Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 20 oktober 2026

Nederland boekt vooruitgang, maar ligt niet op koers voor biodiversiteitsdoelen 2030

Nederland boekt vooruitgang op veel internationale biodiversiteitsdoelen, maar het tempo ligt te laag om de doelen voor 2030 te halen. Dat blijkt uit de zevende nationale rapportage voor het VN-Biodiversiteitsverdrag, waarvan Wageningen University & Research (WUR) de belangrijkste resultaten heeft samengebracht in een nieuwe publicatie. Zowel in Europees als Caribisch Nederland is op 18 van de 23 doelen vooruitgang geboekt, maar voor de meeste doelen gaat dit niet snel genoeg om ze in 2030 te halen. 

In 2022 maakten 196 partijen bij het VN-Biodiversiteitsverdrag (CBD) afspraken over behoud en herstel van biodiversiteit. Het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework bevat 23 actiedoelen voor 2030, waaronder bescherming en herstel van natuur, verduurzaming van landbouw en visserij en vermindering van vervuiling.

Nederland vertaalde deze afspraken in 2025 naar een Nationaal Biodiversiteit Strategie & Actieplan (NBSAP). In februari 2026 rapporteerde Nederland over de voortgang, op basis van de stand van zaken op dat moment. Die voortgang staat centraal tijdens de zeventiende VN-biodiversiteitsconferentie (COP17), die van 19 tot en met 30 oktober 2026 plaatsvindt in Jerevan, Armenië. Tijdens deze conferentie wordt voor het eerst gezamenlijk beoordeeld hoe ver de wereld is met het realiseren van de internationale biodiversiteitsdoelen. De Nederlandse rapportage levert hieraan een bijdrage en laat zien waar vooruitgang wordt geboekt en waar versnelling nodig is.

Meer beschermde natuur, maar herstel blijft achter

Een belangrijk internationaal doel is om in 2030 ten minste 30% van het land en de binnenwateren én 30% van de kust- en zeegebieden effectief te beschermen. In Europees Nederland is momenteel respectievelijk 26% en 31% beschermd. In Caribisch Nederland is deze 30%-doelstelling grotendeels bereikt. Effectief beheer en handhaving blijven echter belangrijke aandachtspunten.

Maar het aanwijzen van beschermde gebieden betekent niet automatisch dat de biodiversiteit zich ook herstelt.

Sinds 2011 is in Europees Nederland ruim 50.000 hectare nieuwe natuur ingericht. Ook worden bestaande natuurgebieden hersteld. Toch blijft het herstel van veel ecosystemen achter. Stikstofbelasting, verdroging en andere vormen van milieudruk blijven belangrijke oorzaken van biodiversiteitsverlies. Ondanks alle inspanningen neemt het aandeel bedreigde dier- en plantensoorten gemiddeld genomen niet af.

Caribisch Nederland: natuurherstel vraagt om blijvende inzet

Ook op Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden maatregelen genomen om kwetsbare natuur te beschermen en te herstellen. Zo laten populaties van de geelvleugelamazone op Bonaire en zeeschildpadden op de drie eilanden herstel zien. Daarnaast wordt gewerkt aan herstel van koraalriffen, mangroven en andere belangrijke leefgebieden.

Tegelijkertijd blijven loslopend vee, invasieve soorten, vervuiling en klimaatverandering belangrijke bedreigingen. De financiering van natuurbeheer en herstelmaatregelen is vaak afhankelijk van tijdelijke projecten, terwijl voldoende capaciteit voor beheer en handhaving niet vanzelfsprekend is.

Een ander belangrijk knelpunt is het ontbreken van structurele monitoring voor veel soorten en ecosystemen. Daardoor is vaak onvoldoende bekend hoe de biodiversiteit zich ontwikkelt en of genomen maatregelen daadwerkelijk effect hebben.

Biodiversiteit krijgt meer aandacht in beleid en economie

De rapportage laat zien dat biodiversiteit steeds vaker wordt meegenomen in ruimtelijke planning en overheidsbeleid. In Europees Nederland rapporteren bovendien steeds meer bedrijven en financiële instellingen over hun afhankelijkheid van en impact op biodiversiteit. Of dit daadwerkelijk leidt tot minder negatieve effecten op de natuur, is echter nog onvoldoende bekend.

Tegelijkertijd blijft het lastig om natuurbelangen op gelijke voet mee te wegen met economische belangen. Bovendien zijn financiële prikkels die schadelijk zijn voor biodiversiteit wel geïdentificeerd, maar nog onvoldoende aangepakt. De rapportage onderstreept daarmee dat het stoppen van biodiversiteitsverlies niet alleen vraagt om natuurherstel en beschermde gebieden, maar ook om fundamentele veranderingen in de manier waarop we onze economie en samenleving organiseren.

Versnelling noodzakelijk richting 2030

De resultaten laten zien dat Nederland op verschillende terreinen stappen zet, maar dat verdere versnelling noodzakelijk is. Daarbij gaat het niet alleen om uitbreiding van beschermde natuur, maar vooral ook om verbetering van de natuurkwaliteit, vermindering van milieudruk en versterking van beheer en monitoring.

De publicatie Nationale rapportage VN-biodiversiteitsverdrag (WOT-special 23) is opgesteld binnen de Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOT-NM) van Wageningen University & Research. Met deze publieksvriendelijke versie maakt WUR de belangrijkste resultaten van de nationale rapportage toegankelijk voor een breder publiek. Daarmee wordt niet alleen duidelijk welke vooruitgang Nederland boekt, maar ook waar kennis ontbreekt en welke opgaven richting 2030 nog aandacht vragen.

Contact