Zuivelaars Vreugdenhil en CONO Kaasmakers zien de uitstoot afnemen
- Van Munster en Bakker
- Vreugdenhil Dairy Foods en CONO Kaasmakers

“WUR brengt een bak aan kennis, expertise en netwerk mee, waarmee we allemaal ons voordeel doen.”
Om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen, wilden de twee zuivelketens Vreugdenhil Dairy Foods/Nestlé en CONO Kaasmakers/Ben&Jerry’s graag met WUR en andere partners meedoen met de Publiek-Private Samenwerking Low Carbon Dairy. Edith van Munster (Vreugdenhil) en Janet Bakker (CONO) vertellen. ‘We kunnen hiermee echt pionieren en stappen zetten.’
Edith van Munster werkt als Programmamanager van het duurzaamheidsprogramma Tomorrow’s Dairy bij Vreugdenhil Dairy Foods. ‘Wij wilden in navolging van het Parijs-akkoord over de opwarming van de Aarde graag ons steentje bijdragen aan het terugdringen van klimaatverandering. We wilden werken aan een lagere uitstoot van broeikasgassen in de melkveesector. In de PPS (Publiek-Private Samenwerking, red.) vonden we een manier om samen met de zuivelketen en WUR maatregelen te onderzoeken en instrumenten te ontwikkelen om ze succesvol toe te passen.’
Puur door de natuur
Een mooi voorbeeld vindt Van Munster grasklaver. ‘Dat zaai je als boer ongeveer in september in. Het haalt stikstof uit de lucht, waardoor je minder kunstmest nodig hebt. Kunstmestproductie stoot veel CO2 uit. Dit betekent een verlaagde uitstoot, minder aankoopkosten en dat alles puur door de natuur. Bij goed onderhoud is dit een maatregel die meerdere jaren effect heeft. De bodem wordt geactiveerd door een biologisch proces, ontzettend mooi om de natuur z’n gang te laten gaan.’
Wij pionieren
De meeste aanpassingen gebeuren pas als ze zijn opgenomen in de KringloopWijzer, het doelsturende rekeninstrument dat melkveehouders verplicht jaarlijks moeten invullen. Van Munster: ‘Er gaat veel tijd overheen voordat een wetenschappelijk bewezen interventie in de KringloopWijzer wordt opgenomen. Wij pionieren met maatregelen die zeker voldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn – dat weten we dankzij onze sparrings- en onderzoekspartner WUR. Wij onderzoeken of en hoe we de maatregel in een rekensysteem kunnen opnemen, zodat we de reducties die hij oplevert als resultaat in de keten kunnen claimen.’
Gebruikte frituurolie
Een voorbeeld van zo’n maatregel is HVO: een biobrandstof die wordt gemaakt van gebruikte frituurolie en andere reststromen. ‘HVO staat niet in de KringloopWijzer, maar binnen ons project konden boeren er toch mee beginnen en zien wat het effect is. Zo kunnen wij echt stappen zetten.’

Je moet als veehouder niets, maar kunt zelf kiezen
In de pilotgroep van melkveehouders – inmiddels ruim honderdvijftig – kunnen deelnemers zelf kiezen welke maatregelen ze willen proberen. Dat vindt Janet Bakker, projectmanager Sustainability & Climate bij CONO Kaasmakers mooi aan het project. ‘Je móét geen grasklaver verbouwen, Bovaer aan je koeien geven of een langere levensduur invoeren. Met onze adviseur kijk je als melkveehouder wat bij jouw bedrijf en voorkeuren past.’ Bij CONO Kaasmakers is een pilotgroep van tien veehouders betrokken. ‘Daarnaast werken alle CONO Kaasmakers- veehouders al sinds 2008 aan duurzaamheid via ons programma Caring Dairy. Daarin is de uitstoot van broeikasgassen een indicator waarop je beloond wordt bij het behalen van de doelstelling.’
17 maatregelen
Dat kiezen doet elke melkveehouder die instapt samen met een van de zeven bedrijfsbegeleiders van adviesbureau PPP Agro Advies die ook meedoen in de samenwerking. Zij maken weer gebruik van de Mitigation Engine: de rekentool die WUR ontwikkelde. Daarin kunnen ze een keur uit 17 verschillende maatregelen kiezen, van ander mengvoer tot meer beweiding, en berekenen wat die naar verwachting opleveren. Jaarlijkse monitoring laat vervolgens zien hoe dat uitpakt.
Allemaal voordeel
De doelstelling van de zuivelketens is de broeikasgasemissies in de zuivelketen in 2030 te halveren. Of die enorme ambitie reëel is? De ambitie van 50% is hoog als we kijken naar de maatregelen die op dit moment beschikbaar zijn. Bovendien past een deel van de maatregelen minder goed op extensieve bedrijven. Aan de andere kant zitten er nog maatregelen in de pijplijn die mogelijk nog beschikbaar komen. Het project lost niet alle problemen van de landbouw op, erkennen de deelnemers. Zo is stikstofuitstoot geen aandachtspunt, in de Nederlandse landbouw een heet hangijzer. Maar, zegt Van Munster: ‘We werken keihard aan het verduurzamen van de melkveehouderij en het toekomstbestendig maken waarin livelihood het belangrijkste speerpunt is, dus dat de veehouder er wat aan overhoudt.’
“Ik hoop op een plan dat het hele peloton van melkveehouders in beweging kan krijgen om te gaan doen wat wij nu met onze groep doen.”
- Janet Bakker
- projectmanager Sustainability & Climate bij CONO Kaasmakers
Een bak aan kennis en netwerk
Melkveehouders krijgen bij goede resultaten een toeslag op hun melkprijs, als extra stimulans. De partners waarderen de samenwerking met WUR, die bestaat uit maandelijkse vergaderingen met het kernteam tot filmpjes en jaarlijkse bijeenkomsten met deelnemende boeren. Van Munster: ‘De WUR-collega’s brengen een bak aan kennis, expertise en netwerk mee, waarmee we allemaal ons voordeel doen.’ Gevraagd naar een mogelijk verbeterpunt in de samenwerking, noemt ze tijdgebrek en ondercapaciteit. ‘Er is zo veel om te onderzoeken. Zelf een wetenschapshart hebbende, wil ik dat het goed en grondig gebeurt. Dat levert soms vertraging op om stappen te kunnen zetten.’
Zelf aan de slag
Bakker van CONO Kaasmakers hoopt dat desondanks in 2026, het laatste jaar van het PPS, een nieuwe versie van de Mitigation Engine af komt. ‘Het is nu een ingewikkeld programma in de vorm van een Excel-sheet. De bedoeling is dat er een web-gebaseerde versie komt waarmee melkveehouders zelf aan de slag kunnen, dus zonder adviseur. Je vult bijvoorbeeld in dat je 20% van je vijftig hectare grasland inzaait met klaver, en ziet dan meteen wat je in geld en uitstoot bespaart aan kunstmest.’ Bakker wil nog meer: ‘Ik hoop op een plan dat het hele peloton van melkveehouders in beweging kan krijgen om te gaan doen wat wij nu met onze groep doen.’
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag over dit onderwerp of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.


