Meeste doelsoorten voor de Nederlandse visserij gezond, vangstadvies voor tong en haring fors omhoog

- CBM (Cecile) Leuverink
- Senior Communicatieadviseur
De belangrijkste visbestanden voor de Nederlandse visserij in de Noordzee staan er volgens de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES) goed voor. Vooral de vangstadviezen voor tong en haring springen dit jaar in het oog. In december stelt de Europese Raad van Visserijministers de vangstquota voor 2027 vast, waarbij de vangstadviezen van ICES een belangrijke rol spelen.
Meer haring dan eerder geraamd leidt tot hoger vangstadvies
Het haringbestand van de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat en het oostelijk Engels Kanaal is de afgelopen jaren geleidelijk afgenomen en zal naar verwachting verder dalen als gevolg van een lagere aanwas van jonge haring in recente jaren.
De meest recente wetenschappelijke beoordeling, gebaseerd op nieuwe gegevens, geeft echter een positiever beeld dan vorig jaar. De biomassa van volwassen haring wordt in 2026 geschat op 1,5 miljoen ton, ongeveer 40% hoger dan de raming van vorig jaar. Nieuwe informatie uit wetenschappelijke surveys heeft geleid tot deze herziening van het bestand.
Het haringbestand bevindt zich in 2026 nog steeds ruim boven het MSY-biomassa-streefniveau. In 2025 lag de visserijdruk net onder het MSY-referentiepunt, wat erop wijst dat het bestand momenteel duurzaam wordt bevist.
Ondanks de aanhoudende dalende trend in het bestand leidt deze opwaartse bijstelling van de geschatte bestandsgrootte tot een aanzienlijke stijging van het vangstadvies voor het komende jaar (+38%). Op basis van de door de Europese Unie, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk overeengekomen langetermijnbeheerstrategie (LTMS) adviseert ICES voor 2027 een totale haringvangst van 396.680 ton.
Lagere visserijdruk en sterke jaarklassen leiden tot hoger vangstadvies voor tong in de Noordzee
Door de afname van de inspanning van de boomkorvisserij is de visserijsterfte van Noordzee-tong al enkele jaren laag. Hierdoor lagen de vangsten van tong in de afgelopen jaren aanzienlijk onder het vangstquotum (met uitzondering van 2024, toen het quotum zeer laag was), en ook in 2026 wordt verwacht dat de vangsten onder het quotum zullen blijven. Tegelijkertijd is het bestand de afgelopen jaren toegenomen en bevindt het zich momenteel boven het MSY-biomassa-streefniveau.
Dankzij twee opeenvolgende sterke jaarklassen in 2024 en 2025 wordt verwacht dat de groei van het bestand de komende jaren zal doorzetten.
Het streefniveau voor visserijsterfte (FMSY) is dit jaar licht naar boven bijgesteld na kleine aanpassingen in de bestandschattingsmethoden.
Op basis van de MSY-benadering adviseert ICES voor 2027 een totale vangst van maximaal 24.638 ton. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van het vorige advies. Deze stijging komt vooral door de instroom van de twee recente sterke jaarklassen in het bestand en het aangepaste streefniveau voor visserijsterfte waarop het advies is gebaseerd.
Scholbestand blijft zeer gezond en groeit verder door
Het scholbestand in de Noordzee en het Skagerrak verkeert in goede conditie en schommelt rond de 1,2 miljoen ton, ruim boven het MSY-biomassa-streefniveau. De visserijdruk ligt gedurende het grootste deel van de afgelopen vijftien jaar onder het MSY-streefniveau en is sinds 2019 sterk afgenomen. Voor 2027 adviseert ICES, op basis van de MSY-benadering, een totale vangst van maximaal 160.380 ton voor dit bestand, een niveau dat vergelijkbaar is met het vangstadvies voor het lopende jaar.
De onderbenutting van de vangstquota voor schol is nog uitgesprokener dan voor tong: in de Noordzee is de afgelopen drie jaar slechts ongeveer 30% van de beschikbare quota gebruikt. Hoewel de totale aanlandingen zijn afgenomen, is het percentage teruggegooide vis (discards) in de afgelopen tien jaar toegenomen. Deze stijging hangt mogelijk samen met een afname van de gemiddelde vislengte.
Kabeljauwadvies uitgesteld
Het kabeljauwbestand in de Noordzee en ten westen van Schotland is onderverdeeld in drie deelbestanden: het zuidelijke (zuidelijke Noordzee), het noordwestelijke (noordwestelijke Noordzee en ten westen van Schotland) en het Viking-deelbestand (noordoostelijke Noordzee).
Voor de beoordeling van deze bestanden wordt een speciaal bestandschattingsmodel gebruikt waarmee de drie deelbestanden gelijktijdig kunnen worden geanalyseerd. Binnen ICES wordt momenteel gewerkt aan de verdere verbetering van dit model. Om voldoende tijd te bieden voor de afronding van dit proces, staat de publicatie van het nieuwe vangstadvies voor kabeljauw gepland voor oktober.
De meeste bijvangstsoorten staan er goed voor
ICES gaf ook vangstadviezen voor een aantal soorten die niet tot de belangrijkste doelsoorten van de Nederlandse visserij behoren, maar wel van waarde zijn als bijvangst in de visserij op platvis (tarbot, griet, wijting en zeebaars). In oktober wordt een advies verwacht voor Noorse kreeftjes (langoustines). De wetenschappelijke surveys naar langoustines worden namelijk in de zomer uitgevoerd. Ook voor makreel, horsmakreel en blauwe wijting wordt het advies in het najaar verwacht.
Tarbotadvies opnieuw omhoog door goede aanwas en lage visserijdruk
Het tarbotbestand in de Noordzee bevindt zich boven het MSY-biomassa-streefniveau. Wetenschappelijke surveys, waaronder de Nederlandse bedrijfssurvey voor tarbot en griet, laten zien dat de aanwas van jonge tarbot in 2025 opnieuw zeer goed was. Daarmee is het het derde jaar op rij met bovengemiddelde aanwas. Dit heeft, in combinatie met een lagere visserijdruk sinds 2022, geleid tot een verhoging van het vangstadvies voor 2027 van 18%, tot 3.891 ton in de Noordzee. Het gecombineerde vangstquotum voor tarbot en griet blijft administratief van kracht, maar het Verenigd Koninkrijk en de EU-lidstaten zijn overeengekomen om vanaf 2024 de vangstlimiet per soort te bepalen. Dit betekent dat het gezamenlijke vangstquotum in feite is afgeschaft.
Grietbestand ruim boven limietniveau, maar aanlandingen blijven laag
De visserijdruk op griet in de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat en het Engels Kanaal wordt sinds 2001 geschat onder het MSY-streefniveau te liggen, terwijl het bestand gezond blijft en zich boven het MSY-biomassa-streefniveau bevindt. ICES adviseert voor 2027 een maximale vangst van 3.254 ton voor dit bestand, een toename van ruim 5% ten opzichte van het voorgaande advies. Ondanks het hogere advies in de afgelopen jaren zijn de vangsten op een laag niveau gebleven, namelijk op ongeveer een derde van het quotum in 2025.
Wijtingadvies verlaagd door benchmark en nieuwe referentiepunten
In 2026 is hard gewerkt aan een herziening (benchmark) van de rekenmethodiek voor het wijtingbestand in de Noordzee en het oostelijke deel van het Kanaal. Zowel de gegevens als het model zelf zijn hierbij aangepast. De schattingen van de bestandsgrootte zijn slechts marginaal gewijzigd, maar het streefniveau voor visserijsterfte (FMSY) – op basis waarvan het advies wordt berekend – is aanzienlijk verlaagd.
Het wijtingbestand is rond 2020 sterk gegroeid en is sindsdien zeer groot gebleven, ver boven het MSY-biomassa-streefniveau. De visserijdruk ligt al bijna dertig jaar onder het MSY-streefniveau.
Op basis van de MSY-benadering adviseert ICES een totale vangst van 104.430 ton wijting voor 2027. Dit is een afname van 47% ten opzichte van het advies voor dit jaar, voornamelijk als gevolg van de aanpassing van het streefniveau voor visserijsterfte (FMSY) na de benchmark.
Zeebaarsbestand blijft gezond en groeit verder door
Het zeebaarsbestand in de zuidelijke en centrale Noordzee, de Ierse Zee, het Kanaal, het Bristolkanaal en de Keltische Zee is de afgelopen tien jaar gestaag toegenomen. De paaibiomassa is ruim boven het MSY-biomassa-streefniveau. De visserijdruk is stabiel en ligt onder het MSY-streefniveau. Voor de bestandsschatting wordt naast gegevens uit de commerciële visserij ook gebruikgemaakt van gegevens over de recreatieve visserij, die wordt geschat op ongeveer de helft van de totale vangsten.
Op basis van de MSY-benadering adviseert ICES een totale vangst van 5.576 ton in 2027, voor de recreatieve en commerciële visserij bij elkaar. Voor zeebaars zijn geen quota vastgesteld, maar gelden een gesloten seizoen, een verbod op gerichte commerciële visserij voor de meeste technieken en vangstlimieten voor onvermijdelijke bijvangst. Ook gelden er beperkingen voor de recreatieve visserij. Deze maatregelen worden jaarlijks afgesproken tussen de EU en het VK.
Advisering door ICES
ICES schat elk jaar de bestanden en de visserijdruk en adviseert de Europese Commissie over vangstlimieten om de doelen van het Gemeenschappelijke Visserijbeleid te bereiken. Het beleid streeft naar het behalen van de maximaal duurzame oogst (MSY), wat de hoogst mogelijke oogst van visbestanden op de lange termijn betekent.
ICES heeft advies uitgebracht voor zeventien visbestanden in de Noordzee. De Europese Commissie maakt vangstafspraken voor een aantal gezamenlijk beheerde bestanden met Noorwegen en sinds de Brexit ook met het Verenigd Koninkrijk.
Op 30 juni presenteren onderzoekers van Wageningen Marine Research de visserij-adviezen van ICES aan het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de visserijsector en maatschappelijke organisaties.
Download de tabel voor een volledig overzicht van de ontwikkelingen paaibestanden en visserijdruk, en ICES-advies voor 2027 (in tonnen) voor vissoorten die belangrijk zijn voor de Nederlandse visserij.
Neem contact met ons op
Heeft u een vraag over dit onderwerp of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.


