Project

Modelontwikkeling en sensortechnologie voor continue sturing van methaan- en ammoniakemissies op varkensbedrijven

De aanpak van emissies uit stal en opslag, heeft als doel om innovatieve technieken en maatregelen in stal, mest en verwerking voor emissiereductie te ontwikkelen en in de praktijk te implementeren, zodat de reductieopgaven in 2030 zijn gehaald. Het LNV onderzoeksprogramma Stal en Opslag bestaat uit Meten en monitoring (E) onderzoek (F), pilots en demos (G) en communicatie (H). Uit onderzoek moet blijken welke reductietechnieken werken en hoeveel emissiereductie dit oplevert. Naast onderzoek gericht op nieuwe stallen wordt ook gekeken naar kosteneffectieve aanpassingen aan bestaande stallen. De effecten van de reductieopties zullen in de praktijk worden getoetst en gedemonstreerd op pilotbedrijven en demobedrijven. Om te komen tot implementatie van reductiemaatregelen wordt kennis over nieuwe en bestaande maatregelen verspreid onder de doelgroep van veehouders en erfbetreders. De aanpak levert handelingsperspectief voor veehouders om emissies te reduceren en zetten aan tot toepassing. Dit onderzoek (E) monitort actuele emissie in de stal en geeft de varkenshouder een tool om te voorspellen hoe de emissie verder in het jaar zal verlopen om zo nodig bij te sturen.

In de klimaatwet van 2018 is een reductiedoelstelling voor broeikasgassen vastgelegd van 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Voor 2050 moet een emissiereductie van 95% ten opzichte van 1990 gerealiseerd worden. Voor de veehouderij betekent dit een reductie van 1 Mton in 2030. Om uitstoot van broeikasgassen uit de veehouderij (primair bedrijf, toeleveranciers en verwerkende schakels) te beperken, wordt met name gekeken naar het reduceren van de methaan- (CH4) uitstoot. In de varkenshouderij komt het merendeel van de methaan uit de opgeslagen mengmest in de stal.

In een samenwerking tussen De Hoeve Innovatie BV (DHI), De Hoeve B.V. en Wageningen Livestock Research (WLR) zijn verschillende stalontwerpen gemaakt voor alle categorie├źn varkens om de emissies, van vooral methaan, ammoniak en geur sterk te reduceren. Op dit moment worden deze ontwerpen op twee praktijkbedrijven getest en bemeten. In een notitie is voor deze ontwerpen een inschatting gemaakt van de emissiereducties van ammoniak, geur, fijnstof en broeikasgassen (Aarnink & Verdoes, 2018). Deze berekeningen zijn, voor wat betreft de emissie van ammoniak, vooral gebaseerd op een onlangs ontwikkeld rekenmodel dat op basis van een aantal invoergegevens de ammoniakemissie kan voorspellen (Aarnink et al., 2018). DHI wil graag het stuur zelf in handen hebben om de emissies integraal te reduceren. Deze integrale emissiereductie kan op verschillende manieren worden bereikt. Deze kunnen bestaan uit een combinatie van huisvestings-, voer- en managementmaatregelen. Tot nu toe is de aandacht vooral uitgegaan naar verminderen van de emissies via huisvestingsmaatregelen.

Door continu de concentraties methaan en ammoniak te meten m.b.v. sensoren en tevens het ventilatiedebiet vast te stellen met meetventilatoren, kunnen de emissies continu worden bepaald. Door naast deze metingen tevens modelvoorspellingen te laten meelopen kan continu het emissieverloop worden beoordeeld. Zijn metingen zoals voorspeld dan is geen actie nodig, wijken ze af dan is een analyse en actie vereist.

 

Publicaties