Hoe maak je het diervoeder van de toekomst?

Soja staat dagelijks op het menu van Nederlandse kippen. Het grootste deel van deze soja komt uit Zuid-Amerika en de Verenigde Staten en legt duizenden kilometers af voordat het in een voerbak terechtkomt. Dat brengt niet alleen een hoge CO2-uitstoot met zich mee, maar maakt Europa ook afhankelijk van import. Samen met partners onderzoekt Wageningen University & Research hoe het diervoer van de toekomst eruit kan zien.
Om te beginnen: wat staat er eigenlijk op het dagelijkse menu van een kip in Nederland? Het voer bestaat voornamelijk uit tarwe (40%) en sojaschroot (20%), de belangrijkste eiwitbronnen. Daarnaast bevat het ongeveer 20% maïs, aangevuld met vitaminen, mineralen en vetten.
Hoewel granen en sojaschroot dus de basis vormen van kippenvoer, wordt het menu langzaam gevarieerder. In Nederland worden steeds vaker allerlei eiwitrijke reststromen verwerkt in kippenvoer. Meestal gaat het echter om relatief kleine hoeveelheden, om een optimale balans te vinden tussen diergezondheid, groei, kosten en andere factoren.

Bekijk de video.
Circulair menu
‘Ons einddoel is om het diervoeder van de toekomst te ontwikkelen’, zegt Arya Rezaei Far, onderzoeker pluimveevoeding bij Wageningen Livestock Research (WLR). ‘Met ons onderzoek ondersteunen we de transitie naar een circulair voedselsysteem. In zo’n systeem worden landbouwgrond en water bij voorkeur ingezet voor de productie van voedsel voor mensen, terwijl vee vooral wordt gevoerd met biomassa die niet geschikt is voor menselijke consumptie.’
“Ons einddoel is om het diervoeder van de toekomst te ontwikkelen”
Vergeleken met geïmporteerde soja en sojaschroot scoren veel andere ingrediënten voor diervoeder beter op circulariteit. De meest gebruikte alternatieven zijn Europees zonnebloemschroot en raapschroot (‘schroot’ is het restproduct dat overblijft nadat olie uit de zaden is gewonnen). Andere alternatieven zijn peulvruchten en reststromen uit bijvoorbeeld fermentatieprocessen en de productie van bio-ethanol. Al deze grondstoffen leveren eiwitten en energie; essentiële bestanddelen van diervoeder.
Maar het aanpassen van het menu van een kip is makkelijker gezegd dan gedaan, aldus Rezaei Far. ‘Er zijn veel factoren waarmee rekening moet worden gehouden: de voedingswaarde, kwaliteit, beschikbaarheid en prijs van de ingrediënten. Het huidige dieet wordt al lange tijd gebruikt. Daardoor weten voerproducenten heel nauwkeurig hoeveel eiwit het voer bevat, hoeveel daarvan door de dieren kan worden verteerd, enzovoorts.’

Onderzoekers zoeken naar duurzamere alternatieven voor diervoer, die minder afhankelijk zijn van import.
Rezaei Far illustreert wat er zou gebeuren als een voerproducent zou besluiten om geïmporteerd sojaschroot te vervangen door lokaal geproduceerd zonnebloemschroot: ‘Dit kan de circulariteit van het voer vergroten, maar heeft wel gevolgen voor de voedingswaarde. De kwaliteit van zonnebloemschroot kan sterk variëren, afhankelijk van hoe het wordt verwerkt. Bovendien bevat het doorgaans minder eiwit en meer vezels dan sojaschroot.’
‘Dat brengt beperkingen met zich mee: er is mogelijk een grotere hoeveelheid nodig om dezelfde hoeveelheid eiwit te leveren, waardoor het voer volumineuzer wordt en moeilijker te verteren is voor kippen. Als gevolg daarvan groeien de kippen mogelijk langzamer of hebben ze meer voer nodig. Met dit soort afwegingen krijg je altijd te maken.’ Daarnaast hebben boeren en voerproducenten te maken met onzekerheden rond de beschikbaarheid en constante kwaliteit van veel circulaire alternatieven.
Van 2013 tot 2025 nam WUR deel aan Feed4Foodure, een publiek-private samenwerking die werd gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de Vereniging Diervoederonderzoek Nederland (VDN). Binnen dit programma werd onderzoek gedaan naar duurzamere en efficiëntere voeding voor drie belangrijke veehouderijsectoren: pluimvee, varkens en rundvee.
In 2026 ging het vervolgproject FeedCircle van start. In dit project bouwen onderzoekers voort op de basis die binnen Feed4Foodure is gelegd, met speciale aandacht voor pluimvee.
44% minder uitstoot
Binnen het Feed4Foodure-project onderzochten WUR en partners uit de diervoedersector deze beperkingen. In proeven werd Braziliaans sojaschroot gedeeltelijk vervangen door erwten, veldbonen en zonnebloem- of raapschroot. De onderzoekers vervingen 11 tot 25% van het sojaschroot bij de jongste vleeskuikens en tot wel 85% bij kippen ouder dan drie weken.

Alternatieve eiwitbronnen kunnen sojaschroot deels vervangen en zo de CO₂-uitstoot
van kippenvoer verlagen, zonder verlies van dierprestaties.
De resultaten waren veelbelovend, zegt Rezaei Far. ‘Door soja gedeeltelijk te vervangen, kun je een goede balans vinden tussen milieuwinst en dierprestaties. De CO₂-voetafdruk van het voer kan daardoor met 6 tot 44% worden verlaagd. Een volledige vervanging van sojaschroot zou zelfs kunnen leiden tot een reductie van ongeveer 55%, maar dat brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee op het gebied van vezels, energiewaarde en andere factoren.’
Wageningse onderzoekers zijn volop bezig om deze uitdagingen beter te begrijpen en aan te pakken. Rezaei Far kijkt met vertrouwen naar de toekomst: ‘We zien nu al dat het gebruik van zonnebloem- en raapschroot in de diervoedersector toeneemt. Dat is een belangrijke stap richting duurzaamheid, maar ons einddoel is een volledig circulair voedingspatroon.’
Veldbonen en geopolitiek
Het terugdringen van de soja-import draait niet meer alleen om duurzaamheid. Volkert Beekman, onderzoeker bij Wageningen Social & Economic Research (WSER), ziet de laatste tijd een duidelijke verschuiving: ‘Geopolitieke instabiliteit is een belangrijke drijfveer geworden om minder afhankelijk te worden van geïmporteerde soja. De brandstofprijzen zijn gestegen en het importeren van veevoer van buiten de EU is riskanter en minder betrouwbaar geworden. Door de geopolitieke spanningen zijn Europeanen zich veel bewuster geworden van hun afhankelijkheden. Dat zou de overgang naar duurzamer veevoer een impuls kunnen geven.’
“Geopolitieke instabiliteit is een belangrijke drijfveer om minder afhankelijk te worden van soja”
WSER doet regelmatig onderzoek naar de sociaaleconomische aspecten van de voederproductie. In 2025 analyseerde Beekman mogelijke alternatieven voor de invoer van soja, nadat de Tweede Kamer de regering had opgeroepen om de teelt van eiwitrijke gewassen in Nederland te stimuleren en de afhankelijkheid van soja-import te verminderen. ‘Op de lange termijn zal het veranderen van ons voedselsysteem fundamenteel zijn. Als we meer plantaardige producten eten en de veestapel verkleinen, neemt de behoefte aan soja-import af. Maar dit is eigenlijk een bredere discussie over dierlijke productiesystemen.’
Volgens Beekman biedt de teelt van erwten en andere peulvruchten bijvoorbeeld veel kansen. ‘Veldbonen werden vroeger op grote schaal geteeld in Nederland, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. De teelt is voor boeren simpelweg niet rendabel genoeg. Als de overheid die economische afweging wil veranderen, kan zij gebruikmaken van Europese landbouwsubsidies om de teelt van gewassen zoals veldbonen en koolzaad te ondersteunen. Een aantal andere EU-lidstaten doet dat al.’

Veldbonen zijn een van de gewassen die soja deels kunnen vervangen in diervoeder.
Meer teelt in Europa kan de afhankelijkheid van ingevoerde soja verkleinen.
In een onderzoek in opdracht van het ministerie van LVVN heeft Beekman de duurzaamheidsdoelstellingen geëvalueerd die Nevedi, de Nederlandse vereniging van diervoederproducenten, zichzelf heeft gesteld. Hij concludeerde dat deze doelstellingen realistisch zijn en op verschillende manieren bijdragen aan duurzaamheid: ‘De sector gebruikt soja die niet tot ontbossing leidt, vermindert het gebruik van fossiele brandstoffen, en meer.’ Dat zijn goede stappen, concludeert Beekman, maar de samenstelling van diervoeder blijft hetzelfde. ‘De sector gebruikt soja die niet tot ontbossing leidt, vermindert het gebruik van fossiele brandstoffen, en meer. Dat zijn goede stappen, maar de samenstelling van het diervoeder blijft hetzelfde.’ Als we de import van soja echt willen verminderen, zal het menu moeten veranderen.
Ook interessant
Volg Wageningen University & Research op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.






