Blogpost

Slot weblog: Hoe doe je Darwin na?

Gepubliceerd op
30 november 2009

Met de Stad Amsterdam de Beagle-tocht nadoen; met moderne wetenschappers aan boord die in de geest van Darwin onderzoek doen naar “hoe de wereld er nu voor staat”.

Klinkt mooi, maar hoe doe je onderzoek in de geest van Darwin?

Darwin was een bijzonder scherp waarnemer. Een man van details, die al het nieuwe kon rubriceren tegen de achtergrond van wat al bekend was. Een losse opmerking in zijn eigen reisverslag illustreert dit. Hij zag in Patagonië zoogdieren die hem sterk aan Europese hazen deden denken. “Maar dit waren geen echte hazen, want hazen hebben vier tenen aan iedere poot en deze dieren hebber er drie”. Hoeveel moderne biologen kennen het aantal tenen per hazenpoot? Ik niet, moet ik bekennen en ik schrijf dit zonder het boek bij de hand te hebben in de hoop dat ik drie en vier niet verwar.

Werk op zee is eigenlijk niet te doen “in de geest van Darwin”. Zodra de Beagle zee koos, was Darwin zeeziek en tot relatief weinig in staat. Daarbij was hij een fanatiek jager/verzamelaar, die dieren meestal beschreef aan de hand van “specimen”, dus “verzamelde” exemplaren zoals dat eufemistisch heet. Observaties op zee zijn dan ook schaars; zeevogels gingen eigenlijk helemaal aan hem voorbij.

mardikenzoon1.jpg

En daar zit je dan, in een speciale vogel-observatiebox zeevogels te tellen op de voorpunt van de Stad Amsterdam. In de geest van Darwin? In ieder geval tot enige hilariteit van de bemanning. Dat is een bekend verschijnsel. Op ieder nieuw schip waar wij zeevogelaars verschijnen denkt men met ongevaarlijke gekken te maken te hebben. Die mening wordt altijd snel bijgesteld als blijkt dat wij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in ons hokje blijven zitten kijken en dat we al die “meeuwen” en “eenden” een naam kunnen geven en er ook nog iets over kunnen vertellen ook.

In de geest van Darwin heb ik steeds zo goed mogelijk opgelet wat er te zien was. Ik zag onze eigen noordse pijlstormvogels (vorige maand nog te zien voor Katwijk) hier Magelhaenpinguins opzoeken om mee te eten van de naar het oppervlakte gedreven visjes. Ik zag Bruinkopmeeuwen ’s nachts in de haven foerageren, in het licht van onze scheepslampen en ik zag Commerson’s dolfijnen massaal gebruik maken van de gigantische getijstromen in het Magelhaenkanaal. Allemaal nog nooit eerder beschreven, ook niet door Darwin. En zo zijn liggen er altijd kleine pareltjes voor het oprapen, als je maar oplet (en de kans krijgt!).


Mardik Leopold