Biodiversiteit in productiebossen: kosten én baten bepalen het financiële plaatje

Lorenz Schimetka
Het beschermen van biodiversiteit in bossen die vooral voor houtproductie worden beheerd, wordt vaak in verband gebracht met een lagere berekende winstgevendheid. Maar dat beeld verandert wanneer ook de financiële baten van biodiversiteit worden meegenomen. Dat blijkt uit een wereldwijde systematische review onder leiding van Wageningen University & Research.
Bossen leveren hout, maar ook tal van andere ecosysteemdiensten. Een belangrijke vraag is hoe maatregelen om biodiversiteit te beschermen de winstgevendheid beïnvloeden van bosbeheer dat gericht is op houtproductie. Onderzoekers van Wageningen University & Research en de Universiteit van Freiburg analyseerden daarom wereldwijd studies waarin bosbeheer mét biodiversiteitsmaatregelen werd vergeleken met regulier bosbeheer zonder deze maatregelen.
Van de 5.305 publicaties die aanvankelijk werden gevonden, voldeden 53 studies aan de criteria voor de review. Samen bevatten deze 814 scenario’s met maatregelen zoals het later oogsten van bomen, het behouden van habitatbomen en dood hout en het vergroten van de diversiteit aan boomsoorten. In 41 van de 53 studies was het gemiddelde financiële effect van biodiversiteitsmaatregelen negatief ten opzichte van regulier bosbeheer; in twaalf studies was het positief. Over alle studies samen lag de berekende winstgevendheid gemiddeld ongeveer 5% lager.
Baten van biodiversiteit veranderen het beeld
Er ontstaat echter een belangrijk verschil wanneer studies niet alleen rekening houden met de kosten, maar ook met de financiële baten die biodiversiteit kan opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke verzekeringswaarde van een diverser bos in een veranderend klimaat, lagere beheerkosten door minder intensief beheer, hout van hogere kwaliteit of extra inkomsten uit betalingen voor ecosysteemdiensten.
In scenario’s waarin zulke baten werden meegenomen, lag de berekende winstgevendheid gemiddeld bijna 20% hoger dan bij regulier bosbeheer. In scenario’s waarin geen financiële baten aan biodiversiteit werden toegeschreven, lag deze juist meer dan 20% lager. Dat is een opvallende uitkomst van het onderzoek..

Lorenz Schimetka
Veel hangt af van aannames over de toekomst
De winstgevendheid van biodiversiteitsmaatregelen hangt daarnaast af van de specifieke maatregel, het type bos en aannames over bijvoorbeeld houtprijzen, klimaatverandering en toekomstige verstoringen. Eerste auteur Lorenz Schimetka: “Meer biodiversiteit kan helpen om de gevolgen van klimaatverandering voor bossen op te vangen – wat we de ‘verzekeringswaarde’ van biodiversiteit noemen in het licht van een onzekere toekomst. Tegelijkertijd is het lastig om de baten van natuurbehoud in geld uit te drukken. In veel studies gebeurt dat dan ook niet. Daardoor ontstaat in deze studies een systematische negatieve vertekening van de berekende winstgevendheid van biodiversiteitsmaatregelen.”
De aannames die onderzoekers maken, zijn dus bepalend voor de uitkomst. Dat is vooral relevant in de bosbouw, waar investeringen en beheerbeslissingen nog tientallen of zelfs honderden jaren gevolgen kunnen hebben, terwijl toekomstige omstandigheden onzeker zijn. Klimaatverandering kan bijvoorbeeld grote invloed hebben op het risico op droogte, stormschade, brand of plagen. Dergelijke effecten werden maar zelden meegenomen in de onderzochte financiële modellen.
Meer dan een financiële rekensom
Het onderzoeksteam benadrukt tot slot dat winstgevendheid slechts één factor is bij beslissingen over bosbeheer. “Bossen zijn van grote waarde en voorzien in veel verschillende maatschappelijke behoeften. Tegelijkertijd hebben ze een intrinsieke waarde als complexe ecosystemen, met bomen die eeuwenoud kunnen worden en vele andere, soms zeldzame soorten”, zegt onderzoeksleider prof. Georg Winkel. “Onze review laat zien dat er belangrijke synergieën kunnen bestaan tussen ecologische en economische perspectieven op bosbeheer. Maar bij beslissingen over bosbeheer moet breder worden gekeken dan alleen naar winstgevendheid.”
De studie werd uitgevoerd binnen het Europese Horizon Europe-project TRANSFORMIT door onderzoekers van de leerstoelgroep Forest and Nature Conservation Policy van Wageningen University & Research en de Universiteit van Freiburg.


