Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 14 september 2026

Genenbanken leren van elkaar

Brassica's in bloei in een tent

Genenbanken bewaren de genetische diversiteit van landbouwgewassen en hun wilde verwanten. Maar hoe weet een genenbank of het materiaal goed wordt beheerd en ook op lange termijn bruikbaar blijft? Bij Genebank Peer Reviews beoordelen deskundigen uit verschillende genenbanken elkaars werk. Zo worden verbeterpunten zichtbaar en leren de deelnemers tegelijkertijd van elkaar.

Meer dan zaden bewaren

Wereldwijd lagen in 2024 naar schatting 6 miljoen accessies opgeslagen bij 902 genenbanken. Een accessie is een afzonderlijk opgenomen monster, bijvoorbeeld van een ras of een wilde populatie. Samen vormen deze collecties een belangrijke bron voor onderzoek en plantenveredeling.


Het bewaren van zaden alleen is echter niet genoeg. Een genenbank moet ervoor zorgen dat zaden levensvatbaar blijven en dat hun identiteit en genetische samenstelling behouden blijven. Daarvoor worden zaden zorgvuldig gedroogd en opgeslagen en wordt regelmatig de kiemkracht gecontroleerd. Als de voorraad of kiemkracht te laag wordt, moeten planten opnieuw worden opgekweekt om vers zaad te produceren. Ook goede registratie, veiligheidsduplicaten en duidelijke regels voor de uitgifte van materiaal zijn nodig.


Internationale standaarden beschrijven hoe genenbanken dit werk zorgvuldig kunnen uitvoeren. In de praktijk verschillen genenbanken sterk in omvang, beschikbare middelen en werkwijze.

Beoordeling door collega's

Om de kwaliteit van genenbanken verder te verbeteren ontwikkelde het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland van Wageningen University & Research samen met Europese partners het systeem van Genebank Peer Reviews. Het gaat niet om een formele audit waarbij fouten worden afgestraft. De beoordeling wordt uitgevoerd door collega’s die, als ‘peers’ (vakgenoten), vergelijkbare verantwoordelijkheden en problemen kennen.


Een beoordelingsronde bestaat uit drie wederzijdse bezoeken. Vooraf beschrijft iedere deelnemende genenbank de eigen organisatie, voorzieningen en werkwijzen in een operationeel handboek. Alleen al deze zelfevaluatie kan onduidelijkheden of zwakke plekken zichtbaar maken die in de dagelijkse routine gemakkelijk onopgemerkt blijven.


Tijdens een bezoek van meestal twee dagen bekijken de beoordelaars de faciliteiten en spreken zij met medewerkers. Onderwerpen zijn onder meer de opslag, kiemkrachtcontroles, vermeerdering, gegevensbeheer, uitgifte van materiaal, financiering en risico’s voor de continuïteit. Na afloop ontvangt de genenbank een rapport met observaties en aanbevelingen.

Vijftien beoordelingen in Europa

Tussen 2019 en 2024 zijn vijftien beoordelingen uitgevoerd bij twaalf genenbanken in onder andere Nederland, Spanje, Polen, Duitsland, Zweden, Bulgarije en Italië. De aanbevelingen varieerden van praktische aanpassingen tot beleidskeuzes. Voorbeelden van aanbevelingen zijn bijvoorbeeld het gebruiken van digitale, unieke identificatienummers voor accessies, meer aandacht te besteden aan de beveiliging (back-up)van faciliteiten en grenzen te stellen aan de hoeveelheid zaad die per accessie wordt opgeslagen.


De ervaringen zijn overwegend positief. Sommige medewerkers gaven aan vooraf bezorgd te zijn dat hun werk vooral zou worden gecontroleerd. Tijdens de bezoeken veranderde dat beeld doorgaans. De gesprekken werden als constructief ervaren en de adviezen als bruikbaar. Ook de beoordelaars deden nieuwe ideeën op doordat zij andere installaties, protocollen en oplossingen bij de collega genenbanken zagen. Een ander bijkomend voordeel was dat de onderlinge contacten tussen de genenbankmedewerkers uit verschillende landen werden versterkt en zo samenwerking werd gestimuleerd.

Kwaliteit blijven verbeteren

De rapporten zijn gebruikt om prioriteiten te stellen en om financiering voor verbeteringen te onderbouwen. Het precieze effect is lastig te meten, omdat uiteraard ook andere ontwikkelingen invloed hadden op de ontwikkeling van de betrokken genenbanken. De deelnemende instellingen geven echter aan dat de beoordelingen daadwerkelijk verbeteringen hebben opgeleverd.


Een belangrijk knelpunt is de beschikbaarheid van ervaren deskundigen die bij de review bij elkaar op bezoek gaan. Hun tijd is schaars en een grondige beoordeling kost tijd en geld. Er wordt daarom gedacht aan het opbouwen van een vaste groep ervaren genenbankmedewerkers die beoordelingen kan begeleiden en collega’s kan ondersteunen. Ook is het belangrijk om later na te gaan wat met de aanbevelingen is gedaan. Het moet niet bij een bezoek bij aanbevelingen blijven, maar ook echt veranderingen opleveren. 


Door kennis, werkwijzen en problemen open met collega’s te bespreken, kunnen genenbanken hun collecties beter beschermen en toegankelijk houden. De opbrengst van de peer reviews is daarmee niet alleen een rapport met verbeterpunten, maar ook een sterker professioneel netwerk dat gezamenlijk werkt aan het behoud van de diversiteit van onze voedselgewassen.

Bron: Van Hintum et al. (2025), Genebank Peer Reviews: A powerful tool to improve genebank quality and promote collaboration, Genetic Resources 6 (11), 115–121.

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.