Low Carbon Dairy

Projectinformatie
In het kort- Start project: 01-01-2023
- Einde project: 31-12-2027
- Projectleider: Alfons Beldman
De broeikasgasemissies in de zuivelketen aanzienlijk verlagen. Twee zuivelketens zijn hier vanaf 2022 mee bezig. Inmiddels werken vanaf 2023 zuivelpartijen, melkveehouders, ketenpartners en WUR samen binnen de Publiek-Private Samenwerking Low Carbon Dairy om dit te realiseren. Inmiddels hebben 150 melkveehouders concrete plannen gemaakt en 17 maatregelen, van klaverteelt tot voeradditieven getest.
Onze aanpak
Binnen de zuivelketen – van gras tot glas – is het merendeel van de uitstoot van broeikasgassen direct gekoppeld aan het melkveebedrijf. Een belangrijk deel van de emissie zit in het veevoer en de kunstmest die het bedrijf aanvoert. Een groter deel komt op het melkveebedrijf vrij vanuit voeding, mest en methaanemissies van de koeien. Tenslotte komt een kleiner deel vanuit het bodemgebruik en het directe energie.

Uitstoot halveren
In 2022 startten Ben & Jerry’s, CONO Kaasmakers, Nestlé en Vreugdenhil Dairy Foods met het initiatief om de uitstoot van broeikasgassen in hun zuivelketens in 2030 met 50 procent te reduceren. De uitstoot wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten per kilo meetmelk. CO2 equivalenten worden gebruikt om de verschillende broeikasgassen (kooldioxide, methaan en lachgas) bij elkaar op te kunnen tellen. Meetmelk is een soort gestandaardiseerde melk met een vastgestelde hoeveelheid eiwit en vet.
Voerbedrijven, Rabobank, Lely en 150 melkveehouders
Samen met Wageningen University & Research, mengvoerproducenten (Agrifirm, ForFarmers en De Heus), co-productleverancier Duynie, automatiseerder Lely en Rabobank doen de zuivelbedrijven wetenschappelijk onderzoek om de doelstelling te halen. In het begin deden enkele tientallen melkveehouders mee aan het onderzoek. Nu het project de eindfase ingaat, zijn dat er zo’n 150 verspreid over Nederland.
Extensief tot intensief
Alle bedrijfsvormen in de melkveehouderij zijn vertegenwoordigd, dus van extensief tot intensief, wel of geen weidegang, verschillende grondsoorten enzovoort. De nadruk ligt op het terugdringen van de broeikasgasemissie, maar dit mag niet ten koste gaan van andere duurzaamheidsaspecten.
Rekenen en monitoren
Zeven bedrijfsbegeleiders helpen deelnemende melkveehouders een reductieplan te maken, toegespitst op hun eigen bedrijf. Ze brengen hun situatie in kaart met gegevens uit de KringloopWijzer. Met de rekentool die WUR ontwikkelde – de Mitigation Engine – bekijken ze welke van de inmiddels 17 maatregelen ze kunnen en willen nemen en wat die naar verwachting opleveren. Monitoring met jaarlijkse evaluaties laat vervolgens zien of dat ook lukt.
Welke maatregelen dan?
In totaal zitten er 17 maatregelen in de rekentool. De top-5 aan populairste maatregelen:
1. Mengvoer vervangen door een bijproduct zoals bierborstel – een restproduct van bierbrouwers of door enkelvoudige voeders
2. Het voeradditief Bovaer, dit zorgt er voor dat er minder methaan vrijkomt uit de spijsvertering van de koe
3. Een hogere melkproductie per koe, dit verhoogd de efficiëntie
4. Klaver in grasland, waardoor er op kunstmest kan worden bespaart
5. Rantsoenverandering door voer met een hogere verteerbaarheid op te nemen
Een greep uit de andere mogelijkheden: levensduur van de koeien verlengen, waardoor de efficiëntie toeneemt. HVO in de landbouwmachines: een biobrandstof die wordt gemaakt van gebruikte frituurolie en andere reststromen. Mestvergisting is ook een mogelijke maatregel. Ook helpt het om de bestaande bedrijfsactiviteiten goed door te lichten op efficiëntie en verliezen.
Wat levert het op?
Berekeningen die zijn gebaseerd op de plannen die door de melkveehouders zijn gemaakt laten zien dat daarmee reducties van 10 tot 31% kunnen worden gehaald, waarbij de 31% inclusief mestvergisting is. Een nadere analyse waarin is gekeken hoe ver je kunt komen door zo ongeveer alle beschikbare maatregelen toe te passen kwam rond de 43% uit.
Met name de optimalisatiemaatregelen leveren geld op, terwijl andere maatregelen zoals het voederadditief geld kosten. In beide keteninitiatieven zijn er vergoedingen voor de te nemen maatregelen of premies op het verlagen van de carbon-footprint die deze meerkosten moeten compenseren.
Vragen over dit project?
Vragen over de Low Carbon Dairy project? Neem contact op met onze expert.




