Opbouw bachelor Dierwetenschappen

De bachelor Dierwetenschappen duurt drie jaar en is een fulltime opleiding. In het eerste jaar volg je een basis programma. In het tweede jaar kies je voor één van de twee majors. Het derde jaar bestaat voor een groot deel uit vrije keuze en je werkt aan een individueel onderzoeksproject.

Opbouw van de opleiding

In de opbouw van de studie kun je zien dat Dierwetenschappen een breed vakgebied is. Basisvakken die zich richten de oriëntatie op Dierwetenschappen, biologische basisprincipes en de ondersteunende vakken scheikunde, wiskunde en statistiek, worden gevolgd door disciplinaire vakken waarin die basis geïntegreerd wordt. Dit verplichte basisprogramma is geroosterd in de eerste anderhalf jaar. In de tweede helft van het tweede jaar kies je één van de twee majors. De major Animal Management and Care richt zich op het dier en diens (door de mens beïnvloedde) omgeving. De major Biological Functioning of Animals richt zich op de biologische processen in dieren. Het derde jaar biedt de meeste keuzevrijheid: Meer dan een half jaar kun je zelf invullen met vakken of een minor die jij belangrijk, leuk en relevant vindt. Dit kun je ook aan een universiteit buiten Wageningen of zelfs buiten Nederland doen. Zo kun je een eigen invulling aan de opleiding geven.

Basisprogramma

In het eerste jaar maak je kennis met het vakgebied van Dierwetenschappen. Daarnaast wordt de basiskennis biologie, scheikunde, wiskunde en statistiek opgefrist en verder uitgebreid. In het tweede jaar wordt de basiskennis geïntegreerd in specialistische vakken en kies je voor een major (richting dierhouderij of richting dierbiologie). Hieronder (en in het schema hiernaast) vind je per studiejaar en per major de verplichte vakken. Voor details over de vakken kun je in de online studiegids kijken.

Het eerste jaar

  • Inleiding Dierwetenschappen
  • Bio-organische Chemie voor Levenswetenschappen
  • Algemene Chemie voor Levenswetenschappen
  • Celbiologie
  • Wiskunde 1 óf Statistiek 1
  • Wiskunde 2
  • Genetica en Moleculaire Biologie
  • Toegepaste Dierbiologie
  • Statistiek 2
  • Dierwetenschappen in de Maatschappij
  • Mens- en Dierkunde 1
  • Diergedrag
  • Wiskunde 3
  • Praktijkstage Dierwetenschappen

Het tweede jaar

  • Fokkerij en Genetica
  • Mens- en Dierkunde 2
  • Veterinaire Epidemiologie en Economie
  • Immunologie en Thermoregulatie
  • Inleiding in de Diervoeding
  • Systeembenadering in Dierwetenschappen
  • Inleiding in Dierecologie

Major Animal Management and Care:

  • Aquacultuur en Visserij
  • Vruchtbaarheid en Voortplanting
  • Infecties en Ziekten

en kies één van de volgende twee:

  • Kwaliteit van Dierlijke Producten
  • Introductie in Bedrijfseconomie, Management en Marketing

Major Biological Functioning of Animals:

  • Microbiomen en Gezondheid
  • Praktische Biochemie
  • Gedragsendocrinologie

Het derde jaar

  • Statistiek voor gevorderden
  • BSc thesis en vaardigheden
  • Vrije keuze (bijv. BSc minor)

Major Animal Management and Care (kies 1 van de 3):

  • The role of Livestock in Future Food Systems
  • Duurzaamheid in vis- en schaaldierproductie
  • Gezelschapsdieren

Major Biological Functioning of Animals:

  • Celbiologie en Gezondheid

Vrije keuze en BSc minors

Het derde jaar kun je voor het grootste gedeelte zelf invullen met vakken naar keuze. Je kunt in principe elk vak volgen: zowel vakken gericht op Dierwetenschappen als vakken gericht op bijvoorbeeld communicatie, educatie, economie of plantenwetenschappen zijn mogelijk. Met deze vrije keuze ruimte kun je zelf bepalen hoe breed of specialistisch je opgeleid wilt worden. Je kunt dit in Wageningen doen of aan een andere universiteit in binnen- en buitenland.

Studiegids

Je kunt de ruimte voor vrije keuze met losse vakken invullen, maar ook kun je kiezen voor een vakkenpakket over één bepaald onderwerp: een BSc minor. Een BSc minor omvat meestal 24 studiepunten, en wordt doorgaans in het Engels gegeven. Wageningen University biedt diverse BSc minors over allerlei thema’s aan die in het eerste (periodes 1-3) of in het tweede semester (periodes 4-6) geroosterd zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld minors over infectieziektes, mariene biologie, klimaatverandering, communicatie, voedselveiligheid, economie of waterbeheer. Het is ook mogelijk om een minor in het buitenland volgen. Hierover kun je meer lezen onder het kopje ‘Buitenland’.

BSc Minors

    Buitenland

    De bachelor Dierwetenschappen biedt diverse mogelijkheden om buitenland ervaring op te doen, en je wordt gestimuleerd hier gebruik van te maken!

    In het derde jaar ga je op Buitenland Excursie (Buitex) met je jaargenoten. In een week bezoek je diverse bedrijven, onderzoeks- en/of onderwijsinstellingen in de Dierwetenschappen. Je bereidt een bezoek voor en leert over de verschillende manieren waarop kennis over dieren wordt ontwikkeld en toegepast in een ander land dan Nederland.

    De opleiding stimuleert  je om je vrije keuze ruimte in het derde jaar in te vullen met vakken aan een buitenlandse universiteit. We hebben contacten met diverse universiteiten waarmee we inhoudelijk naar diverse mogelijkheden kijken.  Omgekeerd bieden wij studenten in bijvoorbeeld Agriculture en Animal Sciences uit het buitenland ook vakkenpakketten uit onze eigen opleiding aan.

    Het doel van zo’n exchange periode is dat je als student inhoudelijk stimulerende vakken kan volgen die aanvullend zijn op het eigen Dierwetenschappen studieprogramma, maar ook dat je leert over dierwetenschappen in een ander land, met internationale studenten en docenten in contact komt en zo je horizon kunt verbreden. Landen waarmee we op dit moment contact hebben vanuit de opleiding zijn o.a. Zweden, de Verenigde Staten en Canada.

    De mogelijkheid om in het buitenland vakken te volgen is gebonden aan uitwisselingsovereenkomsten tussen de samenwerkende universiteiten, en aan de toelatingseisen die universiteiten vragen voor vakken. Daarom zijn er voorvereisten die je moet hebben om in aanmerking te komen voor een exchange BSc minor.

    De opleiding werkt samen met de Exchange Office van Wageningen University om jouw exchange goed te regelen. Ben je geïnteresseerd in exchange in je derde jaar Dierwetenschappen, neem dan in je eerste studiejaar al contact op met de coördinator Inge Palm (Inge.Palm@wur.nl).  

    Voor meer informatie over exchange in het algemeen en universiteiten waarmee Wageningen University samenwerkt, kun je op de website van de Wageningen Exchange Office kijken.

    Wageningen Exchange Office

    BSc Thesis

    In het derde studiejaar staat de BSc thesis gepland. Dit houdt in dat je een thesis schrijft op basis van een individueel onderzoek. Hierbij kun je denken aan een experimenteel onderzoek, literatuuronderzoek, laboratoriumanalyse en/of data-analyse. Daarnaast komen in dit vak de volgende vaardigheden aan bod: wetenschappelijk schrijven, interpreteren en bediscussiëren van wetenschappelijke literatuur en het presenteren van een wetenschappelijk onderzoek. Het onderwerp van je thesis valt binnen één van de majors en binnen de thema’s van Dierwetenschappen.

    Studielast en Academisch jaar

    De opleiding heeft een 3-jarige bachelor fase waarin per jaar 60 studiepunten (ECTS) te behalen zijn. De totale studielast is daarmee 180 studiepunten. Een studiepunt komt overeen met 28 studiebelastingsuren, 1 academisch jaar omvat 40 onderwijsweken. Dit betekent dat je per week geacht wordt gemiddeld 42 uur aan de studie te besteden; echt een fulltime studie dus.

    Het academisch jaar in Wageningen is opgedeeld in 6 periodes. Periodes duren 8 weken (periodes 1, 2, 5, en 6) of 4 weken (periode 3 en 4). In de 8-weekse periodes zijn 12 studiepunten te behalen en volg je meestal twee vakken. In de 4-weekse periodes kun je 6 studiepunten halen en volg je meestal 1 vak.

    Kalender academisch jaar

    Onderwijsvormen

    In de vakken wordt het onderwijs aangeboden door wetenschappelijk medewerkers. Het zijn ook de onderzoeksgroepen die de wetenschappelijke inhoud en kwaliteit van de opleiding waarborgen. Het onderwijs wordt op verschillende manieren aangeboden en georganiseerd. De meeste vakken omvatten een mix van dergelijke onderwijsvormen.

    Hoorcolleges

    In een hoorcollege zit je meestal met veel studenten in de collegebanken en luister je naar de docent. De docent vertelt over de leerstof, geeft de rode draad weer en legt soms specifiek lastigere stof uit. Vaak wordt de presentatie van de docent van tevoren uitgereikt, of digitaal op de blackboard (website) van het vak aangeboden.

    Werkcolleges

    Bij werkcolleges werk je in een groep van 20 tot 40 medestudenten actief aan sommen, opgaven of opdrachten, zelfstandig of in groepjes. Hierbij is begeleiding aanwezig om te helpen, en om na te bespreken. De wiskunde vakken in het eerste jaar worden hoofdzakelijk als werkcolleges gegeven, maar ook in het vak Gedragsendocrinologie zitten bijvoorbeeld veel werkcolleges.

    Practica

    Bij practica ben je zelf uitvoerend bezig. Er zijn veel verschillende soorten practica, afhankelijk van de leerdoelen van een vak. Zo kun je bijvoorbeeld in het laboratorium biochemische experimenten of analyses met een microscoop uitvoeren (bijvoorbeeld bij de chemische en de mens- en dierkunde vakken). Maar ook kun je in de onderzoeksfaciliteit een voedingsproef of gedragsstudie doen (bijvoorbeeld bij de vakken inleiding in de diervoeding en toegepaste dierbiologie). Practica hebben tot doel je bekend te maken met verschillende onderzoeks- en meet methodes, je te leren over de beperkingen daarvan en over de interpretatie van resultaten. Tegelijkertijd illustreren practica vaak de theorie.

    PGO

    PGO betekent Probleem Gestuurd Onderwijs of Probleem Gericht Onderwijs. Bij PGO zit je in een groep van vier tot twaalf studenten met een begeleider. De groep krijgt een probleem of case voorgelegd, die moet worden opgelost. De kennis wordt verkregen door het oplossen van het probleem. De vaardigheden worden tijdens het proces van oplossen opgedaan, door het verdelen van taken, het vergaderen en discussiëren. Soms zijn er na de groepsopdrachten presentaties waarin iedere groep zijn resultaten presenteert.

    Engels

    Engels is de taal van internationale samenwerking en wetenschap. Daarom is het belangrijk dat je in het Engels leert lezen, luisteren en praten over Dierwetenschappen. De opleiding is volledig in het Engels. Zowel de literatuur als de colleges worden in het Engels verzorgd door docenten van verschillende nationaliteiten.



    Terug naar bachelor Dierwetenschappen