Nieuws

Monitoring van aquatische genetische bronnen: waar staan we nu?

article_published_on_label
8 juni 2023

In 2022 is het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) begonnen met het verzamelen van monsters van aquatische soorten. Dit jaar zullen de monsters en datasets worden geanalyseerd. Ook wordt er een start gemaakt met onderzoek naar hoe we de monsters het beste kunnen bewaren op de lange termijn.

In 2021 hebben landen wereldwijd afgesproken aan de slag te gaan met het FAO Global Plan of Action (GPA) voor behoud en duurzaam gebruik van aquatische genetische bronnen. Dit zijn de wilde populaties van soorten die ook gekweekt worden.

In Nederland zijn hierbij verschillende soorten vis, schelpdier en zeewier relevant: mossel, oester, paling, tarbot, snoekbaars, suikerwier, zeesla, vingerwier en wakame. Het CGN is daarom in 2022 begonnen met het project Aquatische Genetische Monitoring, in het kader van de WOT Genetische Bronnen (WOT-03) 2022-2026. In het project wordt samengewerkt met de WOT Visserij (WOT-05) van het Centrum voor Visserijonderzoek (CVO).

Opzet en doel

Het doel van het project is om de genetische diversiteit van wilde populaties van aquacultuursoorten in de Nederlandse wateren te onderzoeken. Want uitgangsmateriaal voor aquacultuur wordt veelal (nog) verkregen uit het wild. De genetische diversiteit geeft ons informatie over de mogelijke veranderingen en de genetische robuustheid van de wilde populatie(s).

Kennis over de genetische variatie in het wild kan eventueel inteelt helpen voorkomen. Dit speelt wanneer de genetische variatie in het wild te klein is, of wanneer uitgangsmateriaal teveel uit dezelfde familie afkomstig is en andere populaties onbenut blijven. In een toekomstig scenario kan deze kennis ook gebruikt worden om een fokprogramma te starten (wat nu nog niet aan de orde is, omdat uitgangsmateriaal afkomstig is uit het wild).

Aan het einde van de looptijd van de WOT-03 in 2026 moeten er protocollen beschikbaar zijn voor genetische monitoring van alle relevante aquatische soorten. Periodieke monitoring, genotypering en analyse vindt voor deze soorten plaats en zal een beeld geven van de genetische diversiteit van in het wild levende populaties van relevante soorten door de tijd heen.

Oestersamples (foto: Ainhoa Blanco)
Oestersamples (foto: Ainhoa Blanco)

Wat is in 2022 gedaan?

In 2022 is de praktische werkwijze voor het verzamelen van samples van de relevante soorten voor de monitoring van genetische diversiteit bepaald. Inmiddels hebben we voor mossel, platte oester, tarbot, paling en snoekbaars de eerste samples uit de Nederlandse wateren verzameld. Zo zijn 200 mosselsamples van vier locaties in de Oosterschelde en het Veerse Meer verzameld.

Wat gebeurt er in 2023?

Van de samples die verzameld zijn wordt het DNA geïsoleerd en wordt de kwaliteit en geschiktheid bepaald voor verdere analyse en genotypering (het in kaart brengen van de erfelijke informatie). Waar nodig worden de sample-protocollen herzien.

Protocollen voor genotypering en data-analyse worden voor de soorten opgezet. Er zal ook een start gemaakt worden met onderzoek naar cryopreservatie van uitgangsmateriaal. Ook hiervoor dient voor iedere soort een apart programma opgezet te worden.