Sneeuwluipaarden in Nepal beschermen? Daar is een app voor

- AK (Arun) Pratihast, PhD
- WR Onderzoeker
WUR-onderzoekers hebben een app ontwikkeld voor lokale gemeenschappen in Nepal die helpt voorspellen waar de kans op confrontaties met sneeuwluipaarden het grootst is. De eerste resultaten zijn veelbelovend: het aantal conflicten tussen herders en sneeuwluipaarden is afgenomen.
Sneeuwluipaarden leven hoog in het Himalaya-gebergte. De lucht is ijl en het kan wel 30 graden vriezen, maar deze zeldzame katachtige heeft zich uitstekend aangepast aan de omstandigheden. Zijn dikke, gevlekte vacht biedt camouflage en beschermt hem tegen de ijzige kou. Dankzij zijn lange staart kan hij met hoge snelheid over steil, rotsachtig terrein rennen en springen.
Maar sneeuwluipaarden worden bedreigd. Conflicten tussen mens en dier, verlies van leefgebied en stroperij brengen hun voortbestaan in gevaar. Wanneer sneeuwluipaarden vee doden, nemen veehouders soms wraak door de dieren aan te vallen. Volgens schattingen van het Wereld Natuur Fonds (WWF) leven er nog zo’n 4.000 sneeuwluipaarden, verspreid over twaalf landen in Centraal- en Zuid-Azië.
Sneeuwluipaarden in de Nar-Phu-vallei, vastgelegd door middel van een cameraval





Jaks en schapen
In Wageningen werkt senior datawetenschapper Arun Pratihast aan een manier om sneeuwluipaarden te beschermen: een app die voorspelt waar de kans op conflicten tussen mensen en wilde dieren het grootst is. Zijn onderzoek richt zich op de afgelegen Nar-Phu-vallei, in het uiterste noorden van Nepal, zijn geboorteland. In deze vallei leven ongeveer twintig sneeuwluipaarden. Ze delen de bergen met honderden dorpsbewoners die vee houden, voornamelijk jaks en schapen.
'Sneeuwluipaarden moeten eten, en de lokale bevolking moet ook kunnen overleven', zegt Pratihast. 'De mensen in de Nar-Phu-vallei zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van hun vee. Over het algemeen tolereren ze de sneeuwluipaarden, behalve wanneer deze roofdieren grote aantallen van hun dieren doden. Soms kan een sneeuwluipaard in één nacht vijftig tot zestig schapen doden. Uit wraak gaan mensen dan op het dier jagen om het te doden. Ik wilde een manier vinden om deze conflicten beheersbaarder te maken, zodat mensen er beter mee kunnen omgaan.'

Pratihast ontwikkelt en test sinds 2011 mobiele hulpmiddelen voor natuurbescherming. Hij testte deze hulpmiddelen voor het eerst bij natuurbeschermers in Ethiopië, om hen te helpen de biodiversiteit in kaart te brengen. Later onderzoek in Peru liet zien dat inheemse gemeenschappen mobiele apps met offline navigatie, gps en gegevens met locatie-informatie kunnen gebruiken om ontbossing in het Amazoneregenwoud te volgen.
Roofdierbestendig
Vanaf 2017 bracht Pratihast zijn idee tot leven. Hij startte een proefproject in Nepal en kreeg hiervoor financiering van de Duitse Vereniging voor Natuur- en Biodiversiteitsbehoud (NABU). Vervolgens ontwikkelde hij mobiele apps, geïnspireerd op de apps die in Peru worden gebruikt. WUR-onderzoeker Christina Cappello sloot zich in 2019 bij het project aan. Cappello had eerder gewerkt aan de bescherming van grote katachtigen in Nicaragua en wist hoe belangrijk satellietbeelden en kaarten zijn voor natuurbescherming.
Via de apps melden bewoners van de Nar-Phu-vallei sporen van sneeuwluipaarden, zoals pootafdrukken en urinesporen. De onderzoekers brengen vervolgens de locaties van vee en omheiningen in kaart om vast te stellen waar confrontaties met sneeuwluipaarden het meest waarschijnlijk zijn. 'Op die locaties bouwen we roofdierbestendige veekralen: metalen kooien met schijnwerpers, die sneeuwluipaarden op afstand houden', legt Pratihast uit. 'Er zijn er al zes gebouwd, en we willen er nog twee of drie bij bouwen.' Tot nu toe lijkt de aanpak te werken: sinds de start van het project zijn er geen gevallen meer gemeld waarbij grote aantallen vee zijn gedood.
Het lijkt misschien logisch om nog meer roofdierbestendige veekralen te bouwen, maar dat is lastig en duur. De Nar-Phu-vallei ligt zo afgelegen dat bouwmaterialen alleen per helikopter of te paard kunnen worden aangevoerd. Cappello herinnert zich haar reis in 2019: 'We vlogen naar Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, en reisden daarna een dag met de auto. Vervolgens stapten we over op een terreinwagen, waarmee we langs steile afgronden naar een basiskamp op 2.600 meter hoogte reden. Vanaf daar moesten we nog twee tot drie dagen lopen om de Nar-Phu-vallei te bereiken.'
Snelle schadevergoeding
De app brengt niet alleen de locaties van sneeuwluipaarden en veekralen in kaart; veehouders kunnen er ook snel een schadevergoeding mee krijgen. Als een sneeuwluipaard een schaap doodt, kan de veehouder contact opnemen met een lid van het lokale comité voor de bescherming van sneeuwluipaarden. Elk dorp heeft zo'n comité, met vijf tot zes leden die zijn opgeleid om als burgerwetenschapper te werken. Zij komen ter plaatse om vast te stellen welk dier is gedood, hoe en waar dat is gebeurd, enzovoort. Alle informatie kan samen met foto's in de app worden geüpload.
'Het comité heeft een eigen bankrekening, waardoor ze de veehouder snel een schadevergoeding kunnen betalen', zegt Pratihast. 'Normaal gesproken moeten veehouders lange afstanden afleggen om een incident te melden. Dat kost dagen en brengt veel papierwerk met zich mee. Vervolgens duurt het vaak erg lang voordat de schadevergoeding wordt uitbetaald. De lokale bevolking maakt daarom graag gebruik van ons systeem. Doordat hun vee beter beschermd is en ze sneller een schadevergoeding ontvangen, neemt ook de woede af die tot vergeldingsacties tegen sneeuwluipaarden leidt.'
Lokale gebruiker
Tashi Namgel Ghale is een 68-jarige veehouder uit de Nar-Phu-vallei. Voorheen hield hij zijn geiten en jaks in een traditionele, open veekraal, waar sneeuwluipaarden ze makkelijk konden bereiken. Sinds de bouw van een roofdierbestendige omheining is het aantal dieren dat zijn familie verliest sterk afgenomen.
Namgel Ghale vindt de app eenvoudig en handig om een schadevergoeding aan te vragen. Ook is hij blij met de nieuwe omheining: 'Ik slaap een stuk rustiger nu ik weet dat mijn jaks 's nachts veilig in de veekraal staan, beschermd tegen roofdieren.' Door zijn ervaringen is hij ook positiever gaan denken over de bescherming van sneeuwluipaarden.
Wilde ideeën
De betrokkenheid van de lokale bevolking in de Nar-Phu-vallei is van groot belang geweest, vertelt Pratihast: 'Ze leveren al drie tot vier jaar elke maand gegevens aan. Het is ontzettend waardevol om over zo'n lange periode gegevens te verzamelen van mensen die het gebied goed kennen en begrijpen.' 'En we doen dit echt samen', vult Cappello aan. 'De inwoners hebben ons geholpen bij het ontwerpen van de apps en hebben ons veel feedback gegeven.'
De komende jaren hopen de WUR-onderzoekers nog meer te doen om ervoor te zorgen dat mensen en sneeuwluipaarden beter kunnen samenleven. Satellietbeelden kunnen daarbij helpen door factoren als vegetatie, hoogteverschillen en sneeuwbedekking in kaart te brengen. Samen met waarnemingen vanaf de grond kunnen deze gegevens worden gebruikt om de risicokaarten te verbeteren die laten zien waar conflicten met wilde dieren kunnen ontstaan. En misschien kunnen ze een soortgelijk systeem zelfs toepassen op andere dieren in Nepal, zoals het blauwe schaap. Pratihast: 'Ik heb nog heel veel wilde ideeën.'
Open Science
Dit project is een voorbeeld van Open Science in de praktijk en heeft financiering ontvangen van het WUR Open Science & Education Programme. Bij WUR zorgt Open Science ervoor dat ons onderzoek transparanter, toegankelijker en meer op samenwerking gericht is, waardoor kennisuitwisseling tussen wetenschap en samenleving mogelijk wordt.
Burgerwetenschap (citizen science) is een manier om dit te bereiken: de bewoners van de Nar-Phu-vallei zijn actief betrokken bij het onderzoek. FAIR-gegevens zijn een andere manier: gegevens die vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn. Vrij beschikbare satellietbeelden maken het bijvoorbeeld mogelijk om zonder dure licenties risicokaarten te maken en te verbeteren. Deze kaarten laten zien waar de kans op conflicten met sneeuwluipaarden het grootst is. En als de gegevens uit het project zelf ook voldoen aan de FAIR-principes, kunnen onderzoekers en natuurbeschermers op andere plekken deze gegevens gemakkelijk vinden en hergebruiken. Zo wordt het eenvoudiger om de aanpak ook toe te passen in andere gebieden of bij andere diersoorten.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag over dit onderwerp, of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.
Volg Wageningen University & Research op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.


