Succesvol herstel van vismigratie vraagt om meer dan vispassages
- P (Panos) Panagiotopoulos
- PhD Candidate
Nederland legt vispassages aan om rivieren en beken weer toegankelijk te maken voor vissen. Maar hoe effectief zijn deze voorzieningen?
Promotieonderzoek laat zien dat voor succesvol herstel van vismigratie meer nodig is dan ervoor zorgen dat vissen afzonderlijke barrières kunnen passeren. Ook onderhoud en waterbeheer spelen een belangrijke rol.
Stuwen, dammen en andere barrières maken het voor vissen moeilijk om zich door rivieren en beken te verplaatsen. Veel vissoorten moeten migreren om voedsel te vinden, zich voort te planten of geschikte leefgebieden te bereiken.
Panos Panagiotopoulos van Wageningen University & Research onderzocht hoe effectief vispassages zijn en wat nodig is om de verbindingen tussen leefgebieden van vissen te herstellen. Hiervoor analyseerde hij gegevens van vispassages, bestudeerde hij visbewegingen in de Vecht en onderzocht hij de invloed van beheer, onderhoud en veranderende omgevingsomstandigheden.
Tom Buijse
Bijna alle inheemse vissoorten maken gebruik van vispassages
Panagiotopoulos analyseerde gegevens van 82 vispassages in Nederlandse rivieren en beken. Van de 38 inheemse vissoorten die in de omliggende gebieden werden aangetroffen, werden er 35 ook in vispassages waargenomen.
Welke soorten werden waargenomen, verschilde per vispassage. Ook het tijdstip en de duur van de monitoring bleken van invloed.
“Bij het ontwerpen en evalueren van vispassages richten we ons vaak op specifieke doelsoorten. Maar ook kleinere vissen en soorten die minder goed kunnen zwemmen, moeten zich door onze rivieren kunnen verplaatsen”, legt Panos Panagiotopoulos uit. “Als we de biodiversiteit willen herstellen, moeten we rekening houden met de hele visgemeenschap.”
Elf barrières langs één rivier
Een tweede studie richtte zich op de Vecht in de provincie Overijssel. Hier onderzocht Panagiotopoulos gedurende vijf jaar de bewegingen van drie vissoorten: zeeforel, winde en kwabaal. Langs de onderzochte migratieroute liggen elf opeenvolgende stuwen met vispassages of omleidingsgeulen.
De resultaten laten duidelijke verschillen zien. Zeeforellen passeerden meerdere barrières en migreerden zelfs tot in Duitsland. Windes bleven voornamelijk binnen Nederland en passeerden gemiddeld minder opeenvolgende vispassages. Bestaande vispassages bleken minder effectief voor kwabaal, hoewel sommige exemplaren er wel in slaagden meerdere barrières te passeren.
Omdat de onderzochte aantallen zeeforellen en kwabalen relatief klein waren, moeten de resultaten voor deze soorten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
Ook de rivierafvoer speelde een belangrijke rol. Vissen passeerden de barrières vooral tijdens perioden met een hoge afvoer.
“Een vis kan misschien één stuw passeren, maar wat gebeurt er als hij daarna nog tien stuwen tegenkomt?”, vraagt Panos Panagiotopoulos. “Om te weten of een rivier echt weer toegankelijk is, moeten we naar de hele migratieroute kijken. En wat voor de ene vissoort werkt, hoeft voor een andere niet geschikt te zijn.”
Tom Buijse
Onderhoud minstens zo belangrijk als ontwerp
Panagiotopoulos onderzocht ook hoe vispassages worden aangelegd, beheerd en onderhouden, onder meer bij Waterschap Brabantse Delta.
De bevindingen laten zien dat de effectiviteit van vispassages van meer afhangt dan alleen het technische ontwerp. Takken, bladeren en waterplanten kunnen de doorgang belemmeren. Wanneer onderhoud vooral in het voorjaar plaatsvindt, kunnen vispassages in andere perioden van het jaar minder goed functioneren.
Ook droogte stelt waterbeheerders voor uitdagingen. Wanneer er weinig water beschikbaar is, moeten zij verschillende belangen afwegen, waaronder landbouw en natuurherstel. Door klimaatverandering zullen droge perioden naar verwachting vaker voorkomen en langer aanhouden, waardoor deze afwegingen steeds belangrijker worden.
“Een vispassage is niet iets wat je kunt aanleggen en vervolgens vergeten”, benadrukt Panos Panagiotopoulos. “Het succes hangt ook af van de mensen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en het waterbeheer. Zij zijn net zo belangrijk als de biologen en ingenieurs die de vispassage ontwerpen.”
Waarom herstellen vispopulaties zich niet altijd?
Maar zelfs wanneer rivieren beter toegankelijk worden, betekent dit niet automatisch dat vispopulaties zich herstellen. Dat blijkt uit onderzoek in het stroomgebied van de Dommel, waar Panagiotopoulos de ecologische ontwikkelingen over een periode van 22 jaar onderzocht.
In deze periode werden onder meer vispassages aangelegd, barrières verwijderd, rivieren en beken opnieuw van bochten voorzien en maatregelen genomen om de waterkwaliteit te verbeteren.
Ondanks deze inspanningen lieten de onderzochte visgemeenschappen niet het verwachte herstel zien. De ecologische kwaliteitsscores voor vissen daalden, terwijl die voor kleine ongewervelde waterdieren verbeterden.
De analyses laten ook zien dat de visdichtheden afnamen na jaren met droge zomers. Dit suggereert dat droogte de positieve effecten van herstelmaatregelen kan beperken.

Arthur de Bruijn
Natuurherstel vraagt om een bredere aanpak
Deze bevindingen zijn relevant voor waterbeheerders die werken aan de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water en het herstel van zoetwaterecosystemen.
“Het uiteindelijke doel is niet om zoveel mogelijk vispassages aan te leggen, maar om gezonde rivieren met levensvatbare vispopulaties te herstellen”, benadrukt Panos Panagiotopoulos. “Om dat te bereiken, moeten we niet alleen kijken naar wat we aanleggen, maar vooral naar wat het daadwerkelijk oplevert voor de natuur.”
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.

