"Ik weet dat Wageningen goed met mijn nalatenschap omgaat" - het verhaal van Greet Bierema
- Greet Bierema
- Nalatenschap aan WUR

Art van Grondelle
“Flink opruimen en voor alles een mooie bestemming bedenken, geeft een goed gevoel.”
Wanneer Greet Bierema (72) terugkijkt op haar leven, ziet ze vooral hoe kennis haar steeds vooruit heeft geholpen. Van het Groningse boerenerf waar ze opgroeide tot haar jaren in Wageningen, waar haar wereld echt openbrak. Vanuit die overtuiging heeft ze besloten om WUR op te nemen in haar testament. Met het vertrouwen dat kennis blijvend verschil maakt, en dat Wageningen die kennis op de juiste plek terugbrengt. "Ik ben een waarnemer die de wereld scherp leest en ik geloof dat het waardevol is om door te geven wat je hebt geleerd."
Greet groeide op in Usquert, een klein dorp in Noord‑Groningen, in een uitgesproken socialistische omgeving die haar blik op de wereld blijvend heeft beïnvloed. Het boerenerf speelde er een centrale rol; iedereen kende elkaar. “Het dorp was een kleine samenleving op zichzelf. Ik was van nature een waarnemer en leerde zo bijna alle inwoners kennen.”
Haar familie was sterk maatschappelijk betrokken: haar grootvader zat in de Eerste en Tweede Kamer, haar vader in verschillende besturen. Toen haar ouders 12,5 jaar waren getrouwd, reden ze met het gezin langs plekken als het Vredespaleis en Margraten. “Ze wilden ons leren kijken naar het grote plaatje. Ik was elf en weet nu nog hoe ik daar voor het Vredespaleis stond. Het heeft veel indruk gemaakt.”
Van Delft naar Wageningen
Greet heeft dyslexie, al wist niemand dat destijds. Als tiener wilde ze architect worden en bezocht met haar ouders een open dag in Delft, een treinreis van totaal vijf uur. “In de aula zagen we zo’n negenhonderd jongens en tien meisjes. Mijn vader draaide meteen om en zei: ‘hier ga jij niet studeren’. Ik moest iets anders bedenken.” In de bibliotheek vond ze in een studiegids de opleiding ‘Landschapsarchitectuur’ in Wageningen. Bij het woord ‘architectuur’ wist Greet genoeg. Haar vader vond het geruststellend dat er in Wageningen meer vrouwen studeerden én de agrarische omgeving was voor hem vertrouwder.
Kort na de start van haar studie kreeg Greet een ernstig auto‑ongeluk toen ze in verwondering de weg overstak om een blad van een Amerikaanse eik op te rapen; de eerste keer in haar leven dat ze er één zag. Haar benen bleken verbrijzeld en ze bracht negen maanden door in het ziekenhuis. “Ook daar observeerde ik hoe mensen samenleven. Elke nieuwe patiënt bood een nieuw verhaal.” Haar medestudenten hadden onderling geregeld dat er wekelijks iemand bij mij op bezoek kwam, negen maanden lang. “Hiermee hielden ze me bij de studie en gaven het vertrouwen dat ik terug kon komen.”
Zoektocht naar informele leiders
Tijdens haar studie ontdekte Greet hoe breed Wageningen is. Vooral het vak Voorlichtingskunde herinnert ze zich scherp. Een citaat van professor Anne van den Ban bleef haar altijd bij: ‘Wil je iets ontwikkelen, dan moet je aansluiten bij de informele leider’. Haar aanvankelijke droom om parken te ontwerpen veranderde toen haar afstudeerprofessor haar wees op haar kennis van boerenerven. Hij moedigde haar aan onderzoek te doen naar dit onderwerp, waarin ze in 1981 afstudeerde.
Haar eerste baan bracht haar in een architectenwereld met een Delftse sfeer, waar weinig kennis was van landschapsarchitectuur. “Ze dachten dat ik vooral verstand had van planten. Dat ik hetzelfde kon denken als zij, verraste hen.” Als vrouw moest ze zich extra bewijzen en kreeg minder betaald dan haar mannelijke collega’s. Toch groeide ze door. In Staphorst werkte ze aan een enorm project met achthonderd erven. “Omdat ik toegang nodig had tot de gemeenschap, vroeg ik de burgemeester wie de informele leiders waren. Dat bleken de kerkenraden. Met een zwaan‑kleef‑aan‑verhaal werd het een groot succes.”

Art van Grondelle
Terug naar het boerenerf
Toeval bracht haar in Wageningen en ook daar werd ze de richting opgestuurd van boerenerven, precies waar haar wortels liggen. Het werk in de praktijk bleek een soort vervolgopleiding. “Je komt in een harde werkelijkheid terecht, anders dan in de collegezalen.” In 2002 begon ze haar eigen bureau, op een moment dat ze zich er rijp voor voelde. “Ik weet nog dat ik in de auto zat, uitkeek over het landschap en overal de lichten op erven zag aangaan. Het werd donker en ik dacht: ik gooi me in het zwart. Dat durf ik.”
In 1989 trouwde Greet met haar man Berend. Ze waren niet in gemeenschap van goederen getrouwd; hij was een stuk ouder en had al volwassen kinderen. “Daardoor ben ik altijd sterk op mezelf gebleven. Toen we in 2015 een testament lieten opstellen, dacht ik heel bewust na over mijn nalatenschap. Een deel gaat naar familie, een deel naar Groningen, een deel naar Landgoed Twickel waar ik decennia heb gewerkt en een deel naar Wageningen.”
Kennis terugbrengen naar huis
Het Anne van den Ban Fonds van het University Fund Wageningen past perfect bij wat zij belangrijk vindt. Het fonds geeft studiebeurzen aan talentvolle studenten uit lage‑inkomenslanden, die na hun opleiding bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. “Ik heb van dichtbij gezien dat kennis waardevoller is dan welk ontwikkelingsproject dan ook. Het idee dat een student uit Afrika kennis uit Wageningen meeneemt naar huis, vind ik fijn.” Haar eigen jaren in Wageningen ziet ze als vormend: loskomen van haar roots, openen van haar blik en de nieuwsgierigheid die ze verder ontwikkelde.
Ze herinnert zich nog hoe prachtig ze Wageningen vond bij haar eerste bezoek, toen alle onderwijsgebouwen nog in het centrum stonden. “Net als mijn geboortedorp was Wageningen overzichtelijk.” Ze voelt zich nog altijd onderdeel van de Wageningse gemeenschap: via reünies, via Wageningers die ze ‘onderweg’ ontmoette, zelfs letterlijk, tijdens een verblijf in Bangladesh. “Het is echt een club. Daarom vertrouw ik erop dat WUR goed met mijn nalatenschap omgaat. WUR geeft me een goed gevoel.”
Van waarnemer tot verteller
Met 72 jaar werkt Greet nog steeds. Ze houdt haar kennis bij door bezig te blijven en noemt het werk haar lifestyle. Waarin de waarneming en tekeningen maken eerst centraal stond, werd ze geleidelijk aan ook een verteller. Haar archief over boerenerven wil WUR graag opnemen. “Collega-landschapsarchitecten wezen me erop dat het een waardevolle weerspiegeling is van de veranderingen op het platteland, van agrarische bedrijfsvoering tot woonboerderijen, van blijvers en wijkers. Mijn werk vertelt een verhaal.”
Door haar testament op te laten maken, moest ze gaan nadenken over haar nalatenschap. “Ik vind het fijn om na te denken over de tijd die achter me ligt en na mij komt. Flink opruimen en alles een mooie bestemming geven, geeft een goed gevoel. Het geeft rust om mijn kennis door te geven aan mensen die er verder mee kunnen, aan studenten die de wereld verder helpen.”
Een belangrijke inspiratiebron voor Greet was haar tante Tine, die geen kinderen had en haar tijd wijdde aan Groningse cultuur. Een uitspraak van Tine is voor haar vooral bijzonder: ‘Je moet je inzetten voor iets wat waardevol is; dat geeft inhoud aan je leven.’ Greet ziet dat precies zo. Geen kinderen hebben betekent voor haar ook ruimte om andere dingen te doen. “Doorgeven van kennis en ervaring speelt een rol in het geluk in je leven. Waarom zou je alles willen bewaren? Rijkdom zit in je hoofd.”
Vragen?
Heeft u een vraag over nalaten of wilt u een persoonlijk gesprek over de mogelijkheden? Neem contact op met onze Relatiebeheerder Nalatenschappen.
Nalaten aan WUR
Een nalatenschap aan WUR is méér dan een gift. Het is een duurzame investering in kennis, vooruitgang en oplossingen die generaties overstijgen. Universiteiten zijn kweekvijvers voor talent en innovatie. Juist nu - in een tijd met talloze uitdagingen, van klimaatverandering tot medische doorbraken - is wetenschappelijk onderzoek van onschatbare waarde. Nalatenschappen bieden de volgende generatie ambitieuze talenten de kans om zich te ontwikkelen tot duurzame verschilmakers en innovatief onderzoek te doen.
Volg University Fund Wageningen op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.


