Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 3 november 2026

Analyse: Maatregelen landbouw, natuur en stikstof ingrijpend voor boerenbedrijven

ir. P (Petra) Berkhout
Onderzoeker Nederlandse land- en tuinbouw

Op 26 juni presenteerde het kabinet-Jetten een nieuw maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Volgens Wageningen Social and Economic Research (WSER) kan het pakket ruimte bieden voor natuur, woningbouw en doorontwikkeling van het landelijk gebied. Dat leidt onvermijdelijk tot forse investeringen voor boeren en daarmee ook tot krimp van het aantal veehouderijen en van de veestapel. 

Op verzoek van het kabinet bracht WSER in kaart wat de gevolgen van het kabinetsbeleid zijn voor de (macro-)economie, het verdienvermogen van boeren, sociaaleconomische effecten en de voedselzekerheid. 

Projectleider Petra Berkhout: “De maatschappij vraagt met dit beleid van boeren: breng je emissies omlaag. Dat vraagt om forse aanpassingen en investeringen op boerenbedrijven. Niet elke boer kan of wil dat doen- zelfs niet met steun uit het stikstoffonds – bijvoorbeeld vanwege de locatie waar het bedrijf zich bevindt. Dat betekent dat we verwachten dat op termijn 10-30% van de veehouders zal kiezen voor bedrijfsbeëindiging, vanwege het maatregelpakket.”

Macro-economie versus individuele huishoudens

Berkhout: “Ik vind het belangrijk te benoemen dat dit pakket natuurlijk zeer ingrijpend is voor de betrokken boerenfamilies. Maar we weten ook dat krimp van de veehouderij nodig is om natuur- en milieudoelen te halen en zo de brede welvaart in Nederland te verbeteren. Er is bovendien 20 miljard euro beschikbaar aan regelingen en subsidies voor veehouders, om om te schakelen naar andere activiteiten of te stoppen. Ook lijken de gevolgen op macro-economisch niveau mee te vallen: we verwachten dat de toegevoegde waarde van het totale agrocomplex met maximaal 4% krimpt. Soortgelijke cijfers zijn er voor de werkgelegenheid; een krimp van het arbeidsvolume in het totale agrocomplex van maximaal 5%.”

Moeilijke keuzes voor boerenbedrijven

De onderzoekers verwachten dat met name grotere bedrijven in stand zullen blijven. Zij hebben genoeg economische slagkracht om grond te verwerven en om de benodigde investeringen terug te verdienen. Kleinere bedrijven zijn vaak al een stuk extensiever of hebben er al een inkomstenstroom naast.

Berkhout: “Het zijn de middelgrote bedrijven die de komende tijd moeilijke keuzes moeten maken: gaan we investeren, verder verduurzamen en uitbreiden, of gaan we extensiveren en er iets anders bij doen? Bij deze afweging is stikstof niet de enige kwestie op het boerenerf. Ook op beleidsterreinen als dierenwelzijn en waterkwaliteit vraagt de maatschappij boeren om forse aanpassingen, die lang niet altijd worden terugverdiend in de markt.”

De onderzoekers noemen het cruciaal dat de vergunningverlening wordt losgetrokken. Er moet duidelijkheid komen over de vergunningssituatie van bedrijven. Veel veehouders leven daarover in onzekerheid (PAS-melders, interimmers). Zonder deze duidelijkheid weten ondernemers niet waar ze aan toe zijn, blijft er veel onzekerheid en daarmee ook terughoudendheid om te investeren in emissiereductie.

Voedselzekerheid niet in geding

WSER onderzocht ook de impact van de kabinetsplannen op de voedselzekerheid. Die is op geen enkele manier in het geding. Berkhout: “Alleen voor rundvlees is Nederland netto een kleine importeur. Voor alle andere dierlijke producten geldt dat Nederland 1,5-9x meer produceert dan consumeert. Ook op Europees niveau leidt een afname van de Nederlandse productie niet tot een lagere fysieke beschikbaarheid van dierlijke producten.”

De Europese markt blijft weliswaar gevoelig voor marktschokken, maar dat ligt aan de afhankelijkheid van de import van voer, meststoffen en energie. Niet van de beschikbaarheid van dierlijke producten uit Nederland.

Heb je een vraag?

Contact