Nieuwe studie laat zien hoe belangrijk de gekozen tijdsperiode is bij het bepalen van uitstervingsrisico

- prof.dr. RD (Douglas) Sheil
- Hoogleraar/Leerstoelhouder
Welke diersoorten lopen het grootste risico om uit te sterven? Volgens een nieuwe studie in Science Advances hangt het antwoord niet alleen af van de plek waar je kijkt, maar ook van de periode waarover je gegevens verzamelt.
Onderzoekers van Wageningen University & Research, de Norwegian University of Life Sciences (NMBU) en diverse internationale partners combineerden gegevens uit cameravallen met fossielen en verspreidingsgegevens van zoogdieren over een periode van 130.000 jaar. Op basis van gegevens van 64 onderzoekslocaties in Afrika, Azië en Noord- en Zuid-Amerika laten zij zien dat de gekozen tijdsperiode een grote invloed heeft op de soorten die als kwetsbaar naar voren komen.
Langetermijnpatronen en hedendaagse waarnemingen
De onderzoekers analyseerden 210 zoogdiersoorten vanaf het Eemien, de laatste tussenijstijd, tot nu. Over deze lange periode bleken soorten met een groot lichaamsformaat, kleine hersenen, een vleesetend dieet, een lange generatietijd en een leven op de grond een grotere kans te hebben om uit te sterven. Opvallend is dat deze patronen zowel op mondiale als op regionale en lokale schaal grotendeels overeenkwamen.
Toen dezelfde kenmerken werden vergeleken met hedendaagse cameravalgegevens, ontstond echter een ander beeld.
Zo blijken soorten met kleinere hersenen over een periode van 130.000 jaar vaker uit te sterven, terwijl kortetermijnstudies juist soms suggereren dat soorten met grotere hersenen kwetsbaarder zijn. Ook grote zoogdieren die zich langzaam voortplanten blijken op de lange termijn gevoeliger voor uitsterven, terwijl zij in hedendaagse cameravalstudies juist relatief goed lijken te presteren. Volgens de onderzoekers komt dat waarschijnlijk doordat cameravallen vooral in beschermde natuurgebieden worden ingezet, waar populaties van grote zoogdieren relatief stabiel zijn.



De juiste tijdschaal voor de juiste vraag
De studie onderstreept dat de gekozen tijdschaal van belang is bij het interpreteren van onderzoek naar biodiversiteit. Wereldwijde en historische studies vormen een waardevolle basis om lokale natuurbehoudsmaatregelen te ondersteunen, maar alleen wanneer de gebruikte gegevens passen bij de vraag die wordt gesteld.
Douglas Sheil van Wageningen University & Research, die betrokken was bij de opzet, analyse en interpretatie van het onderzoek, zegt:
"Cameravallen hebben onze mogelijkheden om dieren in het veld waar te nemen enorm vergroot. Ze laten soorten zien die we anders nooit zouden detecteren, over grote gebieden en vrijwel in realtime. Maar een korte, lokale momentopname is niet hetzelfde als het complete plaatje. Recente gegevens vertellen ons wat er nu gebeurt, terwijl historische gegevens laten zien wat er al verloren is gegaan. Om uitstervingsrisico's goed te begrijpen, hebben we beide perspectieven nodig."
Door hedendaagse ecologische monitoring te combineren met gegevens uit het verre verleden biedt het onderzoek een completer beeld van hoe uitstervingsrisico zich ontwikkelt en helpt het om moderne biodiversiteitsgegevens beter te interpreteren.
“Recente gegevens vertellen ons wat er nu gebeurt, terwijl historische gegevens laten zien wat er al verloren is gegaan. Om uitstervingsrisico's goed te begrijpen, hebben we beide perspectieven nodig.”
- Douglas Sheil
- Leerstoelgroephouder Bosecologie en Bosbeheer
Vragen?
Heeft u een vraag over dit onderwerp of ziet u mogelijkheden om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.
Volg Wageningen University & Research op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.


