vergrassing van heidelandschap door stikstof emissie

Dossier

Stikstof

Stikstof is een complexe problematiek. Wageningen University & Research helpt mee om tot nieuwe oplossingen te komen om uit de huidige stikstof-impasse te komen. Dat doen we vanuit verschillende disciplines:
landbouw, economie en natuur. En laten we niet vergeten: stikstof wordt nu gezien als probleem, maar is vooral ook een essentiële bouwsteen van het leven.

In mei 2019 oordeelde de Raad van State (RvS), de hoogste bestuursrechter van Nederland, dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – een overheidsprogramma om de schadelijke effecten van stikstof te beperken – niet voldoet. Sinds die tijd beheerst stikstof vrijwel dagelijks het nieuws. Wat is het probleem en wat zijn mogelijke oplossingen. Zeven vragen en antwoorden.

Zeven vragen en antwoorden over de stikstofproblematiek

1. Wat is stikstof eigenlijk?

Stikstof (N) is een belangrijke voedingsstof voor plantengroei en essentieel voor de vorming van eiwitten, samen met fosfaat. Beiden worden daarom toegediend in meststoffen.

2. Wat is het stikstofprobleem dat nu speelt?

In Nederland is sprake van een zeer hoge toediening in de vorm van dierlijke mest, als gevolg van een hoge stikstofimport in de vorm van veevoer. Dit leidt onder andere tot grote verliezen naar lucht in de vorm van ammoniak (NH3). Daarnaast worden stikstofoxiden (NOx) uitgestoten, met name door verkeer en industrie.

Lees door over het stikstofprobleem dat nu speelt

Beide stikstofverbindingen komen neer op natuurterreinen waar ze de voedselrijkdom verhogen en bijdragen aan de bodemverzuring. Hierdoor ontstaat een onbalans in voedingsstoffen, waaronder een tekort aan calcium, kalium en magnesium en een overschot aan stikstof. Daardoor neemt de diversiteit aan plantensoorten af en treden ook effecten op in de vogelstand en andere fauna. Stikstofoxiden in de lucht leiden ook tot de vorming van ozon (smog) en stikstof levert ook een behoorlijke bijdrage aan fijnstof, waardoor het ook schadelijk is voor de gezondheid. Het stikstofbeleid is er mede op gericht de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden te beperken.

3. Waarom plotseling zo’n ophef over stikstof?

Feitelijk speelt de stikstof problematiek al sinds het begin van de jaren 80, toen er politiek zeer veel aandacht was voor zure depositie, populair “zure regen”. Zure depositie, in natte vorm (regen) en droge vorm (gassen, deeltjes) bestaat uit zwaveldioxide (SO2), NOx en NH3. Naast zwavel, wat sinds 1980 met meer dan 80% is gedaald, ging het toen al om hetzelfde stikstofprobleem. Sindsdien heeft de Nederlandse overheid dan ook getracht de stikstofuitstoot te verminderen. En vanaf 1990 ís de stikstofuitstoot ook meer dan gehalveerd. Daarbij daalt de NOx-uitstoot al dertig jaar gestaag, maar de afname in de uitstoot van NH3 is sinds ongeveer 2010 gestagneerd.

Lees door over plotselinge ophef over stikstof

Europese lidstaten zijn middels de Vogel en habitatrichtlijn (VHR) ook verplicht om natuurgebieden in een „goede staat van instandhouding” te brengen, en daarbij ook de milieucondities te verbeteren. Die condities zijn in Nederland nog altijd zeer matig. Hoewel de depositie sinds 1990 ook met ca 45% is gedaald (ca 40% voor NH3 en ruim 50% voor NOx) komt op ongeveer driekwart van het Nederlandse natuuroppervlak nog steeds te veel stikstof terecht. Van de 160 Natura 2000-gebieden in Nederland zijn er ongeveer 120 waarvan de stikstofdepositie boven een kritische depositiewaarde ligt.

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS), dat de overheid in 2015 introduceerde, zou de uitstoot van stikstof verder moeten verminderen en de negatieve gevolgen ervan moeten beperken, maar in mei oordeelde de Raad van State dus dat het PAS niet voldoet. Door die ‘stikstofuitspraak’ zit Nederland nu op slot als het gaat om bijvoorbeeld aanleg van nieuwe autowegen en woonwijken. Zelfs vergunningen voor bestaande projecten, zoals de Amercentrale in Geertruidenberg, worden aangevochten. en dat veroorzaakt de commotie.

4. Wat is de PAS-regeling en wat ging er dan mis?

De PAS (Programma Aanpak Stikstof) was erop gericht om tegelijkertijd de hoeveelheid stikstof die op de natuur terecht komt (de stikstofdepositie) terug te dringen en ruimte te bieden aan nieuwe economische activiteiten die stikstof uitstoten. Dit deed het PAS door in te zetten op emissiebeperkende maatregelen waardoor er minder stikstof terecht komt in deze Natura 2000-gebieden, zoals het besluit emissiearme huisvesting, en natuurherstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden. Dan moet je denken aan stikstof uit de bodem verwijderen door maaien of plaggen, duinen laten stuiven of hydrologische maatregelen nemen.

Lees door over de PAS-regeling

Op 29 mei 2019 oordeelde de RvS echter dat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemming voor stikstof uitstotende activiteiten, vooruitlopend op de positieve effecten van PAS-maatregelen. Zo’n toestemming ‘vooraf’ mag niet. Voor een aanvraag kan dan ook geen gebruik meer worden gemaakt van het PAS. Dat kan wel met een individuele ecologische onderbouwing, waaruit blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden plaatsvindt, maar in de praktijk is dit zeer moeilijk te bereiken dan wel aan te tonen.

5. Hoe ver moet de stikstofdepositie en -emissie terug

Formeel moet de N-depositie terug naar de zogenoemde kritische depositiewaarden (KDW), maar de KDW varieert per type natuur. Zo kan een bloemrijk grasland of een ven bijvoorbeeld minder N verdragen dan een bos op zandgrond. De landelijke gemiddelde stikstofdepositie per hectare per jaar is ca 1500 mol N wat neerkomt op ca 21 kg N. De KDW's variëren veelal van 5-25 kg N. In de meeste gevallen is de variatie tussen 10-20 kg N, waarbij een range van 5-10 kg N voorkomt voor gevoelige vennen en duinen. Bij een gemiddelde depositiewaarde rond de 14 kg N of ca 1000 mol N per hectare per jaar zou echter een groot deel van de natuur redelijk rond de KDW liggen.

Lees door over terugdringing stikstofdepositie en -emissie

Een gemiddelde depositiereductie van 1500 naar 1000 mol N/ha/yr lijkt een gematigde ambitie maar in termen van emissie reductie is ze zeer ambitieus. Dat komt omdat de nationale bijdragen aan de N depositie op N-2000 gebieden slechts ca 60% is (ca 40% vanuit veehouderij en ca 20% vanuit verkeer, industrie en consumenten) en de overige 40% is afkomstig uit het buitenland. Wij exporteren overigens ook N naar het buitenland. Zonder verdere reductie in het buitenland komen we dus niet lager dan gemiddeld ca 8 kg N. Overal de KDW halen zal dus vrijwel onmogelijk zijn. Zelfs bij een depositiedoelstelling van gemiddeld 14 kg N is er slechts ruimte voor ca 6 kg N vanuit Nederland en moet je dus denken aan een emissie reductie van ruim 50% (van ca 13 naar ca 6 kg N). Als je dat zou willen halen in bijvoorbeeld 2030 praat je wel over een emissiereductie van 5% per jaar.

6. Hoe kunnen we de stikstofproblematiek het beste aanpakken

Het is goed om te bedenken dat de stikstofproblematiek een veelkoppig monster is. Door de overmaat aan mest treden niet alleen verliezen van ammoniak naar de lucht op, maar ook van lachgas, wat een broeikasgas is. Daarnaast spoelt stikstof, met name in de vorm van nitraat, uit naar grondwater en oppervlaktewater. Naast de VHR hebben we daarom ook te maken met de nitraatrichtlijn, de kaderrichtlijn water en het Parijs akkoord. Het is dus van belang om integraal te denken en bij maatregelen niet louter naar het effect op N-depositie te kijken. Zo is NH3-emissie- reductie het meest effectief voor de KDW maar NOx-emissies leiden tot groter gezondheidseffecten. In dit licht zijn emissiereducties in alle sectoren dus van belang.

Lees door over aanpak stikstofproblematiek

Maar als je vraagt aan welke knoppen je het beste kunt draaien om de stikstofdepositie richting de 1000 mol N te brengen, dan is wel duidelijk dat dit alleen kan als er ook maatregelen worden genomen in de veehouderij. Zoals aangegeven is ca 40% van de depositie daaruit afkomstig. Daarbinnen is de bijdrage ca 65% uit de rundveehouderij, ca 20% uit de varkenshouderij en ca 10% uit de pluimveehouderij. Als je dus het aantal varkens en kippen halveert neemt de depositie slechts met ca 5% af (15% van 40%). Een halvering van de emissies in de veehouderij leidt tot een reductie van ca 25% (65% van 40%) en bij het verkeer en industrie is dat 10% (50% van 20%). Om tot substantiële emissiereducties te komen zal dus ook naar de veehouderij en het verkeer moeten worden gekeken. Door minister Schouten is een “Adviescollege stikstof” ingesteld tot een afgewogen advies te komen.

7. Wat zijn opties om stikstof (m.n. ammoniak) emissies structureel te reduceren in veehouderij?


Uit onderzoek dat WUR samen met melkveehouders heeft gedaan in Proeftuinen blijkt dat een aanzienlijke reductie van de ammoniakemissie mogelijk is zonder zeer grote financiële consequenties. De (technische) oplossingen voor zo’n reductie zijn al beschikbaar:

Lees door over de opties om stikstofemissies te reduceren

  • In stallen kunnen andere typen vloeren en afzuiging voor minder uitstoot van ammoniak zorgen.
  • Ook sproeien met water leidt tot een flinke (tot wel 40%) afname van stalemissie).
  • Met nieuwe stalsystemen, waarbij geen drijfmest ontstaat, kan de emissie aanzienlijk omlaag worden gebracht.
  • In het veld blijkt het verdunnen van mest met water een forse reductie op te leveren.
  • Koeien langer in de wei laten (>720 uur) zorgt voor minder stal en minder veldemissies.
  • Op het juiste moment (bij een lagere temperatuur en lagere windsnelheid) uitrijden van mest leidt tot fors minder emissie.

    Lees meer over ons onderzoek

    Nieuws & blogs

    In de media

    Meer informatie over trends in emissie en depositie en PAS

    Kernpublicaties