the overall population, including carrying capacity estimates of glass eel source estuaries as well as detailed mortality estimates at each step of the stocking process.

    Vraag 6: Kan ik met een gerust hart paling eten?

    De meeste supermarkten verkopen geen paling meer. Stichting De Noordzee, het WNF en Greenpeace zijn tegen het eten van paling.

    Wageningen Marine Research geeft geen adviezen over het al of niet in de schappen zetten van aal. Onze opdracht is om consumenten, retailers, overheid, NGO's en de visserijsector van goede betrouwbare informatie te voorzien zodat zij daarmee een eigen afweging kunnen maken.

    Wageningen Marine Research ziet het wel als een taak om te wijzen op wat in dit soort dossiers het belangrijkst is:

    • Maatregelen nemen in Europees verband: acties in Nederland alleen zijn weinig zinvol.
    • Landen moeten elkaar aanspreken op hun plannen.
    • De plannen moeten worden geëvalueerd, dat wil zeggen: goed kijken wat de resultaten zijn en of die voldoende zijn. Aanscherpen van plannen en maatregelen als dat nodig blijkt – met name in landen die achterblijven.

    Hoofdzaak is dat de in Europees verband genomen maatregen geëvalueerd worden. Als de effecten onvoldoende blijken moet daarop actie worden ondernomen. In 2018 moeten de lidstaten voor de derde maal de impact van hun aalbeheerplannen evalueren en aan EU rapporteren.

    Vraag 7: Wat is kweekpaling?

    Kweekpaling is glasaal (jonge paling) die in gevangenschap is opgegroeid. Er is nog geen kweekpaling voortgekomen uit aal die in zich in gevangenschap heeft voortgeplant. Meer informatie over palingkweek: lees ons artikel over het Wageningse palingonderzoek.