Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 13 oktober 2026

COP17: We doen wereldwijd meer dan ooit voor biodiversiteit, maar het is nog niet genoeg

Een grote miereneter in het Surinaamse regenwoud.
dr. JH (Jelle) Behagel
Universitair Hoofddocent

Dat blijkt uit de voortgangsrapportage over de biodiversiteitsdoelen voor 2030, van de CBD COP 17, de biodiversiteitstop van de Verenigde Naties die op 19 oktober begint. Natuurbeschermings specialist Jelle Behagel plaatst die voorlopige conclusie in de context van de rest van de top.

In 2022, tijdens de 15e editie van de CBD COP, werd de conferentie het eens over een lijst van 23 biodiversiteitsdoelen die voor 2030 behaald moesten worden: het Global Biodiversity Framework (GBF). Nu, vier jaar later is het tijd om de tussenstand op te maken. ‘De eerste versie van het voortgangsrapport laat zien dat we als wereld weliswaar vooruitgang maken, maar dat we de biodiversiteitsdoelen niet voor 2030 gaan halen.’ Dat vertelt Jelle Behagel, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Bos- en Natuurbeleid. Hij is één van de wetenschappers die namens Wageningen University & Research afreist naar de top in Armenië, die op 19 oktober zal beginnen.

Wat staat er op de agenda van COP17

‘Internationaal is er meer aandacht voor biodiversiteit dan ooit, maar de inspanningen staat nog niet in verhouding tot de uitdaging,’ zegt Behagel. ‘Van de 23 biodiversiteitsdoelen uit het GBF is alleen op het 8e doel goede actie te zien. Dat is het streven om het effect van de gevolgen van klimaatverandering op biodiversiteit te minimaliseren.’

Waar denkt Begagel dat de VN-landen het tijdens de 17e biodiversiteitstop over zullen hebben in de licht van deze rapportage? ‘Om ook andere biodiversiteitsdoelen dichterbij te brengen, moet er veel gebeuren. Belangrijke thema’s zullen zijn: de manier waarop de bescherming van biodiversiteit wordt gefinancierd en hoe natuurvriendelijke tradities van lokale en inheemse gemeenschappen in stand gehouden kunnen worden. Ook staat de samenwerking met andere VN-toppen op de agenda.’

Financiering van biodiversiteit en beschermde gebieden

‘De meeste grote en vaak ook meer intacte ecosystemen liggen in het zuiden van de wereld, waar ook de meest diverse natuur te vinden is,’ vertelt Behagel. ‘Betekent dat ook dat die landen de bescherming van die natuur moeten bekostigen? Het behoud van biodiversiteit is in het belang van iedereen.’ Als het gaat over de financiering van natuurbehoud, wijzen afgevaardigden van het globale zuiden vaak op een afspraak uit 1992. ‘Toen sprak de VN af dat er nieuwe financiële instrumenten – fondsen – zouden komen om de zuidelijke landen te ondersteunen. Er zijn in de tussentijd wel instrumenten bijgekomen, maar die zijn volgens de landen niet toereikend of te omslachtig om te gebruiken.’

Als de VN de doelen uit het GBF voor 2030 willen halen, zijn nationale parken en beschermde gebieden bovendien niet genoeg, stelt Behagel. ‘Daarom gaat er ook steeds meer aandacht uit naar andere effectieve conservatiemethoden, zoals natuurvriendelijke landbouw of traditioneel landgebruik. Lokale en inheemse gemeenschappen werden tijdens COP15 en COP16 al erkend voor de belangrijke bijdrages die zij leveren aan natuurbehoud. Nu, twee jaar later, is het de vraag welke gemeenschappen de VN dan precies bedoelt en hoe de VN hun kennis en tradities kan helpen beschermen.’

Transformatieve verandering

Biodiversiteitsverlies stoppen vraagt om meer dan nieuwe technieken, natuurherstel of duurzamere manieren van produceren. Ook de structuren en opvattingen die bepalen hoe we met natuur omgaan moeten veranderen. Wageningen University & Research onderzoekt veel verschillende perspectieven op dit soort systeembrede transformaties. Ook op het gebied van biodiversiteitsverlies willen we ontdekken hoe de samenleving samen kan komen om de onderliggende oorzaken aan te pakken.

Inheemse gemeenschappen zijn belangrijk voor de bescherming van biodiversiteit

Behagel is zelf betrokken bij onderzoek naar de ondersteuning van lokale en inheemse gemeenschappen. Samen met Bas Verschuuren is hij de wetenschappelijk coördinator van het ABC Futures-project. Daarbinnen onderzoeken vijf Wageningse en één Utrechtse leerstoelgroep vijf jaar lang de externe drukfactoren die het voor inheemse gemeenschappen moeilijk maken om hun tradities voort te zetten. ‘In Suriname, bijvoorbeeld, bedrijven inheemse mensen zwerflandbouw op kleine, tijdelijke percelen in het bos,’ vertelt Behagel. ‘Die eeuwenoude en natuurvriendelijke praktijk wordt nu bedreigd door houtkap en mijnbouw.’

Een goudveld in Suriname.

‘Door houtkap ontstaan open plekken in het bos, waar het water niet goed wegloopt. In de plassen die blijven staan, planten muggen zich voort, die ziektes kunnen verspreiden. Tegelijk gebruiken mijnbouwprojecten kwik om goud te scheiden van onzuiverheden. Die stof vergiftigt het drinkwater in de omgeving, meestal de rivier. Een van onze PhD-studenten onderzoekt nu welke gevolgen deze omstandigheden hebben op de gezondheid van de inheemse gemeenschappen en de natuur.’ Naast Suriname doet ABC Futures ook onderzoek in Brazilië, Mexico, Mozambique en Kenia. ‘In Brazilië kijken we bijvoorbeeld naar het bestuur van landschappen waarin natuurparken, inheemse gebieden en grootschalige landbouw bij elkaar komen.’

Organisaties die zich inzetten voor de natuur werken vaak nog weinig samen met inheemse gemeenschappen. ‘Er is weinig aandacht voor het belang van lokale cultuur voor natuurbehoud,’ zegt Behagel. ‘Traditionele praktijken staan vaak dichter bij de natuur en kunnen helpen om die in stand te houden, maar om die tradities te ondersteunen zijn ander soort maatregelen nodig. Een nieuw dorpshuis helpt soms beter dan een nieuw nationaal park.’

Tops over klimaatverandering en biodiversiteit moeten samenwerken

‘De duurzaamheidsconferentie van Rio de Janeiro in 1992 heeft ons niet alleen een top over biodiversiteit, maar ook toppen over klimaatverandering en verwoestijning opgeleverd,’ vertelt Behagel. ‘Die onderwerpen staan eigenlijk niet los van elkaar.’ De gevolgen van klimaatverandering, zoals bosbranden en overstromingen, kunnen ecosystemen hevig aantasten, en stijgende temperaturen kunnen het sommige ecosystemen zelfs onmogelijk maken om voort te bestaan. Ecosystemen vormen op hun beurt barrières tegen klimaatverandering: toendra’s en oceanen slaan CO2 op en gezonde, gevarieerde begroeiing gaat modderstromen tegen. ‘Als ecosystemen hun veerkracht verliezen, voelen we de effecten van klimaatverandering des te harder.’

‘Daarom is het belangrijk deze drie tops sterker samenwerken, want dat gebeurt nu, dertig jaar later, nog steeds te weinig,’ stelt Behagel. ‘Hun doelstellingen zijn niet los van elkaar te bereiken.’ Samenwerking staat dan ook op de agenda van de CBD COP17. ‘Tijdens de 17e top over verwoestijning riepen de landen ook op om te werken aan geïntegreerde oplossingen. Oplossingen die niet alleen biodiversiteit bevorderen, maar ook klimaatverandering en verwoestijning tegengaan.’

De CBD COP 17 vindt plaats in Yerevan, Armenië. De top begint officieel op 19 oktober en gaat door tot 30 oktober. Op die geplande slotdag zullen de nieuwste resoluties aangenomen worden. 

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag over de CBD COP17? Neem dan contact op met onze expert.  

dr. JH (Jelle) Behagel

Universitair Hoofddocent

Volg Wageningen University & Research op social media

Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.