Nieuws

Vier overwegingen in de discussie wel of niet vaccineren tegen vogelgriep

Gepubliceerd op
7 februari 2021

Overdracht van vogelgriep naar pluimveebedrijven komt bijna elk jaar voor in Nederland en in de rest van de wereld. En telkens weer rijst vervolgens de vraag: moeten we wel of niet vaccineren tegen aviaire influenza (vogelgriep)? Zo eenvoudig als de vraag is, is het antwoord echter niet. Deze discussie kent de nodige nuances die Wageningen University & Research hieronder voor je op een rijtje zet.

1. Is er al een vaccin tegen vogelgriep?

In Nederland is er slechts één commercieel vaccin beschikbaar en geregistreerd voor gebruik in pluimvee. Dit vaccin is gebaseerd op een laag pathogene aviaire influenza (LPAI) H5N2 stam uit 1986. Deze vaccinstam is niet verwant aan het huidige hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) H5N8 virus en zal daarom naar verwachting onvoldoende bescherming bieden tegen infectie met dit virus.

In het buitenland zijn enkele andere commerciële vaccins beschikbaar tegen H5-virussen, maar geen van deze vaccins is ontwikkeld tegen het huidige HPAI H5N8 virus dat nu uitbraken veroorzaakt in Nederland. Wanneer een vaccin wordt gebruikt dat pluimvee maar deels zou beschermen tegen vogelgriepinfectie, dan kan dit de infectie verbergen. Het virus kan zich dan ongemerkt verspreiden, waardoor de bestrijding van het virus juist moeilijker wordt. 

Vogelgriep is een zoönose; een ziekte die van dieren op mensen overdraagbaar is. Voor mensen is er nog geen vaccin beschikbaar, lees daar meer over bij de veelgestelde vragen op de RIVM-website.

2. Wordt pluimvee in andere landen al ingeënt?

In verschillende landen (in Azië, Egypte) wordt gevaccineerd tegen vogelgriep, onder meer tegen HPAI H5 virus. Een vaccin moet op de eerste plaats virusverspreiding voorkomen om uitbraken te stoppen (transmissiewaarde R<1). In het laboratorium is aangetoond dat vaccinatie de transmissie van het HPAI virus kan voorkomen, als de vaccinstam en de uitbraakstam nauw verwant zijn. In de praktijk blijkt echter dat dat er te weinig antistoffen worden aanmaakt tegen het HPAI virus na een of twee vaccinaties. De ontwikkelde vaccins bleken in het veld dus niet effectief genoeg (R>1), en hebben de uitbraken in deze landen niet kunnen stoppen.   

3. Aan welke voorwaarden zou een vaccin tegen vogelgriep moeten voldoen?

  • Het vaccin moet effectieve bescherming bieden tegen vogelgriepinfectie en de verspreiding van het virus voorkomen. Een effectief vaccin ontwikkelen is echter lastig omdat het HPAI virus zeer snel veranderd en evolueert. Het is nog niet gelukt om een vaccin te ontwikkelen dat bescherming biedt tegen alle vogelgriepstammen. Een vaccin zal daarom regelmatig moeten worden aangepast aan de virusstam die op dat moment uitbraken veroorzaakt.
  • Daarnaast moet een vaccin bij voorkeur geschikt zijn voor massavaccinatie van pluimvee, bijvoorbeeld via drinkwater of een spray. Een vaccin dat individueel moet worden toegediend is bewerkelijk en zal vrij hoge kosten met zich meebrengen.
  • Tenslotte is het belangrijk dat gevaccineerde dieren onderscheiden kunnen worden van geïnfecteerde dieren in diagnostische testen. Dieren zullen na vaccinatie antistoffen ontwikkelen tegen het virus, net als na een infectie met het virus. Om geïnfecteerde dieren toch te kunnen opsporen is het noodzakelijk dat het vaccin een kenmerk heeft, dit wordt het DIVA-principe (Differentiating Infected from Vaccinated Animals) genoemd.

4. Waar moeten we nog meer rekening mee houden, naast het ontwikkelen van een vaccin?

Op dit moment is handel in tegen vogelgriep gevaccineerd pluimvee(producten) niet toegestaan binnen de Europese Unie. Ook andere landen willen vaak geen gevaccineerd pluimvee (of producten) importeren. Indien Nederlandse pluimveehouders willen gaan vaccineren dan heeft dit dus grote gevolgen voor de export. Er zullen daarom eerst internationaal afspraken gemaakt moeten worden over vaccinatie van pluimvee en de acceptatie van gevaccineerd pluimvee of producten.

Als gevolg van de handelsbeperkingen is er op dit moment geen afzetmarkt voor vogelgriepvaccins in de EU. Het is voor de farmaceutische industrie daarom niet rendabel om te investeren in het ontwikkelen van een vaccin. Maar juist omdat er nog geen effectief vaccin beschikbaar is zullen landen de handelsbeperkingen niet willen loslaten, omdat zij het risico van import van ongemerkt geïnfecteerd pluimvee te groot vinden.

De verwachting is dat het risico op HPAI vogelgriep introductie ook de komende jaren hoog blijft. Het is daarom verstandig om nu internationaal de discussie over vaccinatie te starten en ook te investeren in vaccinontwikkeling. Een belangrijke overweging hierbij is vaccinatiestrategie. Mogelijkheden zijn het preventief inenten van alle pluimvee of gerichte vaccinatie wanneer er HPAI uitbraken zijn of dreigen.