Vader en zonen de Wit telen bloemkool met minder middelen
- Santino de Wit
- Teler

“We zien dat we vrij zuinig zijn en toch goede resultaten behalen. Daar zijn we trots op.”
Je kunt hem koken, pureren, wokken of rauw eten: bloemkool is niet alleen lekker maar ook erg gezond. Het is wel een van de meest veeleisende groenten om te kweken. Santino de Wit van Z.A. de Wit & Zonen uit Hoogkarspel: “Het geeft ons voldoening dat uit de gegevens van het Bedrijveninformatienet (BIN) blijkt dat we goede resultaten halen. Dat doen we met zo min mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en beregening. Via BIN willen we onze kennis delen.”
Voor Dick en Santino de Wit gaat er niets boven een volle kist met perfect witte bloemkolen. Ze genieten van de vroege ochtendzon als ze tussen de rijen op hun land lopen. Maar de oogst is allesbehalve vanzelfsprekend. Het telen van bloemkool vraagt ervaring en een scherp oog voor het handelen op het precies het juiste moment.
“We houden rekening met de verschillende eigenschappen van elk ras,” zegt Santino. “Je moet precies op het juiste moment planten, anders valt de groei in een verkeerde temperatuurperiode. We veranderen onze planning regelmatig. Als het flink regent kunnen we bijvoorbeeld niet planten.” Volgens zijn vader Dick is bloemkool gevoelig voor alles wat stress kan geven. “Te weinig voeding, temperatuurwisselingen of een slechte bodemstructuur kunnen ervoor zorgen dat bloemkolen niet goed groeien.”
Het bedrijf besteedt dan ook veel aandacht aan de kwaliteit van de grond. Santino: “Onze bloemkool staat voor 90% op huurland. We gebruiken steeds andere percelen waarop de teelt van bloemkool wordt afgewisseld met andere gewassen. Hierdoor blijft de grond gezond en vruchtbaar en zijn planten weerbaarder tegen stress en ziekten.” Dick vult aan: “Na de teelt planten we groenbemesters of gras zodat de grond gezond blijft. Dat heeft nog een voordeel: groenbemesters nemen stikstof op, er is dus minder uitspoeling. En het trekt ook nog eens meer vlinders aan.”
“We groeien bewust niet te groot. We werken op ongeveer 60 hectare grond en planten zo’n 1.3 miljoen planten per jaar. Het plezier in het vak staat voorop.”
- Dick de Wit
Ontspannen bedrijfsvoering
Het bedrijf ademt een ontspannen bedrijfsvoering. In de loods repareren seizoenwerkers een fietsband. Dick aait de hond voordat hij achter de computer kruipt om de administratie te doen. “We groeien bewust niet te groot. We werken op ongeveer 60 hectare grond en planten zo’n 1.3 miljoen planten per jaar. Het plezier in het vak staat voorop. We gaan voor een goede kwaliteit”, zegt hij terwijl Maurits Gorter het kantoor binnenloopt.
Maurits werkt voor het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research, voorheen ook wel bekend als het LEI (Landbouw Economisch Instituut) en heeft 18 BIN-bedrijven onder zich. Elk jaar verzamelt hij data van Z.A. de Wit & Zonen. “Ik verzamel gegevens over opbrengsten, kosten, het aantal medewerkers, het gebruik van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en energieverbruik. Ik verwerk alle data tot een uitgebreid bedrijfseconomisch verslag. Dick en Santino kunnen hun bedrijf onder een anoniem nummer vergelijken met andere BIN-bedrijven”, legt hij uit. “Zo kunnen zij bijvoorbeeld zien dat hun waterverbruik erg laag is. En het dieselverbruik is ongeveer 200 liter per hectare per jaar lager dan bij vergelijkbare bedrijven.”

Vader Dick (links) en zijn zoons Damian (midden) en Santino (rechts) de Wit van Z.A. de Wit & Zonen uit Hoogkarspel zijn trots op hun familiebedrijf.
““Het geeft ons voldoening dat uit de gegevens van het Bedrijveninformatienet (BIN) blijkt dat we goede resultaten halen.”
- Santino de Wit
Weinig beregenen scheelt dieselverbruik
Santino heeft daar wel een verklaring voor. Vader en zoons gaan nauwelijks met een tractor het land op om te beregenen. “We laten de wortels van de planten zelf zoeken naar vocht en voeding. Hierdoor wortelen ze dieper. We beregenen alleen als dat echt nodig is. Bijvoorbeeld als het 25 graden is, precies op het moment dat de kool moet gaan komen. Weinig beregenen scheelt ook veel diesel.” Dick vult aan: “We verbruiken ook minder diesel omdat Damian, mijn andere zoon, de techniek onderhoudt. Hij heeft proeven gedaan met smeermiddelen, die we inkopen bij een extern smeermiddelenbedrijf, om de tractoren soepel te laten lopen. Wat betreft de gewasbeschermingsmiddelen: uit het rapport blijkt dat het aantal kg werkzame stof gewasbeschermingsmiddelen ook veel lager is dan andere telers. Wij gebruiken halve doseringen. Dat is mogelijk als je ze op precies het juiste moment inzet.”

De overgrootvader van Santino verhuisde in 1916 naar de boerderij in Hoogkarspel waar hij begon met het verbouwen van aardappelen en groenten.
Volgens Maurits zijn sommige boeren wat terughoudend om zich bij het BIN-netwerk aan te sluiten. “Sommige boeren denken dat het veel werk is.” Dick legt uit dat boeren vroeger alle bonnen op papier moesten inleveren, maar dat nu bijna alles digitaal en veel sneller gaat. “Voor BIN hoef ik nauwelijks iets extra’s in te voeren. Het kost weinig tijd, de administratie moet ik toch doen. Elk jaar komt Maurits 1 keer langs om nog aanvullende vragen te stellen. Wij vinden het mooi om op deze manier onze kennis te delen.” Maurits: “Er zijn ook zorgen bij boeren over wat er met hun gegevens gebeurt. Wij behandelen alles anoniem. Het is belangrijk dat de overheid en de Europese Unie duidelijk en reëel beleid maken waar boeren mee vooruit kunnen. Dat kan alleen als zij de juiste data uit de praktijk gebruiken.”
Hoewel Santino enthousiast is over BIN heeft hij nog wel een aandachtspunt: “Ik zou het mooi vinden als ik onze bedrijfsgegevens specifiek met andere bloemkolentelers kan vergelijken. Nu vergelijkt het rapport ons bedrijf met gemiddelde resultaten van bedrijven van alle kolengewassen.”
“Ik vind het mooi dat de visie van deze ondernemers zich vertaalt in goede resultaten. Het bedrijf maakt bijvoorbeeld minder kosten dan andere bedrijven en er is een oogstpercentage van 90 a 95 procent”
- Maurits Gorter

Maurits Gorter: "Het is belangrijk dat de overheid en de Europese Unie duidelijk en reëel beleid maken waar boeren mee vooruit kunnen. Dat kan alleen als zij de juiste data uit de praktijk gebruiken."
Verbod gewasbeschermingsmiddelen
Vader en zoon kijken positief naar de toekomst. Maar benadrukken wel dat het verbod op bepaalde gewasbeschermingsmiddelen een uitdaging is voor de branche. Zo mag een boer geen neonicotinoïden als zaadcoating gebruiken omdat ze schadelijk zijn voor bestuivers zoals bijen. “Dat houdt in dat we in plaats van gericht een zaadcoating te gebruiken een heel veld met een ander middel moeten bespuiten”, zegt Dick. “Is dat niet veel slechter voor het milieu?”
De bloemkooltelers zoeken naar biologische alternatieven. “Het is mogelijk om te meten welke insecten in de omgeving voorkomen,” zegt Santino. “Een kastje trekt insecten aan via bijvoorbeeld geurstoffen. In die vallen zitten sensoren die insecten detecteren. Je krijgt een melding via een app en dan moet je gelijk het veld op om insecten met biologische middelen te bespuiten. We onderzoeken of dat voor ons zou kunnen werken.”
Maurits: “Ik vind het mooi dat de visie van deze ondernemers zich vertaalt in goede resultaten. Het bedrijf maakt bijvoorbeeld minder kosten dan andere bedrijven en er is een oogstpercentage van 90 a 95 procent." Santino: “Het is fijn dat we onze gegevens kunnen vergelijken met andere bedrijven. We zien dat we vrij zuinig zijn en toch goede resultaten behalen. Daar zijn we trots op.”
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag over Bedrijveninformatienet? Vraag het aan onze expert.

