Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 1 juni 2026

Brabantse beken stroomden vroeger vooral door veen

3.	foto van rivier in Oost-Polen die venige oevers heeft. Hier vindt actieve veengroei plaats, maar er is geen sprake van een meanderende beek.
dr. JHJ (Jasper) Candel
Assistant Professor Geomorphology and Soil Geography

Veel Brabantse beken zagen er vroeger heel anders uit dan vaak wordt aangenomen in huidige beekherstelprojecten. Onderzoekers van Wageningen University & Research ontdekten dat veel beekdalen oorspronkelijk venig en moerassig waren, waardoor beken nauwelijks meanderden. De inzichten kunnen grote gevolgen hebben voor toekomstig beekherstel.

Onderzoek naar onverwachte bodems

Onderzoekers van de leerstoelgroep Bodemgeografie en Landschap voerden de afgelopen jaren bijna honderd bodemprofielbeschrijvingen uit in de beekdalen van de Keersop en Kleine Dommel. Daarbij ontdekten zij dat zandige bodems in deze beekdalen veel jonger zijn dan gedacht.

“In eerste instantie waren we geïnteresseerd in bodems die volgens de Nederlandse bodemkaart eigenlijk niet logisch op deze plek lagen,” zegt onderzoeker Jasper Candel. “Het ging om zandige landbouwbodems, zogenaamde enkeerdgronden, die sterk lijken op Middeleeuwse akkers op de hogere dalranden. Op de dalranden zijn die bodems logisch, waar het van nature niet te nat is en het gunstig is om met veel moeite een akker te creëren. In die tijd ging dat zonder kunstmest.”

Onder die zandige lagen vonden de onderzoekers vaak veen. Dat wijst erop dat de beekdalen oorspronkelijk langdurig nat en moerassig waren. Veen kan namelijk alleen ontstaan en behouden blijven onder zeer natte omstandigheden.

Landbouw schoof het beekdal in

Met historisch archiefonderzoek, bodemonderzoek en dateringen reconstrueerden de onderzoekers hoe het landschap veranderde. Vanaf het einde van de zeventiende eeuw werden landbouwgronden vanaf de hogere zandgronden steeds verder het beekdal in uitgebreid, simpelweg omdat de geschikte dalranden vol waren.

“Door zand op grote schaal in de beekdalen aan te brengen, werden de natte venige dalen droger en steviger,” aldus Candel. “Dat was destijds een enorme landschappelijke ingreep.”

Volgens de onderzoekers verklaart dit waarom veel beekdalen tegenwoordig zandig ogen, terwijl de oorspronkelijke ondergrond grotendeels uit veen bestond.

Bemonstering van het zanddek om de leeftijd te bepalen

Bemonstering van het zanddek om de leeftijd te bepalen.

Gevolgen voor beekherstel

De bevindingen zijn relevant voor huidige beekherstelprojecten. Daarbij worden beken vaak opnieuw slingerend aangelegd, vanuit het idee dat ze van nature meanderden.

“Dat beeld klopt waarschijnlijk niet voor veel Brabantse beekdalen omdat het venige moerassen waren, waarin de beekloop veel kleiner was en zich niet kon verplaatsen door de stevige venige oevers,” zegt Candel. “In feite waren de natuurlijke processen hier dus heel anders dan waar veel herstelprojecten nu vanuit gaan.”

De onderzoekers pleiten daarom voor meer aandacht voor herstel van veenvorming in beekdalen. “In plaats van alleen maar beken te laten hermeanderen, zouden we ons vooral moeten richten op het terugbrengen van veen in beekdalen. Dit brengt veel meer voordelen voor waterkwaliteit, biodiversiteit, klimaat en waterberging”.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het Netherlands Journal of Geosciences.

Foto van de Dommel met zandige oevers en banken (dit is dichtbij Eindhoven, dus buiten onderzoeksgebied)

Foto van de Dommel met zandige oevers en banken (dit is dichtbij Eindhoven, dus buiten onderzoeksgebied).

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

dr. JHJ (Jasper) Candel

Assistant Professor Geomorphology and Soil Geography