Voldoende hokverrijking en nestmateriaal voor varkens – met deze handvatten lukt het
- Marko Ruis
- Onderzoeker Dierenwelzijn

“De wet vraagt om “voldoende” verrijkingsmateriaal. Maar wat is voldoende?”
Met een informatieve brochure vol voorbeelden en een communicatie-traject hebben varkenshouders nu de handvatten die ze nodig hebben om hun varkenshokken zo te verrijken dat ze aan de Europese en Nederlandse wet voldoen. En vooral: dat hun varkens beter welzijn hebben en daardoor betere productieresultaten en minder risico op staartbijten. Wageningen University & Research (WUR) bracht alle kennis bij elkaar die nodig was.
Een varken wil kunnen wroeten en met zijn wroetschijf iets kunnen onderzoeken en manipuleren in bijvoorbeeld stro, hooi, wroetmix en/of zaagsel. De nieuwsgierige, slimme dieren gaan zich vervelen in hokken zonder dit soort verrijking. De drang om te wroeten kan zich dan ergens anders op gaan richten, bijvoorbeeld op de betonnen vloer, een hokafscheiding of hokgenoten. Dat laatste kan leiden tot ongewenst gedrag zoals staartbijten. Binnen de Europese Unie bestaan sinds 2003 specifieke verplichtingen rondom hokverrijking. In 2024 bepaalde de hoogste rechter in Nederland expliciet dat materiaal voor hokverrijking zowel eetbaar als wroetbaar moet zijn.
Permanent voldoende – wat is dat?
Dierenwelzijnsonderzoekers Anita Hoofs en Marko Ruis van WUR vinden dat de wetteksten nog ruimte geven voor verschillende interpretaties. Hoofs: ‘De wet stelt dat er permanent voldoende wroetmateriaal moet zijn. Het woord “permanent” is duidelijk, dat is 24/7. Maar wat is “voldoende”? Hoeveel varkens zouden tegelijkertijd moeten kunnen wroeten?’ Ruis: ‘Daar hebben wij lang over gediscussieerd. Uit de wetenschappelijke literatuur weten we bijvoorbeeld dat niet alle varkens tegelijk exploreren of wroeten met permanent aanwezige hokverrijking. Als op elk moment minimaal 25 procent van de varkens kan wroeten, is dat voldoende.’

Tot de hoogste rechter
De lange discussie waarop Ruis doelt, vond plaats met het landbouwministerie, de NVWA en hun juristen. In overleg met deze partijen maakten Hoofs en Ruis de brochure Hokverrijking en nestbouwmateriaal voor varkens. Het is het belangrijkste geweest om met de inhoud van de brochure zo goed mogelijk uitleg te geven over de wetgeving en criteria voor hokverrijking. Hoofs: ‘Je wilt dat de inhoud van de brochure overeind blijft tot de hoogste rechter. De brochure biedt de duidelijkheid voor de houders om zelf aan de slag te gaan met het verstrekken van hokverrijking..’ Dit is ook de reden dat in de WUR-brochure niet staat hoeveel varkens met één touw kunnen wroeten. Hoofs: ‘Het maakt veel uit of je op een bedrijf komt waar de varkens de juiste gedragingen kunnen vertonen en tevreden zijn of op een bedrijf waar de dieren beperkt worden in hun gedragingen en beschadigingen aan de dieren zichtbaar zijn.’
Van sabbelen tot bijten
In de brochure staat uitleg waar verschillende typen bijtgedrag vandaan komen. Zo komt ‘tweetraps bijtgedrag’ – dat begint bij sabbelen op elkaars staart en eindigt in bijten – waarschijnlijk door onvoldoende materiaal om in te wroeten, te kauwen en te manipuleren. Ook staat erin hoe je weet of materiaal nuttig en veilig is. Geen hout met splinters, en compost van champignons dat weleens wordt gebruikt kan ziektekiemen bevatten.
Biggen kunnen ongewenst bijtgedrag al in de kraamfase aanleren. Voldoende en goed materiaal voor de zuigende biggen kan dit voorkomen. Met checklists achterin de brochure kan een varkenshouder gemakkelijk controleren of de aangeboden hokverrijking en het nestmateriaal overeenkomt met de behoeften van het dier en ook aansluit bij de geldende wet- en regelgeving.

Stalkaart
De brochure is in januari 2026 online gepubliceerd, na een bijeenkomst met de vakpers. Ook kregen alle varkensbedrijven een overzichtelijke, gelamineerde hokverrijkingskaart toegestuurd om in de kantine op te hangen. Waarom was het zo belangrijk dat de hele sector in een keer bereikt werd? Ruis: ‘De datum van publicatie van de brochure bepaalde ook het moment voor de NVWA om de nieuwe criteria als uitgangspunt te nemen voor hun controles. De NVWA biedt in eerste instantie nalevingshulp en gaat vanaf 15 april over tot waarschuwen. Handhaving volgens het reguliere interventiebeleid vindt plaats vanaf 1 juni 2026.’ De communicatie rondom de brochure en toepassing van de inhoud blijft komende periode voortgezet. Hoofs: ‘We moeten de boodschap blijven herhalen.’
Succesfactor
Hoofs en Ruis werken al vele jaren samen op het gebied van onder meer varkenswelzijn. ‘Anita werkt meer met de praktijk en ik meer met de wetenschap’, zegt Ruis, ‘Dat is een succesfactor van onze samenwerking.’ Hoofs bezoekt geregeld varkensbedrijven en heeft een groot netwerk in de sector. ‘Toen we in de praktijk hadden ondervonden dat jute zakken geschikt zijn als nestmateriaal, was de basis gelegd voor een grootschalig onderzoek’, illustreert ze de meerwaarde van haar werk en betrokkenheid. Ruis werkte in het verleden veel op de verschillende proefboerderijen van WUR, die tot zijn spijt niet meer bestaan. In bijvoorbeeld het varkensinnovatiecentrum in Sterksel is veel van de kennis opgedaan die nu in de brochure staat. ‘Er zaten 300 zeugen en 4000 vleesvarkens.’
Van wet & wetenschap naar praktijk
Samen haalden ze de kennis die nodig was voor de brochure uit literatuur- en praktijkonderzoek en vertaalden de wettekst en wetenschappelijke kennis naar handvatten voor de praktijk. De voorbeelden van ruiven, manden, kokers en plateaus met openingen waarmee de varkenshouders van alles kunnen aanbieden, bieden nadrukkelijk ruimte voor innovatie. Ruis: ‘De varkenshouderij wil graag automatiseren. Als je honderden varkens hebt, wil je niet steeds rondjes maken om bijvoorbeeld stro te strooien, touwen te knopen of ruiven te vullen. De varkenshouderij wordt daarom aangemoedigd om innovaties in gang te zetten.’
Neem contact op
Andere impact stories
Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.



