Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 16 juni 2026

Regeren is vooruitzien, nu nog doen

Een realistisch standbeeld van de legendarische Nederlandse jongen Hans Brinker
dr. WD (Wieke) Pot
Universitair hoofddocent

Politici kijken vaak niet verder dan de eerstvolgende verkiezingen. Terwijl klimaatverandering juist vraagt om langetermijndenken en een visie op de toekomst. Een Tweede Kamercommissie voor de Toekomst kan verandering brengen, zegt Wieke Pot. Maar ook burgerinitiatieven en burgerberaden kunnen helpen om toekomstgericht te werken. 

Regeren is vooruitzien, is de uitspraak. Maar in de praktijk komt het er niet genoeg van. “Burgers, investeerders en boeren snakken naar duidelijkheid waar en hoe we in de toekomst gaan wonen, werken en voedsel verbouwen, maar krijgen dat nu onvoldoende”, zegt Wieke Pot, universitair hoofddocent aan de leerstoelgroep Bestuurskunde van WUR. “Keuzes die we nu maken, hebben gevolgen voor de langere termijn. We moeten voorkomen dat we huizen bouwen in polders die in de toekomst onder water komen te staan.” En dat geldt voor meer zaken: bedrijven willen weten waar ze hun energie en water vandaan gaan halen, waar de zware industrie zich kan vestigen. Bollentelers willen weten of het Westland nog beschermd kan worden tegen zout grondwater. Boeren willen weten wanneer het waterpeil in het veenweidegebied omhooggaat om bodemdaling en de uitstoot van CO2 te remmen. 

Het klimaatbeleid stagneert, constateert Pot bovendien. Het vorige kabinet heeft het klimaatbeleid afgezwakt en het is nog maar de vraag of het huidige kabinet weer voldoende vaart zet. Hoog tijd, zegt Pot, dat het kabinet met een klimaatvisie komt voor de langere termijn. De Wetenschappelijke Klimaatraad, waar Pot lid van is, adviseerde de regering zomer 2025 al om zo’n klimaatvisie te maken, die richting geeft aan het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van het klimaatbeleid.

“Het is belangrijk dat de overheid nu helderheid geeft over de richting van de transitie. En duidelijk maakt wat wel kan, en wat niet. En niet over een termijn van tien of twintig jaar, maar met een visie die meerdere generaties vooruitkijkt. Een leefbare en veilige toekomst voor huidige en toekomstige generaties vraagt om een langetermijnvisie.” 

Het ontbreekt in Nederland niet aan ideeën en visies over de toekomst, zegt Pot. Onderzoekers, denktanks en bedrijven zijn volop bezig met de lange termijn. Maar die visies landen niet in de politiek, concludeert ze. 

Van crisis naar koers: over klimaatbeleid dat verder vooruit kijkt

In maart 2026 vond in De Balie in Amsterdam een avond over langetermijnvisie in het klimaatbeleid plaats, waarbij Wieke Pot een pitch gaf. (Bron: De Balie TV)

Parlementaire commissie

Een van de concrete manieren om dat te veranderen is het instellen van een Parlementaire Commissie voor de Toekomst. Niet alle Kamerleden behandelen alle onderwerpen. Daarom werkt de Tweede Kamer met commissies, bijvoorbeeld de commissie voor Buitenlandse zaken, Binnenlandse Zaken, of Defensie. Er zou ook zo’n commissie moeten komen voor de Toekomst, stelt Pot. “In de Tweede Kamer vindt de ideeënstrijd plaats”, zegt Pot. “Het is belangrijk dat het daar vaker over de toekomst gaat. Een Parlementaire Commissie voor de Toekomst is een van de manieren om dat te bereiken.” Kamerleden kunnen in zo’n commissie wetsvoorstellen bespreken of experts over relevante toekomstverkenningen horen. Beleid dat de toekomst aangaat zou door deze commissie besproken moeten worden, bijvoorbeeld over klimaat, landbouw, industrie, defensie of waterveiligheid. En de commissie zou kunnen toetsen wat het effect van voorgenomen wetten op de toekomst is, bijvoorbeeld met een generatietoets. 

In Finland bestaat al zo’n parlementaire toekomstcommissie. Uit onderzoek naar de ervaring in Finland blijkt dat het werkt, zegt Pot. Parlementariërs hebben het er vaker over de toekomst en benutten toekomstverkenningen. Daarnaast werkt de commissie in Finland als trainingsinstituut. “Parlementariërs die zitting hebben in deze commissie worden actief getraind in langetermijndenken. Het werd ook een prestigieuze commissie”, zegt Pot. “Leden ervan werden later vaak minister of premier.” 

Coördinatie

Er zijn nog meer manieren om toekomstdenken beter te verankeren in de politiek, zegt Pot. Een coördinerend minister van klimaat zou de totstandkoming van een toekomstvisie op een klimaatneutraal en klimaatbestendig Nederland moeten regisseren. En ook tussen ministeries zou meer coördinatie op het gebied van langetermijndenken moeten komen. “Bijvoorbeeld door een interdepartementale werkgroep onder verantwoordelijkheid van de ambtelijke top, die zorgt voor de afstemming met andere departementen en bestuurlijke niveaus over knelpunten en keuzes in de koers van het klimaatbeleid.” Ook bij andere overheden zou de toekomst vaker in beeld moeten komen, denkt Pot. “Bij gemeentes, provincies of waterschappen zouden mensen aangesteld kunnen worden als toekomstscout. Zij signaleren trends en halen de lange termijn actief naar binnen.” 

Andere lange termijninstituties die elders in de wereld al bestaan, zijn bijvoorbeeld de Commissaris voor Toekomstige generaties in Wales, of de Parlementaire Commissaris voor het Milieu in Nieuw-Zeeland. Dat zijn gezaghebbende en onafhankelijke adviseurs ten behoeve van overheidsorganen die de belangen van toekomstige generaties en een gezond leefmilieu proberen te behartigen. Nederland kent ook een instituut dat de lange termijn voorop heeft staan, en dat is de Deltacommissaris, die het deltaprogramma uitvoert. Het Deltaprogramma moet ervoor zorgen dat Nederland ook op de lange termijn over voldoende zoetwater beschikt en dat we overstromingen en andere klimaatrisico’s zoals droogte aankunnen.  Pot: “Het belang daarvan is zó groot, dat er een apart begrotingsfonds voor is ingericht. Het Deltafonds garandeert dat er tot 2050 tientallen miljarden beschikbaar zijn voor onze bescherming tegen overstromingen en waterschaarste. Dat fonds ligt voor langere termijn vast en is slechts uit te geven aan de beoogde waterdoelen, daar mag geen continue politieke discussie over zijn. Dat is in wezen ondemocratisch. Maar het is wel nodig.” 

Burgerbeweging

Tegelijkertijd kan je dit niet doen bij alle onderwerpen, zegt Pot. “En dus ook niet voor klimaatbeleid. Want dan beperken we onze democratie.” Juist daarom is het van belang om naast een sterke coördinatie van bovenaf, ook burgers van onderop te betrekken bij een langetermijnvisie op klimaat, zegt ze. 

Een van de manieren om dat te doen is een burgerberaad, zegt Pot. In 2025 is een nationaal burgerberaad klimaat gehouden waarin 175 gelote deelnemers uit alle hoeken van het land, met verschillende achtergronden en uiteenlopende meningen over klimaatbeleid, samen oplossingen bedachten voor klimaatverandering. “Met inbreng van duizenden anderen, en veel experts. Het leverde vergaande voorstellen op over hoe we onze consumptie kunnen aanpassen zodat het minder schadelijk is voor het klimaat.” Probleem van een burgerberaad, zegt Pot, is dat er geen garantie is dat de politiek de aanbevelingen ook overneemt, ook al maak je daar van tevoren afspraken over. “Het is nu na dit burgerberaad dan ook vooral zaak de voorstellen ervan uit te voeren.” 

Daarnaast is ook een andere manier om burgers van onderop te betrekken bij de lange termijn klimaatdoelen, en dat is door ruimte te maken voor burgerinitiatieven, zegt Pot. “Er zijn in Nederland allerlei mensen bezig met het vergroenen van hun omgeving, met samen energie produceren in een energiecoöperatie, met zich voorbereiden op meer hitte in de stad, of met het delen van een auto. Die mensen hébben niet zozeer een visie op de toekomst, maar zíjn die toekomst aan het vormgeven.” Maar de overheid werpt obstakels op voor deze initiatieven. Burgers willen bijvoorbeeld best groen beheren, maar niet op de manier waarop een gemeente gewend is te werken met een groenbedrijf. “Overheden moeten bereid zijn bij deze maatschappelijke initiatieven andere regels te stellen.” 

De overheid moet nu een transitiepad kiezen, concludeert Pot. “Bij de stikstofcrisis heeft de politiek te lang alles bij het oude gelaten, en niet op tijd gekozen voor een duidelijk toekomstbeeld. Daardoor is het probleem veel groter geworden dan had gehoeven. Dat dreigt ook te gebeuren met de waterkwaliteit. En het klimaat is het volgende zwaard van Damocles.” 

Toch wil Pot niet doemdenken. “Er zijn win-win-oplossingen mogelijk. Maar dat vraagt wel visie.”  Daarvoor zijn toekomstdenkers nodig, mensen die in staat zijn om de lange termijn mee te nemen in hun denken. “Daar trainen we onze studenten in. We leren ze bijvoorbeeld technieken om de toekomst te verkennen en te verbeelden en vervolgens meer gedurfde beleidsvoorstellen te ontwikkelen voor het toekomstbestendig maken van gebieden in de wereld. En dat kunnen beleidsmakers en parlementariërs ook, door beleidsvoorstellen concreter te toetsen op de lange termijngevolgen en houdbaarheid.”

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

dr. WD (Wieke) Pot

Universitair hoofddocent

Public Administration and Policy

Public Administration and Policy, led by chairholder Dave Huitema, aims to analyse how actors, embedded in institutions, attempt to govern sustainability transformations.

Go to Public Administration and Policy