Mansholtlezing 2018: kringlooplandbouw op de Europese agenda

Nieuws

Mansholtlezing 2018: kringlooplandbouw op de Europese agenda

Gepubliceerd op
21 september 2018

De overgang naar een kringlooplandbouw zal een fundamentele verandering van het Europese landbouwsysteem inhouden. Niet langer staat de maximalisering van de opbrengst per koe of per hectare centraal, in een kringlooplandbouw gaat het om optimaliseren van het systeem als geheel. Dit hield Wageningen University & Research (WUR) bestuursvoorzitter Louise O. Fresco haar gehoor in Brussel voor tijdens de derde Mansholtlezing op 19 september 2018.

Sicco Mansholt en zijn Europese collega’s hebben er na de Tweede Wereldoorlog voor gezorgd dat de landbouw in Europa een ongekende sprong maakte in productiviteit, betoogde Louise O. Fresco: ‘Maar nu – decennia later – moeten we vaststellen dat dit beleid slachtoffer is geworden van zijn eigen succes. Want we betalen een prijs voor die productiviteitssprong: vervuiling en teloorgang van landschap en biodiversiteit. De samenleving roert zich: er zijn protesten over dierenwelzijn en ons voedselsysteem wordt in verband gebracht met ongezond voedsel en obesitas.’

Verspilling tegengaan

Het draagvlak voor de Mansholtiaanse landbouw is geërodeerd, concludeert professor Fresco. ‘En daar moeten we iets mee.’ Circulair denken is wat haar betreft de kern een nieuwe landbouw. ‘Daarbij gaat het niet langer om het maximaliseren van de opbrengst per koe of per hectare, maar om het optimaliseren van het systeem als geheel. De ketens van veeteelt en akkerbouw worden in zo’n circulair systeem geïntegreerd. Verliezen worden geminimaliseerd, doordat het zuinig omspringen met nutriënten en tegengaan van verspilling centraal staan.’

Nieuwe denkwijze

Professor Imke de Boer (Dierlijke Productiesystemen) betoogde tijdens de Mansholtlezing dat circulair denken in essentie betekent dat we afscheid nemen van de gevestigde ‘footprint’-benadering, waarbij van afzonderlijke producten de ecologische voetafdruk wordt bepaald. We moeten, zegt ze, toe naar een systeembenadering, waarbij het verwaarden van reststromen is ingecalculeerd. ‘In zo’n benadering wordt de zogeheten food-feedcompetitie vermeden. En we gaan dieren weer inzetten voor datgene waarin ze goed zijn: recyclen van afval en reststromen.’

Ook professor Martin van Ittersum (Plantproductiesystemen) benadrukte dat een circulaire benadering een compleet nieuwe denkwijze vergt. ‘Het gaat niet langer om de grootst mogelijk oogst. We moeten veel meer gaan kijken naar de kwaliteit en kwantiteit van het gehele gewas, dus ook het stro en de bladeren. En we moeten van homogene teelten toe naar gemengde teelten. Dat zal nieuwe eisen stellen aan hoe we gewassen oogsten, met behulp robots bijvoorbeeld.’

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Ruimte nodig voor initiatieven

De discussie tijdens de Mansholtlezing maakte duidelijk dat het momentum daar is voor een circulaire benadering in de landbouw. ‘Wij jonge boeren beseffen heel goed dat we niet door kunnen blijven gaan alleen op het verhogen van de productiviteit’, zei Iris Bouwers van CEJA, de organisatie voor jonge boeren in de EU. Hugo de Vries van INRA, het nationale Frans onderzoeksinstituut voor de landbouw, wees op de kloof die is gegroeid tussen boer en consument: ‘In de huidige lineaire benadering staat de boer aan het begin van de keten en de consument aan het einde, met vele schakels daartussen. In een cirkel is er geen begin meer en geen einde; alle schakels staan even ver van elkaar.’ Jose Ruiz Espi van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie wees op het nieuwe Europese kaderprogramma dat eraan komt. Circulariteit zal daarin een belangrijk begrip zijn, voorspelde hij.

In de discussie werd van verschillende kanten ingebracht dat wetgeving nu nog een hindernis vormt voor kringlooplandbouw en boeren zelfs een andere kant op lijkt te duwen. ‘Wij jonge boeren zouden graag meer ruimte hebben om nieuwe duurzame initiatieven te kunnen ontwikkelen’, merkte Iris Bouwers op. Jose Ruiz Espi nuanceerde de kritiek een beetje. ‘Ja, het klopt dat wetgeving soms innovatie remt. Maar die wetgeving is er niet voor niets. Die is er om ons te beschermen. En wetgeving kan worden aangepast, al gaat dat misschien niet zo snel als we zouden willen.’

Vragen samen oplossen

Louise O. Fresco concludeerde in haar slotbeschouwing dat er belangrijke opgaven liggen: ‘Niet alleen moet wetgeving worden aangepast om kringlooplandbouw mogelijk te maken. We moeten ook goed naar het beleid kijken. Hoe kunnen daarin de juiste prikkels worden ingebouwd?’ De schaal waarop kringlopen gesloten worden, is volgens Fresco een ander belangrijk thema. ‘Niet alle kringlopen kunnen of moeten lokaal gesloten worden. Wat is de optimale schaal? Dat hangt af van zoveel factoren. Dat zal een voortdurend scherpstellen vereisen. Dit zijn vragen die we samen zullen moeten oplossen. Niet alleen de wetenschap, maar de samenleving in brede zin. Allerlei vormen van nieuwe slimme technologie gaan ons daarbij helpen.’