Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 15 oktober 2026

COP17: ‘Biodiversiteit is onze eerste verdedigingslinie tegen klimaatverandering’

Van 19 tot en met 30 oktober vindt in de Armeense hoofdstad Jerevan COP17 plaats. Tijdens deze conferentie praten landen met elkaar over hoe zij het verlies aan biodiversiteit in de wereld moeten stoppen. Iets later vindt een andere belangrijke conferentie plaats waar over de leefbaarheid van de planeet wordt gesproken: de klimaattop COP31 in het Turkse Antalya. Er zijn dus twee podia voor wereldwijde onderhandelingen over deze ecologische én maatschappelijke crisissen. Omdat beide opgaven volledig met elkaar zijn verweven, vinden Wageningse wetenschappers dat ze in samenhang moeten worden aangepakt: “De klimaatcrisis is een biodiversiteitscrisis, en andersom.” 

Voor wetenschappers zijn conferenties waar wereldleiders over biodiversiteit (COP17) en klimaat (COP31) praten, momenten waarnaar zij reikhalzend uitkijken. Hun bevindingen zien zij daar graag vertaald in bindende afspraken voor alle landen. Officiële rapportages van VN-werkgroepen IPCC (klimaat) en IPBES (biodiversiteit) laten al jarenlang zien dat klimaatverandering en verlies van biodiversiteit hand in hand gaan en elkaar versterken. De effecten versterken elkaar via complexe zelfversterkende cirkels.

Natuur de grootste klimaatoplossing

Jeanne Nel, Liesje Mommer en Tim van Hattum, allen als wetenschappers verbonden aan Wageningen University & Research, willen deze boodschap tijdens de biodiversiteitstop in Jerevan en de klimaattop in Antalya breed verkondigen. Allen werkend aan eigen onderdelen van het vraagstuk delen zij de overtuiging dat de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis niet los te zien zijn van elkaar. Tim van Hattum leidt het Wageningse programma Green Climate Solutions, dat werkt aan groene oplossingen tegen klimaatverandering. Volgens hem is natuur de eerste verdedigingslinie tegen klimaatverandering: “Het natuurlijk systeem neemt de helft op van de totale CO2 die in de wereld wordt uitgestoten. Daarnaast maakt de natuur ons veerkrachtiger voor de gevolgen van klimaatverandering, van overstromingen en droogte tot hitte. Natuur is de grootste klimaatoplossing, die helaas nauwelijks als oplossing wordt gebruikt. Het overgrote deel van de aandacht en het geld gaat naar technologische oplossingen, zoals de energietransitie en elektrische auto’s. Die zijn ook belangrijk, maar we zien de meest voor de hand liggende oplossing, meer investeren in natuur, over het hoofd.” 

“Technologische oplossingen zijn ook belangrijk maar we zien de meest voor de hand liggende oplossing, meer investeren in natuur, over het hoofd.”
Tim van Hattum
Programmaleider Green Climate Solutions

Omgekeerd versnelt klimaatverandering het uitsterven van dier- en plantensoorten. Liesje Mommer, hoogleraar Ondergrondse ecologie, is de drijvende kracht achter het Wageningen Biodiversity Initiative, dat zich inzet voor biodiversiteitsherstel in het landschap. Mommer toonde onder meer aan dat soortenrijke plantengemeenschappen beter groeien dan monoculturen van die soorten. Bovendien zijn mengsels weerbaarder tegen ziekten. Een deel van de verklaring ligt onder de grond, in de complexe netwerken van schimmels en bacteriën rond plantenwortels.  

Die bevindingen staan in schril contrast met de neerwaartse spiraal waarin de wereld volgens Mommer is terechtgekomen. “Door bossen te kappen, worden de nutriëntenkringloop en de watercyclus verstoord. Bomen groeien minder goed en slaan minder CO2 op in het hout. En er komen minder suikers terecht in de bodem, die worden vastgelegd door bacteriën en schimmels. Doordat hele bossen kaal worden gekapt, verlies je niet alleen alle organismen die daarin leven, maar verdwijnt ook de buffercapaciteit van natuurlijke landschappen. Dan wordt het nog warmer en droger en kom je in een spiraal terecht waarin de negatieve effecten elkaar versterken.” 

Tempo is zorgelijk

Zorgelijk is het tempo waarin de natuur en het klimaat aan het instorten zijn, meent Jeanne Nel, hoofd van het Biodiverse Environment-programma van Wageningen University & Research. “De wetenschappelijke consensus over klimaatverandering is nu dat we het tempo verkeerd hebben ingeschat: het gaat nog sneller dan wetenschappers dachten. Tienduizend jaar lang was het klimaat op aarde redelijk stabiel. Nu zijn we een fase ingegaan van onvoorspelbaarheid van het klimaat. De droogte van deze zomer was al ongekend. De nieuwe realiteit is echter dat dit nog de stabielste periode is die we ooit gaan meemaken.”  

Limiting overshoot, het recente rapport van UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties, bevestigt het verontrustende beeld. Het schetst dat de wereld de ‘anderhalve graad van Parijs’ waarschijnlijk al binnen een paar jaar gaat overschrijden. De enige haalbare strategie die de wereld rest is om de overschrijding te beperken. Van Hattum gebruikt een grafiek uit het rapport de laatste tijd veel om zijn boodschap te benadrukken: “We moeten de tijd die de wereld erboven zit, zo kort mogelijk houden en de curve de komende decennia naar beneden krijgen. Dit zou topprioriteit moeten zijn voor alle politici, alle regeringen en alle CEO’s in de wereld.” 

Hokjesdenken

In 2021 publiceerden IPCC en IPBES een gezamenlijk rapport waarin werd gepleit voor één aanpak van klimaat en biodiversiteit, inclusief de sociale gevolgen daarvan. Vijf jaar later wordt die boodschap nog nauwelijks meegenomen in beleid. En dat kan volgens Mommer ongewenste effecten hebben: “Klimaatmaatregelen kunnen biodiversiteit behoorlijk dwarszitten, bijvoorbeeld als natuur moet wijken voor windparken en zonnevelden. Andersom zijn verreweg de meeste biodiversiteitsoplossingen ook goed voor het klimaat.”

Ze betreurt het hokjesdenken: “Er is een CO2-probleem, een waterprobleem, een droogteprobleem, een probleem met natuurbranden. Oplossingen voor deelproblemen zijn niet genoeg.” Nel vult aan: “Het zijn systemische uitdagingen: een hele rits aan crisissen die dezelfde wortels delen. Ik noem het een polycrisis: biodiversiteit, klimaatverandering en armoede worden allemaal veroorzaakt door dezelfde systeemfouten. Dat is tegelijkertijd hoopgevend, want als je die polycrisis bij de wortels aanpakt, pak je alle deelcrisissen aan.”  

“Het zijn systemische uitdagingen: een hele rits aan crisissen die dezelfde wortels delen.”
Jeanne Nel
Programmaleider Biodiverse Environment

Nieuwe rol voor wetenschappers

Maar de tijd dringt. Van Hattum: “In het laatste IPCC-rapport staat dat de keuzes die we het komende decennium maken, gevolgen hebben voor duizenden jaren. Dat legt een zware verantwoordelijkheid op iedereen die in deze tijd leeft; ook op ons als wetenschappers. Onze traditionele rol, feiten verzamelen en voor een kennisbasis zorgen, volstaat niet meer. We moeten veel meer naar voren stappen, betrokken zijn bij burgerinitiatieven en anderen inspireren tot paden naar de toekomst.”

En dat is een nieuwe rol, erkent ook Mommer: “Wetenschappers hebben het probleem te lang als buitenstaanders bestudeerd. We zijn altijd observatoren geweest. Nu moeten we meer participeren als we willen bijdragen aan de opgaven. Als patiënt heb je niets aan een dokter die alleen zegt: u hebt een ernstige ziekte. Je wilt een dokter die ook zegt: dit zijn de behandelopties en dit is mijn advies. Laten we stoppen met discussiëren over de noodzaak van geïntegreerd biodiversiteits- en klimaatbeleid. Feit is dat we afstevenen op een ramp tenzij we nú gaan handelen. Het helpt enorm als we samen laten zien wat de consensus is binnen de wetenschap en wat onzekerheden en afhankelijkheden zijn. IPCC en IPBES laten zien hoe je tot robuuste wetenschappelijke kennis komt: door grote hoeveelheden onderzoek systematisch te beoordelen en onzekerheden expliciet mee te wegen.”

“Feit is dat we afstevenen op een ramp tenzij we nú gaan handelen. Het helpt enorm als we samen laten zien wat de consensus is binnen de wetenschap en wat onzekerheden en afhankelijkheden zijn.”
Liesje Mommer
hoogleraar Ondergrondse ecologie

Hoopvolle boodschap nodig

De realiteit is dat veertig jaar lang alarmeren te weinig actie heeft opgeleverd. Volgens Van Hattum is een hoopvolle boodschap nodig over waar we heen moeten en hoe we daar komen. Met de kaart van Nederland in 2120 gaf hij zijn visie op hoe Nederland over een eeuw klimaatbestendig kan zijn als de natuur meer ruimte krijgt. Wat er vervolgens gebeurde, was hoopgevend: “Die kaart dook overal op, van schoolklassen tot de Tweede Kamer. Zelfs de Europese Commissie had het erover. Het toekomstperspectief bracht een hele beweging op gang van mensen die aan de slag willen. Het helpt om te laten zien hoe de wereld eruit komt te zien als we de goede dingen doen. En daarna volgt het lastige werk: nu de juiste beslissingen nemen.”

Waar liggen volgens de wetenschappers kansen? Eén pijler springt er voor hen uit: voedsel. Van Hattum: “Het wereldwijde voedselsysteem veroorzaakt 70 procent van het verlies aan biodiversiteit en 30 procent van de uitstoot van broeikasgassen. De verandering van het voedselsysteem is dus een essentieel onderdeel van elke duurzame toekomst; wereldwijd, maar ook hier. De opgave is niet: hoe reduceren we emissies, maar: hoe kunnen we voldoende gezond voedsel produceren binnen de planetaire grenzen en in een veranderend klimaat?” 

“Het helpt om te laten zien hoe de wereld eruit komt te zien als we de goede dingen doen. En daarna volgt het lastige werk: nu de juiste beslissingen nemen.”
Tim van Hattum
Programmaleider Green Climate Solutions

Rol van gemeenschappen

Lokale gemeenschappen zijn cruciaal in die aanpak: wij mensen moeten de oplossingen samen gaan dragen. In een eerder artikel wijzen Wageningse wetenschappers op de toenemende erkenning van de rol die inheemse gemeenschappen wereldwijd spelen in natuurbehoud en -herstel. Nel ziet overal ter wereld positieve initiatieven op dit gebied. Zo wordt in het Horizon Europe-project TRANSPATH samen met kleinschalige Ghanese boeren gewerkt aan cacaoproductie die goed is voor de biodiversiteit en niet tot ontbossing leidt. Dichter bij huis roemt ze initiatieven als Collectief Natuurinclusief, dat publieke en private partijen bijeenbrengt om natuur integraal mee te nemen in sociale, economische en ruimtelijke keuzes. Veelbelovend noemt ze ook Herenboeren en Land van Ons, Nederlandse burgercoöperaties voor duurzame voedselproductie die landbouwgrond uit de monocultuur halen.

De vraag die haar bezighoudt, is hoe dit soort positieve initiatieven gemeengoed kunnen worden. “Hoe stuur je netwerken van verandering gericht aan, hoe weef je netwerken tussen burgers en beleid? En waar zitten de blokkades? Als je weet welke partijen bestaande systemen in stand houden en wat hun narratief is, dan kunnen we ook beter bepalen hoe we het ‘welwillende midden’ mee kunnen krijgen." 

“Als je weet welke partijen bestaande systemen in stand houden en wat hun narratief is, dan kunnen we ook beter bepalen hoe we het ‘welwillende midden’ mee kunnen krijgen.”
Jeanne Nel
Programmaleider Biodiverse Environment

‘De oplossingen zijn er al’

De hoopvolle boodschap is volgens hem dat de oplossingen voor het klimaatprobleem er al zijn. “En de natuur is de makkelijkste oplossing die we hebben. Het is bovendien veel goedkoper om de klimaatcrisis nu op te lossen dan om het niet te doen. De oplossingen zijn er, het geld is er, we hoeven alleen te beginnen. En ja, er gebeurt al veel goeds, maar we moeten echt versnellen. Ik hoop dat die urgentie doordringt tijdens COP17 en COP31.”

Hoewel de drie vinden dat er eigenlijk één top zou moeten zijn voor klimaat én biodiversiteit, is de realiteit dat er twee podia zijn. Nel: “Maar er vinden wél belangrijke discussies plaats en het zijn de enige processen die we hebben om tot wereldwijde oplossingen te komen. Laten we dat koesteren. Daarnaast zijn wij de Nederlandse ambassadeurs die tussendoor zoveel mogelijk mensen bottom-up moeten proberen te mobiliseren. Zo kunnen samen het momentum voor verandering creëren.’

Vasthoudend zijn

Tegendruk werkt, ziet ook Mommer. Ze noemt het voorbeeld van de moedige Oostenrijkse minister Gewessler die tegen de wil van haar eigen kabinet vóór de Europese Natuurherstelwet stemde: “Hoewel wetenschappers massaal voor die wet waren, was deze er zonder de handtekening van die ene moedige vrouw niet gekomen. Iets vergelijkbaars gebeurde in 2022 tijdens biodiversiteits-COP15 in Montreal. De conferentie was al twee dagen over tijd en iedereen was uitgeput. Totdat er een inheemse afgevaardigde uit Mexico opstond en zei dat een akkoord het grootste verjaardagscadeau voor haar nichtje zou zijn. Toen kwam het rond. Voor doorbraken is ook moed en vasthoudendheid nodig.”

Een van deze doorbraken is de komst van de Europese richtlijn Bodemmonitoring om alle bodems in Europa in 2050 weer gezond te maken. Haar Wageningen Biodiversity Initiative leverde mede het wetenschappelijke fundament voor deze richtlijn. Hierin werkten meer dan dertig Europese kennisinstellingen samen. En er zijn meer hoopgevende beleidsontwikkelingen. Zo besloot de vorige regering dat water en bodem sturend moeten worden bij alle ruimtelijke keuzes in Nederland. Van Hattum: “Dat is echt veelbelovend beleid, want daarmee zegt de Staat dat een gezond natuurlijk systeem bepalend is voor de toekomst van Nederland. En in september zei Deltacommissaris Co Verdaas dat Nederland twee keer zoveel moet investeren in waterbeheer als nu. En dat kan niet meer op de klassieke, technische manier, stelde hij. We moeten het veel meer nature-based doen.”  

“Klimaat en biodiversiteit moeten de talk of the town worden.”
Liesje Mommer
hoogleraar Ondergrondse ecologie

COP17 is de zeventiende VN-biodiversiteitsconferentie en vindt van 19 tot en met 30 oktober plaats in Jerevan. Tijdens deze tweejaarlijkse top gaat het vooral over de uitvoering van het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework (GBF). Hierin staan 23 doelen om het verlies aan biodiversiteit te stoppen en de financieringskloof tussen rijke landen en het mondiale Zuiden te dichten.  

Van 9 tot en met 20 november is Antalya het decor van de eenendertigste VN-klimaatconferentie (COP31). Dit is een jaarlijkse top van de landen die het VN-klimaatverdrag en het Akkoord van Parijs hebben ondertekend. Doel is om de uitvoering van dit akkoord te versnellen. Er wordt onder andere onderhandeld over emissiereducties en klimaatfinanciering voor kwetsbare landen.  

Bijna 200 landen komen naar beide conferenties, van ministers tot onderhandelaars. Zij worden vergezeld door wetenschappers, vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen, jongeren en ngo’s. Naast de formele onderhandelingen zijn er duizenden evenementen en bijeenkomsten over klimaatoplossingen.

Contact

Lees meer

Volg Wageningen University & Research op social media

Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.