Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 24 juni 2026

Voedt Nederland de wereld? Studie zet vraagtekens bij bekend landbouwbeeld

prof.dr.ir. IJM (Imke) de Boer
Hoogleraar Dieren & Duurzame Voedselsystemen

Nederland is een landbouwexporteur van formaat. Maar wie niet naar euro’s kijkt, maar naar land, veevoer, calorieën en eiwit, ziet een ander beeld. Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) concluderen in Nature Food dat de Nederlandse bijdrage aan de wereldwijde voedselvoorziening via netto-voedselexport veel beperkter is dan vaak wordt gedacht.

De studie verlegt de blik van bruto export naar de nettobijdrage van Nederland aan de voedselvoorziening. Daarbij tellen niet alleen producten mee die Nederland uitvoert, maar ook het voedsel, het veevoer en de landbouwgrond die Nederland via import uit het buitenland gebruikt.

Met een agro-ecologisch model berekenden de onderzoekers hoeveel mensen Nederland kan voeden met eigen landbouwgrond. Ook namen zij het land mee dat nodig is voor geïmporteerd voedsel en veevoer. Uit de analyse blijkt dat Nederland het huidige voedingspatroon van de eigen bevolking van eigen land kan produceren, mits producten die hier niet of nauwelijks kunnen worden geteeld worden vervangen door lokaal beschikbare alternatieven. Daarvoor is alle beschikbare landbouwgrond nodig. Er blijft dan geen ruimte over voor voedselproductie voor export of voor andere maatschappelijke doelen, zoals duurzame bio-grondstoffen, bio-energie of extra natuur.

“Als je alleen naar exportwaarde kijkt, zie je maar een deel van het verhaal,” zegt onderzoeker Imke de Boer. “Wij hebben onderzocht wat er gebeurt als je ook kijkt naar landgebruik en naar de import van voedsel en veevoer. Dan blijkt dat de nettobijdrage van Nederland aan de mondiale voedselvoorziening heel beperkt is.”

Veel export, maar ook veel import

De Nederlandse landbouw gebruikt ongeveer 1,6 miljoen hectare landbouwgrond in eigen land. Daarnaast is voor de huidige voedselproductie, consumptie en export ongeveer 4,7 miljoen hectare landbouwgrond in het buitenland nodig. Die buitenlandse grond wordt gebruikt voor de productie van voedsel en vooral veevoer dat Nederland importeert.

Dat maakt het beeld complexer dan exportcijfers alleen laten zien. Nederland exporteert veel landbouwproducten, maar importeert per saldo meer calorieën en eiwitten dan het exporteert. Vanuit die blik is Nederland dus geen netto-exporteur van voedselenergie en eiwit, maar een importeur.

a: Verhouding tussen nutriëntenexport en -import. Een export-importverhouding van <1 betekent dat een land netto-importeur is. Dat geldt voor Nederland in het referentiescenario: de huidige productie en consumptie. b: Calorieën in geïmporteerd en geëxporteerd veevoer en voedsel. c: Ruw eiwit in geïmporteerd en geëxporteerd veevoer.

Tabel a: Verhouding tussen nutriëntenexport en -import. Een export-importverhouding van <1 betekent dat een land netto-importeur is. Dat geldt voor Nederland in het referentiescenario: de huidige productie en consumptie.
Tabel b: Calorieën in geïmporteerd en geëxporteerd veevoer en voedsel.
Tabel c: Ruw eiwit in geïmporteerd en geëxporteerd veevoer

Vooral de veehouderij speelt daarin een grote rol. Geïmporteerd veevoer maakt hoge dieraantallen en export van dierlijke producten mogelijk. In een scenario zonder veevoerhandel daalt de export van dierlijke producten duidelijk, terwijl de afhankelijkheid van buitenlandse landbouwgrond sterk afneemt. De onderzoekers laten daarmee zien hoe nauw de huidige exportpositie verbonden is met grondgebruik buiten Nederland.

Meer plantaardig eten maakt ruimte vrij

De onderzoekers rekenden ook verschillende voedingspatronen door. Bij een dieet volgens de Schijf van Vijf, een veganistisch dieet of een land-efficiënt LEAN-dieet is minder landbouwgrond nodig dan bij het huidige Nederlandse dieet. Daardoor zou Nederland in theorie voedsel kunnen produceren voor 10 tot 18 miljoen extra mensen, maar dan is er geen ruimte voor andere maatschappelijke doelen, zoals extra natuur, bio-energie of duurzame bio-grondstoffen.

Het LEAN-dieet gebruikt in het model de minste grond. Dit dieet is grotendeels plantaardig, maar bevat nog kleine hoeveelheden dierlijke producten, zoals zuivel, vis, ei en vlees. Die dierlijke producten komen vooral van dieren die gras, reststromen en bijproducten benutten: biomassa die mensen niet direct kunnen eten of die niet afkomstig is van grond die geschikt is voor voedselgewassen.

Een andere rol voor Nederland

De studie is geen pleidooi om voedselhandel af te schaffen. Handel kan nuttig zijn, bijvoorbeeld wanneer producten niet in Nederland kunnen worden geteeld, zoals koffie of citrusfruit.  Ook zou toekomstige voedselexport volgens de onderzoekers vooral plantaardig moeten zijn. Dierlijke producten passen binnen zo’n systeem als dieren vooral regionaal beschikbare biomassa eten die niet geschikt is voor directe menselijke consumptie.

“Nederland heeft zeker een belangrijke rol in voedsel en landbouw,” zegt De Boer. “Maar die rol ligt niet langer in volume-export. Onze kracht kan juist liggen in uitgangsmateriaal, kennis en innovaties die andere landen helpen om duurzamer voedsel te produceren en te consumeren.”

De studie is een modelmatige verkenning van theoretische mogelijkheden. De onderzoekers onderzochten niet wat de economische gevolgen zijn van andere keuzes in landbouw, handel en consumptie, of wat die keuzes betekenen voor sociaal welzijn. De uitkomsten laten dus vooral zien wat er vanuit landgebruik, voedselstromen en voedingswaarde mogelijk is, en waar de grenzen van het huidige landbouwbeeld liggen.

Lees de wetenschappelijke publicatie: Limited net-export capacity undermines the Netherlands’ ‘feeding the world’ narrative

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

prof.dr.ir. IJM (Imke) de Boer

Hoogleraar Dieren & Duurzame Voedselsystemen