Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 25 augustus 2026

Hoe deel je een land met wilde dieren?

VFP (Vincent) Koperdraat
Mediarelaties / Woordvoerder

Sjo / iStock.com

Wolven, bevers en grote grazers vinden opnieuw hun weg in Nederland. De terugkeer van deze wilde dieren, die steeds vaker in aanraking komen met mensen, brengt lastige dilemma’s met zich mee. Tijdens de Opening van het Academisch Jaar (OAJ) op 31 augustus delen Hugh Jansman, Maarten Jacobs en Sabrina Dressel hun visie op een centrale vraag: hoe kunnen mensen en wilde dieren leren om samen te leven?

Als het over wilde dieren gaat, kan Hugh Jansman zijn enthousiasme niet bedwingen. ‘Nederland is kampioen waterbeheer. Maar de bever doet het veel intelligenter, en ook nog gratis! Die gaat ons enorm helpen bij wat ons te doen staat: water vasthouden in plaats van afvoeren.’ 

‘Hoefdieren zijn heel belangrijk tegen verruiging van het landschap’, vervolgt hij. ‘Dat zag je laatst nog bij de bosbranden in Spanje: een boer vertelde dat bizons en andere grazers al het brandbare materiaal hadden opgegeten. Zijn weide was niet aangetast door het vuur, en al het vee leefde nog. Wolven hebben dan weer een belangrijke rol in het sturen van die begrazing. Doordat grazers zich niet overal veilig voelen, krijg je meer variatie in de begrazing. Zo kan bosverjonging ook een kans kan krijgen.’

De terugkeer van wolven, bevers en grote grazers is goed nieuws voor de biodiversiteit, die in Nederland zwaar onder druk staat. Maar als wilde dieren het journaal halen, gaat het juist vaak over gevaar en overlast. Bevers bedreigen dijken, wegen en spoorlijnen; grote hoefdieren hebben aanvaringen met wandelaars in natuurgebieden. De wolf vestigde zich in 2018 definitief in Nederland en staat sindsdien garant voor felle maatschappelijke discussies. Deze roofdieren vallen landbouwdieren aan, en in zeldzame gevallen ook mensen. 

Kom ook naar de Opening van het Academisch Jaar op maandag 31 augustus van 15.00 tot 17.30 uur! Deze editie staat in het teken van de dilemma’s die samenhangen met de terugkeer van wilde diersoorten.

Bekijk het programma en meld je aan, of volg de livestream.

Tussen de wilde dieren

Als Senior onderzoeker Wildlife Ecology weet Jansman maar al te goed welke emoties de wolf kan losmaken. Vorig jaar onderzocht hij met zijn team DNA-sporen op het bebloede shirt van een 6-jarige jongen die was gebeten door probleemwolf Bram. ‘Ik werd er stil van, toen ik dat shirt met bloedvlekken kreeg. Wat zo’n aanval met die jongen gedaan moet hebben, en met zijn ouders…’ 

Jansman doet al meer dan vijftien jaar onderzoek naar de ecologie van wolven en andere wilde dieren. In die tijd zag hij de discussie over wolven steeds heviger worden. ‘Die discussie zorgt bij mij als wetenschapper wel voor zorgen. Vooral omdat we het als land niet voor elkaar krijgen om de kennis die er is gedegen in te zetten. Al sinds 2012 schrijven we rapporten voor de overheid, met beleidsondersteuning en workshops met alle stakeholders. Waarin we opties aanbieden om een duurzame toekomst mogelijk te maken en conflicten met natuur beheersbaar houden.’ 

‘Het is onvoldoende gelukt om dat te bereiken’, vervolgt Jansman. ‘Het opsporen van probleemwolf Bram heeft vier maanden geduurd! En als er morgen een andere risicowolf rondloopt, kan men weer niet snel reageren.’ 

Hugh Jansman

‘Wij adviseren om een gedegen draaiboek klaar te hebben liggen, zodat er ad rem gehandeld kan worden. Zo’n draaiboek kan ook helpen om bezorgde recreanten en omwonenden gerust te stellen. Door een deskundigenteam te organiseren dat een probleemsituatie goed kan beoordelen en snel kan ingrijpen als het nodig is, en door te zorgen dat vergunningen en halsbandzenders al klaarliggen. Er is veel te winnen bij het zenderen van mogelijke risicowolven die te dicht bij mensen in de buurt komen. Om ze goed te kunnen volgen en ze te leren om mensen te mijden. En als dat niet lukt, kunnen ze de juiste wolf efficiënt afschieten.’

Doordat adequate actie uitblijft – en door social media, die angst en woede versterken – ontstaat het beeld dat wolven een enorme bedreiging vormen, zegt Jansman. ‘Een basisschool in Drenthe ging dicht omdat er een wolf in de buurt was gezien, een scoutingweekend ging niet door omdat er wolven rondliepen in het bos. We hebben toch echt een manier te vinden om daarmee om te gaan. En dat geldt ook voor andere wilde dieren. Als er in een natuurgebied grote runderen op het pad staan, zeker met kalfjes, kun je daar niet altijd doorheen lopen. Soms moet je even wachten, of omlopen.’

Een ander terugkerend aspect in discussies over de wolf is het aanvallen van schapen en ander vee. Jansman: ‘Voor een individuele veehouder kan het echt een probleem zijn, maar er wordt nu wel eens gezegd dat de wolf killing is voor de landbouwsector. Dat is ‘ie niet.’ Van de schapen die tussen 2017 en 2025 stierven voordat ze naar de slacht gingen, werd 0,7% gedood door een wolf. 90% van de schapen die door wolven werden aangevallen, waren bovendien niet deugdelijk beschermd met wolvenrasters of andere beschermende maatregelen. 

Jansman: ‘Ik heb alle begrip voor de emoties van agrariërs die ’s ochtends moeten zien dat hun dieren zijn toegetakeld door een wolf. En tegelijkertijd verbaas ik me erover dat er, na tien jaar aanwezigheid van de wolf, nog zoveel kwetsbaar vee onvoldoende is beschermd. Hoe kunnen we als maatschappij veehouders daarin nog beter ondersteunen?’ 

'Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan de wolf denk'

Krokodillenbrein

Angst, afkeer, nieuwsgierigheid, vreugde: wilde dieren roepen intense gevoelens op bij mensen. Universitair docent Maarten Jacobs doet onderzoek naar de emoties die mensen ervaren bij de natuurlijke omgeving, en de psychologische mechanismen die daar achter zitten. Die emoties spelen een belangrijke rol in het debat over wilde dieren, maar worden vaak niet op waarde geschat. 

‘Hoe je reageert op wilde dieren, is deels biologisch bepaald. Evolutionair gezien beschouwt ons brein wilde dieren als mogelijke aanvaller of prooi. Dat zit heel diep. Wat gebeurt er als je een leeuw ziet? Je hartslag en je bloeddruk gaan omhoog, er wordt adrenaline aangemaakt. Dat doet je lijf om je overlevingskans te verhogen, en dat gebeurt allemaal automatisch. Die reactie komt vanuit een heel instinctief deel van je brein, dat wel eens het krokodillenbrein wordt genoemd.’

‘Maar ieder mens gaat verschillend om met die input van het krokodillenbrein. Dat heeft dan weer met je persoonlijke ervaringen te maken, en met de cultuur waarin je opgroeit. En er kan ook verandering plaatsvinden in het brein. Mensen kunnen bijvoorbeeld bang zijn voor wolven omdat ze in hun kindertijd een nare ervaring met een hond hebben gehad.’ 

Jacobs heeft, voordat de wolf zich in Nederland had gevestigd, onderzoek gedaan naar de emoties die mensen in Nederland, Duitsland en Canada voelen bij wolven. In enquêtes konden respondenten aangeven hoe intens ze deze emoties ervaarden. Het patroon was in die drie landen min of meer hetzelfde: er waren grote individuele verschillen, maar de meest voorkomende emotie was interesse. Mensen voelden ook angst, maar net zo vaak blijdschap.

Maarten Jacobs

Waar de emoties rondom de terugkeer van wilde dieren hoog oplopen, neemt de polarisatie toe. Mensen die willen dat wolven worden verjaagd of doodgeschoten staan lijnrecht tegenover mensen die vinden dat geen enkel wild dier door mensen mag worden gedood. ‘Daar hoort wel een kanttekening bij’, zegt Jacobs. ‘Veel mensen zitten juist in het grote midden, die kijken er helemaal niet zo scherp naar. Maar voor de twee uitersten is de wolf een dankbaar onderwerp. Actieve polariseerders gebruiken het dier als symbool voor maatschappelijke onvrede: boeren versus natuurbescherming, stad versus platteland, het volk tegen de elite. Zo geven ze brandstof aan de polarisatie.’ 

Het debat over wilde dieren heeft juist meer compassie en minder polarisatie nodig, vindt Jacobs. ‘Natuurbeschermers willen tegenstanders nog wel eens beschuldigen van het Roodkapje-syndroom: een irrationele angst voor de grote boze wolf, gevoed door sprookjes zoals Roodkapje.’

‘Maar die angst voor wilde dieren is er nu eenmaal bij een deel van de bevolking, en die moeten we niet veroordelen of belachelijk maken. Er zitten psychologische kanten aan de angst, zoals dus het krokodillenbrein en ervaringen uit het verleden. En er zitten waardepatronen achter die heel bepalend zijn. Die verander je niet zomaar.’ 

Dieren en mensen managen

Volgens Dressel kun je alleen ontdekken wat werkt door alle betrokkenen erbij te betrekken: ‘Het draait om een inclusieve dialoog over wat co-existentie in een bepaalde context betekent. Want co-existentie is geen eindpunt; het vraagt om voortdurende discussie en beheer. Er zijn ecologische en juridische grenzen, maar binnen die kaders moet de samenleving voortdurend opnieuw bepalen wat als aanvaardbaar wordt beschouwd.’

Hoe kan de samenleving omgaan met wilde dieren, nu ze zich definitief gevestigd hebben en zoveel emoties oproepen? Daar komt het concept van co-existentie om de hoek kijken: mensen en dieren die niet alleen in dezelfde gebieden leven, maar die landschappen op een duurzame manier delen. 

‘Co-existentie vraagt van zowel mensen als dieren dat zij hun gedrag aanpassen’, zegt universitair docent Sabrina Dressel. ‘Voor mensen betekent dat dat we de manier waarop we gedeelde landschappen gebruiken, moeten aanpassen. ’s Nachts langzamer rijden in een bos, je hond in bepaalde gebieden niet los laten lopen. Wilde dieren niet voeren, afstand houden en op de paden blijven. Sommige mensen kunnen zich daar ongemakkelijk bij voelen, deze aanpassingen beperkingen opleggen aan wat we gewend zijn te doen. Maar co-existentie is geen eenrichtingsverkeer.’

Wilde dieren kunnen zich op hun beurt ook aanpassen aan de aanwezigheid van mensen en aan beheermaatregelen. ‘Dieren zijn heel goed in staat zich aan te passen. Er zijn verschillende manieren waarop we invloed kunnen uitoefenen op waar en hoe dieren een landschap gebruiken. In sommige situaties kan dat bijvoorbeeld met fysieke afrasteringen, in andere met afschrikmiddelen zoals geluids- of lichtsignalen. Maar wat werkt, hangt sterk af van de diersoort en de situatie.’

Dressel is gefascineerd door de verschillende manieren waarop mensen leren landschappen te delen met wilde dieren. ‘Mensen passen zich op allerlei manieren aan om conflicten te verminderen en co-existentie mogelijk te maken. Er is niet één aanpak die overal werkt. Zo worden waakhonden vaak ingezet ter bescherming tegen wolven, maar ze werken niet altijd zoals bedoeld. In sommige regio’s past het houden van honden bijvoorbeeld niet binnen de lokale cultuur. En in de Franse Alpen is gebleken dat ze wandelaars en andere bezoekers afschrikken.’

Sabrina Dressel

Een groot deel van Dressels onderzoek is gericht op Zweden, waar ze bestudeert hoe mensen omgaan met het samenleven met elanden, wolven en andere wilde dieren. Ruimte creëren voor besluitvorming die is afgestemd op de lokale situatie lijkt daarbij essentieel, zodat de discussie dichter bij de mensen komt die er direct mee te maken hebben. ‘Maar er is niet één manier om zulke gesprekken te organiseren: de sociale en ecologische context kan van plek tot plek sterk verschillen, zelfs binnen hetzelfde land.’

‘Het noorden van Zweden is uitgestrekt en dunbevolkt, en sommige beheergebieden beslaan enorme oppervlakten. Daar heb je manieren nodig om lokale jagers, grondeigenaren en andere betrokkenen te bereiken. Sommige beheergroepen gebruikten simpelweg WhatsApp of andere digitale communicatiemiddelen om te bespreken hoe ze met bepaalde kwesties moesten omgaan. Maar in het zuiden zijn de gebieden kleiner en dichter bevolkt. Daar kun je niet zomaar dezelfde aanpak gebruiken, dus moesten ze iets anders bedenken. Ze ontwikkelden mentorsystemen, waarbij leden van de beheergroep verantwoordelijk waren voor het contact met specifieke lokale groepen.’

Blauw-groene landschappen

Dressel concludeert dat overheden mensen de middelen en de ruimte moeten geven om het beheer aan te passen aan lokale omstandigheden – en tegelijkertijd duidelijke kaders moeten bieden voor de manier waarop het samenleven met wilde dieren wordt vormgegeven. ‘Er is zelden één blauwdruk die overal werkt. Werp geen barrières op voor lokale oplossingen. Gemeenschappen komen vaak zelf met nieuwe ideeën! Het is belangrijk om daar gebruik van te maken, in plaats van ze te negeren.’

‘Als we de natuur in Nederland weer vitaal maken en leren om goed samen te leven met wilde dieren, gaan we daar echt de vruchten van plukken’, zegt Hugh Jansman. Hij put inspiratie uit NL 2120, een visie die WUR heeft opgetekend voor hoe Nederland er over honderd jaar uit zou kunnen zien. Een land met klimaatbestendige steden, ruimte voor water en nature-based solutions, waarin mensen samenleven met de natuur. ‘Dan heb je een prachtige blauw-groene dooradering met een meer geleidelijke overgang tussen natuur- en cultuurgrond. En dus een minder groot risico dat een wild dier dat de natuur verlaat wordt beleefd als een conflict.’ 

Contact

Lees meer