Sensormetingen blijken betrouwbaar voor het meten van emissies uit melkveestallen

- dr. J (Julio) Mosquera Losada
- Onderzoeker Veehouderij en Milieu
Continue sensormetingen leveren vergelijkbare resultaten op als standaard referentiemethoden voor het meten van ammoniak- en methaanemissies in melkveestallen. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Livestock Research op vier melkveebedrijven in Vlaanderen.
De resultaten laten zien dat sensortechnologie mogelijkheden biedt om emissies langdurig te monitoren en dragen bij aan de verdere ontwikkeling van meetmethoden.
Wageningen Livestock Research (WLR, onderdeel van Wageningen University & Research) voerde gedurende twee jaar emissiemetingen uit op vier gangbare melkveebedrijven in Vlaanderen. Van november 2022 tot en met oktober 2024 werden de ammoniak- en methaanemissies gemeten met zowel continue sensormeetsystemen als standaard referentiemethoden. Ook het Vlaamse Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en TNO waren bij de meetcampagne betrokken.
Uit de resultaten blijkt dat de emissiewaarden die met continue sensoren zijn vastgesteld, niet statistisch significant verschillen van de waarden die met de standaard referentiemethoden zijn gemeten. Daarmee bevestigt het onderzoek dat moderne sensortechnologie een betrouwbare basis kan vormen voor langdurige monitoring van emissies in melkveestallen.
Vergelijkbare resultaten voor ammoniak en methaan
De onderzoekers vergeleken de emissies van ammoniak (NH₃) en methaan (CH₄) die met beide meetmethoden werden vastgesteld. Voor de bepaling van de emissies is gebruik gemaakt van de rekenregels zoals beschreven in Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2013a, om de vergelijking met de huidige emissiefactoren mogelijk te maken. Voor ammoniak bedroeg de gemiddelde emissie op basis van continue sensormetingen 18,0 kilogram per dierplaats per jaar. Met de standaard referentiemethoden werd gemiddeld 19,0 kilogram gemeten. Hierbij is gecorrigeerd voor factoren zoals het melkureumgehalte, de buitentemperatuur en het beloopbare vloeroppervlak.
Ook voor methaan kwamen de resultaten dicht bij elkaar. Continue sensormetingen leverden een gemiddelde emissie op van 357 kilogram methaan per dier per jaar, tegenover 351 kilogram met de standaard referentiemethoden.
Ventilatie speelt belangrijke rol bij emissiemetingen
Naast de vergelijking van meetmethoden onderzochten de onderzoekers de invloed van ventilatie op de berekende emissies. Het ventilatiedebiet, de hoeveelheid lucht die door een stal stroomt, blijkt een veelbelovende aanvullende factor om emissiemetingen tussen verschillende stallen beter vergelijkbaar te maken.
Wanneer het ventilatiedebiet wordt meegenomen in de berekeningen, komen de gemiddelde ammoniakemissies uit op 13,6 kilogram per dierplaats per jaar bij continue metingen en 13,9 kilogram bij metingen met de standaard referentiemethoden.
Naar verdere harmonisatie van meetmethoden
Het onderzoek maakt deel uit van een bredere samenwerking tussen WLR en ILVO. Door meetmethoden en meetresultaten met elkaar te vergelijken, willen de onderzoeksinstituten meer inzicht krijgen in de overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende technieken. Deze kennis is belangrijk voor de verdere harmonisatie van emissiemetingen in de melkveehouderij.
De resultaten bieden niet alleen inzicht in de ammoniak- en methaanemissies van gangbare ligboxenstallen, maar laten ook zien welke mogelijkheden continue sensormetingen bieden voor toekomstig onderzoek, langdurige monitoring en beleidsontwikkeling.
De vergelijking van de meetmethoden van WLR, ILVO en TNO wordt beschreven in een afzonderlijk gezamenlijk rapport.
Publicatie
Het onderzoeksrapport Ammoniak- en methaanemissie uit vier gangbare ligboxenstallen voor melkvee in Vlaanderen is online beschikbaar.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


