Longread

Biodiversiteit

Leestijd: 11 minuten

Een wei vol bloemen en vlinders, een zee vol vissen en koralen… Het begrip ‘biodiversiteit’ staat tegenwoordig veel in de belangstelling. Maar wat betekent het eigenlijk? Waarom is het belangrijk en wat kunnen we met die kennis? Aan Wageningen University & Research doen we daar samen onderzoek aan. Zo dragen we bij aan toepassingen voor onder meer landbouw en natuurbescherming, maar ook voor duurzame economische groei en gezondheid. Dat doen we vanuit allerlei invalshoeken, van plantkunde, microbiologie en dierecologie tot economie en sociale wetenschappen.

Wat is biodiversiteit?

Biodiversiteit is kortweg de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied – van een waterdruppel tot een compleet bos of zelfs de aarde als geheel. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken, van moerassen tot woestijnen. Het gaat dus lang niet alleen over bloemen, bomen en aaibare beesten. Het begrip omvat het totaalpakket aan levende organismen en systemen – en de interacties daartussen. Genoeg te onderzoeken dus, voor wetenschappers die de biodiversiteit willen beschrijven, begrijpen en beschermen.

Biodiversiteit aan een akkerrand

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

Een insect meer of minder, wat maakt dat nu uit? Hoe erg is het als bos plaatsmaakt voor monocultuur? “Zulke vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden”, zegt Lawrence Jones-Walters, hoofd van het programma Biodiverse Environment. “Dat hangt af van allerlei factoren. Laten we beginnen met te benoemen waar wij biodiversiteit voor nodig hebben.”

Vrijwel alles wat we eten, is direct of indirect te herleiden tot biodiversiteit – wild of gedomesticeerd. Het gros van onze bouwmaterialen, medicijnen en industriële grondstoffen betrekken we van biologische hulpbronnen. Veel vormen van toerisme draaien voornamelijk om natuur. “Biodiversiteit vertegenwoordigt dus een enorme economische waarde”, benadrukt Jones-Walters. De VN-Biodiversiteitsconventie verwoordt het als volgt: “Minstens 40 procent van de wereldeconomie en 80 procent van de behoeften van arme bevolkingsgroepen is afhankelijk van biologische hulpbronnen. Bovendien: hoe rijker de biodiversiteit, hoe groter de kans op medische ontdekkingen, economische ontwikkeling en aanpassing aan nieuwe uitdagingen zoals klimaatverandering.”

Daarnaast, zo vervolgt Jones-Walters, zijn er de niet-tastbare voordelen van biodiversiteit. “We kennen een grote intrinsieke waarde toe aan de biodiversiteit om ons heen”, zegt hij. “Allerlei onderzoek heeft laten zien dat mensen zich beter voelen en productiever zijn in een groene omgeving. Mensen worden sneller beter als hun ziekenhuiskamer een groen uitzicht heeft. Patiënten met dementie of psychische problemen hebben aantoonbaar profijt van planten en dieren om zich heen. En landschappen geven ons een tastbare link met het verleden, ze helpen ons te ontspannen en te aarden.”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

'Helende tuinen': een project waarbij tuinieren een positieve invloed lijkt te hebben op het herstel van (ex-)kankerpatiënten.

Werken mét de natuur, in plaats van ertegen

Biodiversiteit is dus belangrijk – maar wat gebeurt er als die onder druk komt te staan? “Er zijn veel voorbeelden van achteruitgang van biodiversiteit door toedoen van de mens”, vertelt Jones-Walters. “Vaak komt dat door het najagen van kortetermijnbelangen. Maar uiteindelijk merken wij zelf de gevolgen.”

Hij noemt een aantal voorbeelden. Ontbossing veroorzaakt bijvoorbeeld erosie, waardoor vruchtbare grond wegspoelt en landbouwgrond op de lange duur onbruikbaar wordt. Overbevissing zorgt ervoor dat de vangsten teruglopen en sommige soorten zelfs helemaal verdwijnen. En monocultuur in de landbouw maakt gewassen kwetsbaarder voor plagen, plantenziekten en natuurrampen.

“Berekeningen laten zien dat als je mét de natuur werkt, in plaats van ertegen”, vervolgt Jones-Walters, “je minder kosten maakt en kunt rekenen op stabielere opbrengsten. Het is vaak lastig om mensen daarvan te doordringen. Het is onze taak als wetenschappers om overtuigende voorbeelden te verzamelen van hoe het niet moet, en vooral te laten zien hoe het óók kan en wat daarvan de voordelen zijn. Wageningen loopt in dat opzicht wereldwijd voorop.”

In een duurzame landbouw maakt monocultuur plaats voor mengteelt.
In een duurzame landbouw maakt monocultuur plaats voor mengteelt.

Hoe diverser, hoe stabieler: landbouw als voorbeeld

Biodiversiteit heeft een dempende werking op invloeden die een gebied onder druk zetten, zoals plagen, vervuiling en klimaatverandering. Een gemengd bos gaat bijvoorbeeld niet zo snel plat tijdens een storm, in tegenstelling tot een dennenplantage. En een soortenrijk wetland kan afvalwater zuiveren. Een ander mooi voorbeeld komt uit de landbouw. “In de afgelopen eeuw heeft kleinschalig, afwisselend grondgebruik steeds meer plaatsgemaakt voor eindeloze akkers met monocultuur”, vertelt Wijnand Sukkel, onderzoeker Praktijkonderzoek AGV van Wageningen University & Research. “Maar in zulke eentonige akkers kunnen ziekten en plagen zich ongehinderd uitbreiden. Denk bijvoorbeeld aan schimmels en vraatinsecten.”

Wagenings onderzoek heeft laten zien dat er, naast de dichtheid aan planten van dezelfde soort, nóg een factor is die de weerbaarheid van gewassen bepaalt: de aanwezigheid van de natuurlijke vijanden van plaagdieren, zoals spinnen, sluipwespen en roofkevers. “In een monocultuur oogst je alle planten op de akker in één keer”, vertelt Sukkel. “Daardoor verdwijnen ook de roofinsecten, terwijl je die juist wilt behouden. Als je nu afwisselend rijen met verschillende gewassen plant, die je op verschillende momenten oogst, dan kunnen die nuttige ongewervelden een veilig heenkomen zoeken in tussenliggende rijen en zullen ze de akker snel weer opnieuw koloniseren.”

In afwisselende akkers is nog iets interessants aan de hand: er vinden allerlei interacties plaats tussen de verschillende gewassen, zowel ondergronds als bovengronds. Ze profiteren bijvoorbeeld van stoffen die andere soorten uitscheiden en produceren antivraatstoffen waar hun buren ook baat bij hebben. “Soorten hebben verschillende wortel- en bladsystemen”, vertelt Sukkel, “waardoor ze op een andere manier gebruikmaken van nutriënten, water en lichtinval. In combinatie levert dat gemiddeld een hogere opbrengst op dan wanneer je die gewassen apart zou telen.”

Boeren in de gangbare landbouw hebben de nadelen van monocultuur – plagen, inefficiënt gebruik van voedingsstoffen – lang gecompenseerd met steeds meer kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Maar dat gebruik kent nadelen en wordt steeds meer aan banden gelegd. Sukkel: “Juist daarom is het van belang om terug te gaan naar diversere landbouwsystemen. Die zijn ook beter bestand tegen effecten van klimaatverandering, zoals extreme neerslag of juist droogte.”

Er is wel een uitdaging: moderne oogstmachines zijn ontworpen voor monocultuur. Wil je gewassen per rij oogsten, dan zul je kleinere machines moeten inzetten. “Of robotsystemen”, zegt Sukkel. “Die zijn er al volop. Alleen zullen boeren daarin moeten investeren.” Die nieuwe systemen zijn nu vooral kansrijk in gebieden waar de industriële landbouw in opkomst is, zoals in China. Daar werkt Wageningen samen met lokale instituten om daaraan onderzoek te doen.

Het voordeel van een diverse bodem

Boeren en tuinders weten het allemaal: wormen zijn goed voor de bodem. Ze recyclen dood materiaal en houden de bodem luchtig, waardoor water beter wegzakt en de bodem kan ‘ademen’. In aanwezigheid van wormen groeien planten veel beter dan zonder. Naast wormen herbergt de bodem een verbluffende diversiteit aan aaltjes, mijten en springstaarten, mieren, kevers en duizendpoten. En dan is er nog wat het blote oog niet ziet: ontelbare schimmels en bacteriën. Sommige organismen zijn gunstig voor de plantengroei: ze recyclen nutriënten en verbeteren de bodemstructuur, zoals regenwormen en schimmels, en houden ziekteverwekkers in toom, zoals veel ‘goede’ aaltjes, schimmels en bacteriën. Andere kunnen planten juist ziek maken. En allemaal profiteren ze – direct of indirect – van stoffen die de planten uitscheiden. “Het is een precair evenwicht dat nog maar weinig is onderzocht”, zegt Wim van der Putten, hoogleraar functionele biodiversiteit. “We kennen nog maar het topje van de ijsberg.”

wormen_bloempotten_shutterstock_270804254.jpg

In een gezonde bodem is de diversiteit enorm: in de bovenste decimeters van een vierkante meter bodem zitten zo’n 400 regenwormen – plus zo’n 20 miljoen aaltjes. Een theelepel grond bevat honderden meters aan schimmeldraden en maar liefst 10 miljard bacteriën, van wellicht 10.000 verschillende soorten. “Samen zorgen die ervoor dat ziekteverwekkers of snelgroeiende soorten niet de overhand kunnen nemen”, vertelt Van der Putten. Een biodiverse bodem is gunstig in de landbouw, vat hij samen: hij verhoogt de productiviteit en verlaagt het risico op ziekten en plagen.

Waarnemen wat er verandert

Om biodiversiteit te kunnen beschermen, moet je eerst weten wat waar leeft en welke verschuivingen daarin optreden. Daarvoor is monitoring belangrijk: systematisch tellen op de langere termijn. “Voor sommige soorten, zoals vogels of planten, is dat relatief gemakkelijk”, vertelt Patrick Jansen, universitair hoofddocent bij Resource Ecology, “maar voor bepaalde soorten, zoals zoogdieren die ’s nachts actief zijn of heel schuw zijn, juist niet.” Daarom gebruiken onderzoekers graag een hulpmiddel dat zoogdieren voor hen waarneemt als ze er zelf niet bij zijn: cameravallen. Dat zijn digitale camera’s die automatisch foto’s of filmopnamen maken als er een dier voorbijloopt.

Jansen coördineert CameraTrapLab, een virtueel onderzoekslab dat de expertise van verschillende organisaties bundelt: naast Wageningen University & Research bijvoorbeeld ook het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), de Universiteit Utrecht en de Zoogdiervereniging. Jansen: “Samen werken we aan concrete projecten waarbij we verschillende gebieden onderzoeken. Maar we werken vooral ook aan methode-ontwikkeling.” Als je het slim aanpakt, zo vertelt hij, kun je uit camerabeelden bijvoorbeeld afleiden hoeveel verschillende individuen er van een soort in een bepaald gebied leven, en dus ook hoe soortenaantallen zich in de tijd ontwikkelen.

Zo leveren de projecten bijvoorbeeld informatie over hoe grote hoefdieren zich over de Veluwe bewegen, welke dieren aas eten in de Oostvaardersplassen en hoe kleine en middelgrote zoogdieren bijdragen aan de verspreiding van teken.

“We hebben nu ook een leuk project waarbij mensen een cameraval in hun achtertuin plaatsen”, vervolgt Jansen. “Die tuinen liggen op allerlei plekken, van het buitengebied tot in hartje stad. Zo willen we in kaart brengen hoe dieren de bebouwde omgeving koloniseren en gebruiken.” Deze vorm van citizen science dient allerlei doelen, aldus Jansen. Wetenschappers krijgen veel meer data dan ze zelf ooit zouden kunnen verzamelen. “En we maken mensen op deze manier enthousiast voor wat er in hun tuin leeft, zodat ze daar meer zorg voor gaan dragen.”

Wildcamera voor in je achtertuin. Foto: Vincent Koperdraad
Wildcamera voor in je achtertuin. Foto: Vincent Koperdraad

Herstellen van biodiversiteit

Op veel plekken op aarde staat de biodiversiteit onder druk. Kennis van natuurlijke systemen én van de verschillende bedreigingen kan helpen om de diversiteit ter plaatse te herstellen. Veel projecten van Wageningen University & Research zijn daarop gericht. Een voorbeeld is het werk aan koralen in Caribisch Nederland.

Koraalriffen kennen een aantal bedreigingen. De voornaamste is klimaatverandering. Daardoor worden de oceanen warmer en zuurder, waar veel koralen niet tegen kunnen. Ook hebben ze last van troebel water door kusterosie – het gevolg van ontbossing en bebouwing. Door vervuiling krijgen algen de kans de riffen te overwoekeren, terwijl veel vissoorten die het koraal vrij van algen houden, worden overbevist.

Wageningse wetenschappers onderzoeken wat koralen precies nodig hebben en hoe je ze kunt beschermen en zelfs herstellen. Dat herstellen gebeurt door het ‘stekken’ van levende poliepen op dode koraalskeletten, of op door mensen gemaakte structuren. “Wij zoeken naar de ideale combinatie van factoren waarbij het kweken zo goed mogelijk gaat”, vertelt Erik Meesters van Wageningen Marine Research in Den Helder. In de natuur kun je die factoren weliswaar nauwelijks beïnvloeden, maar je kunt wel van te voren inschatten of het zinvol is om een kweek of restauratieproject in een bepaald gebied op te zetten.

Meesters wil graag weten hoe het komt dat sommige kolonies resistenter zijn dan andere. “Samen met Lisa Becking van Dierecologie onderzoeken we welke genen daarbij betrokken zijn”, vertelt hij. “Dan kun je gerichter zoeken naar populaties waarmee je verder wilt kweken. Assisted evolution, noemen we dat.”  Ook onderzoekt hij de invloed van lokale kreeftenvisserij op de riffen bij de Saba Bank, een nationaal park dat groter is dan de Waddenzee. “Als er overbevissing blijkt te zijn,  dan kunnen we maatregelen nemen.”

Meesters en collega’s coördineren een driejarig EU-project, dat vorige zomer van start ging: RESCQ (Restoration of Ecosystem Services and Coral Reef Quality). Het doel is relatief grote stukken rif te herstellen met koralen die ter plekke in proefvelden zijn opgekweekt. Meesters: “Wij onderzoeken allerlei aspecten daarvan. Onder welke omstandigheden moet je ze kweken om ze de grootste overlevingskans in de natuur te geven? Wat is de optimale grootte van de koraaltakken die je uitzet? En hoe kun je zorgen dat ze zich zoveel mogelijk seksueel voorplanten, zodat de genetische diversiteit zo groot mogelijk is?”

Een ander belangrijk doel van RESCQ is het overdragen van kennis, zodat lokale mensen het werk kunnen overnemen.  Uiteindelijk moet het project zichzelf bedruipen, doordat gezondere koraalriffen zorgen voor meer inkomsten uit toerisme en duurzame visserij.

Koralen worden opgekweekt in proefvelden. Foto: Erik Meesters
Koralen worden opgekweekt in proefvelden. Foto: Erik Meesters

De natuur een handje helpen

De Noordzee is een vrij ondiepe zee waarvan de bodem grotendeels bestaat uit zand. Voor platvissen en ongewervelde bodemdieren, zoals zeesterren, is dat ideaal. Maar veel andere dieren hebben een steviger ondergrond nodig om zich aan te hechten, of structuren om zich te verschuilen en om voedsel bij te zoeken. “Vroeger waren er in de Noordzee veel natuurlijke oesterbanken”, vertelt Joop Coolen van Wageningen Marine Research, “die in de loop van eeuwen waren ontstaan. Maar door intensieve bodemvisserij zijn die nu grotendeels verdwenen. Met als gevolg dat de Noordzee veel armer is dan voorheen.”

Coolen onderzoekt welke rol door mensen gemaakte structuren, zoals boorplatforms, windmolens, scheepswrakken en havenhoofden, kunnen spelen in het vergroten van de biodiversiteit ter plaatse. “Er komen heel veel dieren op af”, vertelt hij. “Als ergens eerst een zandbodem is, en je legt er bijvoorbeeld een rotsblok neer, dan verdubbelt de biodiversiteit.”

Coolen beschrijft wat je allemaal aantreft op een paal van een olieplatform: “Aan het oppervlak groeien veel mossels. Iets dieper vind je hydroïdpoliepen: dieren die in een struikvorm groeien. Die creëren een ingewikkelde 3D-structuur waar andere dieren zich aan kunnen hechten en zich kunnen verschuilen. Daaronder vind je allerlei soorten anemonen, in enorme dichtheden, en dááronder zachte koralen.” Die hotspots van biodiversiteit trekken vissen aan, met in hun kielzog zeehonden en bruinvissen. Daarnaast, zo toonde Coolen aan met genetisch onderzoek, gebruiken larven van mosselen deze structuren als ‘stepping stones’ voor verspreiding in de Noordzee. “Daardoor kunnen ze weer mosselbanken bereiken die veel verder buiten de kust liggen. Dat is goed voor de genetische diversiteit.”

Niet alle restanten van boorplatforms opruimen dus, is zijn devies. “Of vissers daar ook echt baat bij hebben, is de vraag, want in de Noordzee is toch vooral platvis economisch belangrijk”, zegt hij. “Maar de intrinsieke waarde van de nieuwe biodiversiteit is enorm. Met kunstmatige structuren kunnen we iets herstellen van wat we in de afgelopen eeuwen verloren hebben laten gaan.”

Duiken vanaf een offshore gasplatform. Foto: Joop Coolen
Duiken vanaf een offshore gasplatform. Foto: Joop Coolen

De waarde van natuur

De natuur levert ons een hele reeks aan onmisbare producten en diensten, van schoon water, hout, voedsel en medicijnen tot zuurstofproductie, koolstofopname, waterzuivering en kustbescherming. Maar ook gezondheid, ontspanning, inspiratie en culturele identiteit. Wil je die diensten effectief beschermen, en beleidsmakers overtuigen van de noodzaak daarvan, dan zul je er een prijskaartje aan moeten hangen. Met andere woorden: je moet aantonen wat die diensten ons opleveren, en omgekeerd: wat we mislopen of moeten betalen als die diensten er niet meer zijn.

Maar dat is geen eenvoudige zaak. Want wat kost schone lucht? Wat is een regenwoud waard? Kan het wel uit om maatregelen te nemen die klimaatverandering moeten tegengaan? Wageningse onderzoekers helpen bij het beantwoorden van dit soort vragen. Een van hen is Felix Bianchi, universitair docent bij Farming Systems Ecology. “Wij doen onderzoek in China, waar kleinschalige landbouwsystemen nog vrij algemeen zijn”, vertelt hij. “Daar blijkt dat wilde bestuivers, zoals bijen, een grote bijdrage leveren aan de opbrengst.” De bestuivers hebben baat bij kleinschalige landschappen met akkerranden waar verschillende bloemen bloeien. “Gewassen zoals koolzaad kunnen ook door de wind worden bestoven, maar bestuiving door insecten zorgt voor een hogere en stabielere opbrengst”, vertelt Bianchi.

Bianchi en collega’s onderzoeken ook de invloed van de natuurlijke vijanden van plaaginsecten. “We hebben ontdekt dat in Chinese rijstvelden kikkers een belangrijke rol spelen als roofdier van plaaginsecten”, vertelt hij. “Maar kikkers zijn heel gevoelig voor insecticiden. Als je dat weet, dan kun je daar rekening mee houden in het beheer van zo’n landbouwsysteem. Dat levert uiteindelijk hogere opbrengsten op met minder gebruik van pesticiden.”

Natuur verwaarden

Niet alleen ver weg, maar ook in Nederland werken onderzoekers, ondernemers en beleidsmakers aan nieuwe manieren om win-winsituaties te creëren: concepten waar natuur én mensen baat bij hebben. Natuur verwaarden is een van de thema’s van Wageningen Economic Research.

De eeuwenoude relatie tussen landbouw en natuur staat vandaag de dag sterk in de belangstelling. Hoe zorgen we voor een gezonde balans tussen het benutten van natuur voor bijvoorbeeld recreatie en landbouw en het behoud en beheer van natuur? Hoe kunnen we naar verdienmodellen waar de natuur een vast onderdeel van is? Een verdienmodel waarin waarde wordt gecreëerd voor en mét de natuur. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld hun agrarische productie en –omgeving combineren met het leveren van diensten aan de samenleving. Van agrotoerisme en boerderijwinkels tot zorglandbouw, korte ketens en agrarisch natuurbeheer.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Dit vraagt om innovatieve ondernemers en beleidsmakers die inzicht hebben in het belang van het verwaarden van natuur. Wageningen Economic Research onderzoekt de mogelijkheden, maar ondersteunt ook ondernemers in de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen en bedrijfsconcepten. Bovendien hebben zij op basis van eerder onderzoek naar onderwerpen als natuurlijk kapitaal, biodiversiteit, inclusieve landbouw en boerderijrecreatie een lijst veelgestelde vragen samengesteld. Vragen als: hoe integreer je natuur in je verdienmodel? Of hoe maak ik mijn bedrijf meer natuurinclusief? Deze lijst met vragen en antwoorden kan ondernemers, boeren en beleidsmakers helpen bij het verwaarden van natuur.

Bijenlandschap: winst voor alle partijen, inclusief de natuur

In Nederland leven minstens 358 soorten bijen, waaronder de honingbij. Veel van die soorten gaan de laatste jaren sterk in aantal achteruit. Niet alleen de honingbijvolken die door imkers worden verzorgd, maar juist ook de wilde bijen, vertelt Sabine van Rooij van Wageningen Environmental Research (Alterra). “Zij zijn voor hun voedsel, nestelplekken en bouwmateriaal afhankelijk van wat het landschap hun biedt”, legt ze uit. “Dat landschap is steeds armer geworden aan bloemen en rommelige plekjes waar ze hun nestelplek kunnen vinden.” Daarnaast hebben bijen te lijden onder het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Terugloop van de bijenstand is ook voor onszelf nadelig, want wilde bijen zijn, naast de honingbijen, van groot belang voor bestuiving. Van de 115 belangrijkste voedselgewassen zijn er 87 afhankelijk van bestuiving door bijen. Honingbijen, maar vooral ook wilde bijen. In de EU vertegenwoordigt die bestuiving een waarde van 15 miljard euro per jaar, wereldwijd maar liefst 153 miljard euro.

“De bijenstand bevorderen doe je niet door een paar bloemen te zaaien”, vertelt Van Rooij. “Wilde bijen hebben een landschap nodig dat zowel nestelgelegenheid biedt als voldoende voedsel in de nabijheid. Sommige bijensoorten zijn ook nog eens heel specifiek gebonden aan bepaalde plantensoorten en hebben een beperkte actieradius. Dus om bijendiversiteit te bevorderen, is een aanpak nodig op landschapsschaal. Dat vraagt om samenwerking tussen verschillende partijen.”

Contourenkaart van het Bijenlandschap in Zoeterwoude.
Contourenkaart van het Bijenlandschap in Zoeterwoude.

Tegen die achtergrond is Van Rooij betrokken bij een uniek project. Samen met burgers, bedrijfsleven, boeren en overheden zijn Wageningen Environmental Research (Alterra), EIS Kenniscentrum Insecten en de Vlinderstichting bezig met de ontwikkeling van een Regionaal Bijenlandschap in Zuid-Holland. Dit project maakt onderdeel uit van het initiatief Groene Cirkels, waarin Wageningen samenwerkt met Heineken en de provincie Zuid-Holland. Het doel is het ontwikkelen van een klimaatneutrale brouwerij, een duurzame economie, een rijke natuur én een aangename leefomgeving voor mensen.

“Voor het ministerie van EZ gaan we de gedurende vijf jaar ook in andere regio’s kijken wat het effect is van initiatieven gericht op het bevorderen van bestuivende insecten”, vertelt Van Rooij. “Welke maatregelen nemen verschillende partijen voor bijen, en welke daarvan zorgen ook daadwerkelijk voor meer bestuivende insecten?” Leren uit de praktijk, daar gaat het om – zodat bedrijven, provincies, gemeenten en waterschappen deze principes ook elders en in andere projecten kunnen gaan toepassen. Van Rooij: “Er kan vaak al veel meer dan mensen denken, maar dat vergt wel een omslag in het denken. Daar willen wij met dit project aan bijdragen.”

Natuur in de stad

Natuur staat op veel plekken onder druk – natuurlijk niet in het minst in de stedelijke omgeving. Maar juist ook in de stad zijn er kansen om die situatie te verbeteren. Een paar bomen hier, een nestkast daar, creatieve oplossingen voor regenwaterstromen, en aandacht voor ‘corridors’ waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen: met eenvoudige ingrepen is vaak al veel te bereiken.

Wageningen University & Research houdt zich met dit onderwerp bezig. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van de website ‘Kansen voor biodiversiteit in de stad’. Die is opgezet om burgers, bedrijfsleven en overheden te informeren over biodiversiteit in de stad – en inspiratie en oplossingen te bieden voor concrete actie.

“Qua biodiversiteit is de stad om twee redenen interessant,” zegt Wageningen Environmental Research-onderzoeker Robbert Snep, die de website ontwikkelde: “Meer en meer soorten ontdekken de stad als leefgebied, en de stad is een prima plek om onze stedelijke samenleving te inspireren en informeren over biodiversiteit. Met deze website willen wij hieraan bijdragen.”

De website is opgezet langs twee lijnen: een tekening van de stad laat voor verschillende stadsdelen zien waar kansen voor biodiversiteit liggen. Daarnaast is er een overzicht van stedelijke partijen, wat zij voor biodiversiteit kunnen betekenen en waarom dat relevant is. De website fungeert vooral als webportal: verschillende categorieën van links geven toegang tot meer informatie. Die portalfunctie is belangrijk, omdat veel informatie over stadsnatuur nu versnipperd is, en daarmee lastig te ontsluiten. Met één klik kan iedere partij – burger, bedrijf, overheid of andere organisatie – nu speciaal toegesneden informatie vinden over het bevorderen van biodiversiteit in de stad.

Website 'Kansen voor biodiversiteit in de stad'
Website 'Kansen voor biodiversiteit in de stad'

Werken aan veerkracht: van kennis naar oplossingen

“Bescherming van biodiversiteit blijft controversieel”, besluit Lawrence Jones-Walters, hoofd van het programma Biodiverse Environment. “Kijk maar naar de huidige regering van de VS: die gelooft duidelijk niet in de waarde van natuur. Maar het is duidelijk dat mensen baat hebben bij natuur. En ze wíllen ook natuur om zich heen. Bijzondere soorten en landschappen geven een enorm gevoel van trots. Als ergens lepelaars gaan broeden, of kraanvogels, dan is iedereen dolgelukkig. En echt niet alleen vanwege de voordelen voor toerisme.”

De crux, zo meent Jones-Walters, is werken aan veerkracht. Zorgen dat ecosystemen zo robuust zijn dat ze tegen een stootje kunnen. Dat soorten kunnen meebewegen met omstandigheden. Dat kan alleen als ze daar alle ruimte voor krijgen, en als aan de ecologische basisvoorwaarden wordt voldaan. “Dát is een van onze grote uitdagingen”, zegt Jones-Walters. “Want om dat te kunnen realiseren, is nog veel kennis nodig. Wat is veerkracht precies? Waar bestaat het uit en hoe kun je het realiseren?”

Wat dat betreft kan Wageningen een voortrekkersrol spelen, aldus de onderzoeker. “Wageningen University & Research is heel divers en internationaal”, zegt hij. “We kunnen putten uit de kennis, ervaringen en culturele achtergrond van een rijk palet aan onderzoekers. Samen hebben zij de allerbeste kennis van de werking van ecosystemen, herstel van biodiversiteit en aanpassing aan klimaatverandering.  Met die kennis kun je een brug slaan van wetenschap naar beleid en uitvoering. Ja, daarin ben ik absoluut optimistisch.”

Naar boven