Droogte houdt waarschijnlijk aan tot september: Europese waterreserves blijven laag

- dr.ir. IEM (Inge) de Graaf
- Universitair hoofddocent
Arnold van Vliet
Terwijl de Rijn nog normale afvoeren liet zien en er weinig wees op acute problemen, begonnen wij afgelopen voorjaar toch ongerust te worden. Niet door wat er in Nederland gebeurde, maar door signalen uit de Europese waterreserves. In de Alpen bleef de sneeuwvoorraad achter, bodems in grote delen van Midden-Europa waren droger dan normaal en hydrologische modellen wezen op een verhoogde kans dat de aanvoer via Europese riviersystemen deze zomer onder druk zou komen te staan. In mei wezen we daarom al op de verhoogde kans op aanhoudende hydrologische droogte in Europa.
Destijds waren die signalen voor veel mensen moeilijk te herkennen. Rivierafvoeren lagen nog grotendeels binnen de normale bandbreedte, landbouwgewassen stonden er goed bij en veel natuurgebieden kleurden nog groen. Juist dat maakt droogte zo verraderlijk: de processen die haar veroorzaken spelen zich vaak maanden eerder af, verborgen in sneeuw, bodemvocht en grondwater.
Inmiddels is dat beeld sterk veranderd. De Rijn voert bij Lobith nog slechts 35 tot 40 procent van zijn gebruikelijke juli-afvoer af en bereikte deze maand het laagste niveau ooit gemeten voor juli. De zorgen over de droogte zijn verder toegenomen en waterbeheerders hebben inmiddels opgeschaald naar een situatie van feitelijk watertekort. In verschillende regio's worden extra maatregelen genomen, zoals het langer vasthouden van water, het aanpassen van waterverdeling en beperkingen op watergebruik, om voldoende zoetwater beschikbaar te houden voor landbouw, natuur, scheepvaart en drinkwatervoorziening.
Wat deze zomer laat zien, is dat droogte niet begint wanneer rivierstanden dalen of wanneer de eerste onttrekkingsverboden worden ingesteld. Tegen die tijd is het proces vaak al maanden onderweg. De huidige lage afvoeren in de Rijn weerspiegelen voor een belangrijk deel de toestand van de Europese waterreserves van afgelopen winter en voorjaar.
Verder kijken dan twee weken
In de berichtgeving over de lage rivierstanden wordt vaak genoemd dat modellen ongeveer twee weken vooruit kunnen kijken. Voor operationeel waterbeheer zijn dergelijke verwachtingen essentieel. Voor langzaam ontwikkelende processen zoals hydrologische droogte kunnen we echter ook maanden vooruit kijken.
Door informatie over sneeuwvoorraden, bodemvocht, grondwater en weersverwachtingen te combineren, bieden de hydrologische seizoensverwachtingen van Copernicus een blik vooruit van enkele maanden. Ze voorspellen niet de exacte rivierstand, maar laten zien hoe groot de kans is op een droger of natter seizoen.
De meest recente seizoensverwachtingen laten zien dat de kans groot is dat de droogte in grote delen van Midden- en West-Europa gedurende de rest van de zomer aanhoudt (Figuur 1). Ook in delen van het Rijnstroomgebied wordt tot en met september een lagere dan normale rivierafvoer verwacht. Al begin juni lieten de seizoensverwachtingen zien dat de kans op lage afvoeren in juli en augustus toename (Figuur 2). Voor een watersysteem dat nu al onder druk staat, betekent dit dat een snel herstel voorlopig niet waarschijnlijk is. De beschikbaarheid van water voor landbouw, natuur, scheepvaart en drinkwatervoorziening blijft daardoor ook de komende maanden een aandachtspunt. Dat is niet alleen relevant voor de komende weken. De huidige droogtesituatie lijkt daarmee geen kortstondige episode, maar onderdeel van een patroon dat volgens de seizoensverwachtingen tot minstens september kan aanhouden.

Inge de Graaf
Figuur 1. Verwachte rivierafvoer in Europa voor juli tot september 2026. De bovenste kaarten tonen de verwachte afwijking ten opzichte van normaal (ensemblemediaan), met rood voor lagere en blauw voor hogere afvoer. De onderste kaarten laten zien hoe sterk dit signaal is binnen het ensemble van 51 modelruns; donkerdere kleuren duiden op een grotere overeenstemming tussen de modellen. De kleuren hebben in beide figuren dus een verschillende betekenis.

Inge de Graaf
Figuur 2. Kans op afwijkende rivierafvoer in Nederland voor juni, juli en augustus 2026. De kaarten tonen welk percentage van de 51 modelruns een lagere (rood) of hogere (blauw) afvoer dan normaal voorspelt voor juni, juli en augustus. De verwachting liet al begin juni een duidelijke toename zien van de kans op lage afvoeren in juli en augustus.
Van reageren naar anticiperen
Waterbeheerders zitten niet stil. Peilen worden verhoogd, water wordt langer vastgehouden en waar nodig gelden beperkingen voor watergebruik. Tegelijkertijd laat de huidige situatie zien dat droogte steeds vaker een grensoverschrijdende uitdaging wordt. De Rijn is immers geen Nederlandse rivier. Ook bovenstrooms worden maatregelen genomen om water vast te houden en klinkt steeds vaker de roep om sterkere Europese afspraken over waterverdeling en droogtebeheer.
Juist daarom wordt het steeds belangrijker om verder vooruit te kijken dan de operationele verwachtingen van de komende dagen of weken. Door Europese waterreserves en seizoensverwachtingen mee te nemen, ontstaat al maanden eerder inzicht in mogelijke risico's voor rivierafvoer en watervoorziening. Dat helpt niet alleen om tijdig maatregelen te nemen, maar ook om beschikbare watervoorraden slimmer te verdelen en vast te houden. In een situatie waarin droogte langer aanhoudt en meerdere functies afhankelijk zijn van dezelfde beperkte hoeveelheid water, wordt vooruitkijken steeds belangrijker. De uitdaging voor de toekomst is daarom niet alleen om te reageren op droogte wanneer zij zichtbaar wordt, maar vooral om het watersysteem proactief te beheren op basis van de signalen die al maanden eerder beschikbaar zijn.



