Project

KE2023 B9 Langdurig laag eiwit voeren van melkvee

De taakstelling voor de melkveehouderij is om in 2030 reductie van zowel NH3 als CH4 gerealiseerd te hebben. Het voerspoor is aantoonbaar zeer effectief en direct inzetbaar om NH3 en CH4 te verlagen.

De taakstelling voor de melkveehouderij is om in 2030 tientallen procenten reductie van zowel NH3 als CH4 gerealiseerd te hebben. Het voerspoor is aantoonbaar zeer effectief en direct inzetbaar om NH3 en CH4 te verlagen. Onder het mom van, wat er niet in gaat, komt er ook niet uit, is dus een forse daling van NH3 emissie te realiseren. In de praktijk blijft er de vrees om drastisch minder RE te voeren vanwege vermeende effecten op de productie en gezondheid van de melkkoe. Een drempel om de sector te bewegen tot het verlagen van het RE gehalte in rantsoenen is zonder meer een gebrek aan onderzoek, en dan met name naar de vermeende lange termijn effecten.

In de PPS Feed4Foodure-3 is dan ook een dierproef gestart voor een lange periode waarin verschillende contrasterende RE niveaus met elkaar vergeleken worden (met 16.0% RE in het rantsoen als controle behandeling, en 13.3 en 14.7% RE als NH3-verlagende behandelingen). De verlaging van eiwit gehaltes geeft een verwachte verlaging van NH3 ten opzichte van de huidige praktijk van ruim 20%, afhankelijk van het effect op de N-benutting door de melkkoe.

Het doel van dit meerjarenproject is het onderzoeken van het effect van een langdurig voeren op een laag eiwit niveau in het rantsoen gedurende 2 lactaties. Het doel van het project is om het effect na te gaan op de koeprestaties, het metabolisme en de gezondheid van lacterende melkkoeien. Hierbij wordt de directe gasemissies door de koe gemeten (CH4, maar ook kooldioxide) en berekenen we de TAN excretie, als belangrijkste drijfveer voor NH3 emissie.

Publicaties