Nieuws

Integrale benadering op thema duurzaamheid is een uitdaging

Published on
22 februari 2023

De Koeien en Kansen-bedrijven streven naar een duurzame manier van melkvee houden. Om dit te realiseren zijn er voor zes verschillende duurzaamheidsthema’s doelen geformuleerd. In 2021 behaalde geen enkel bedrijf alle zes doelen tegelijk. Aan de hand van de resultaten van een integraliteitsstudie in 2022 is gekeken naar de kenmerken van bedrijven die veel doelen tegelijk in hetzelfde jaar halen.

Door middel van een scenariostudie voor een voorbeeldbedrijf is in kaart gebracht welke maatregelen nodig zijn om alle gestelde doelen in 2021 te halen. Daarbij is ook gekeken waar de knelpunten liggen en welke economische consequenties de maatregelen hebben. De resultaten zijn in het rapport 'Duurzaamheidskenmerken op Koeien & Kansen-bedrijven' beschreven.

Meerdere duurzaamheidsdoelen

Om te komen tot een duurzame melkveehouderij heeft het project Koeien en Kansen voor de deelnemers doelen geformuleerd voor verschillende duurzaamheidsthema’s. Het gaat dan om ruw-eiwitgehalte (RE) in het rantsoen, stikstofbodemoverschot per ha, ammoniakemissie per ha, aandeel gevoerd eiwit van eigen land, methaan uit pensfermentatie en broeikasgassen per ton melk. Daarnaast streven de bedrijven naar verbetering van de biodiversiteit door meer kruidenrijk grasland en beheer van landschapselementen.

In de afgelopen jaren zijn de resultaten van de individuele duurzaamheidskenmerken afzonderlijk regelmatig gepubliceerd. In het artikel “Alle duurzaamheidsdoelen halen hele klus” (pagina 3 van Koeien en Kansen-nieuwsbrief 57) zijn de resultaten van de duurzaamheidskenmerken samengevat. Uit het artikel en uit Figuur 1 komt naar voren dat er in 2021 geen enkel Koeien en Kansen-bedrijf was die alle 6 duurzaamheidsdoelen tegelijk haalde. 2 bedrijven (13%) behaalden 5 doelen en 5 bedrijven (33%) behaalden 4 van de 6 doelen. Figuur 2 laat zien dat de bedrijven in 2021 de minste moeite hebben met het halen van de doelstelling voor broeikasgassen (meer dan 90% behaalt de doelstelling van maximaal 1200 gram CO2-equivalenten per ton melk). Dit terwijl de doelen voor methaanemissie uit pensfermentatie (verschillend per grondsoort) en eiwit van eigen land (minimaal 65%) door respectievelijk 20% en 33% van de Koeien en Kansen-bedrijven gehaald worden in 2021.

Figuur 1: Verdeling aantal behaalde duurzaamheidsdoelen op Koeien en Kansen-bedrijven in 2021
Figuur 1: Verdeling aantal behaalde duurzaamheidsdoelen op Koeien en Kansen-bedrijven in 2021

Figuur 2: Aandeel Koeien en Kansen-bedrijven dat duurzaamheidsdoel haalt in 2021. Prestatie per duurzaamheidskenmerk
Figuur 2: Aandeel Koeien en Kansen-bedrijven dat duurzaamheidsdoel haalt in 2021. Prestatie per duurzaamheidskenmerk

Kenmerken bedrijven die veel doelen halen

Om te begrijpen waarom sommige bedrijven veel doelen halen en andere bedrijven weinig doelen halen zijn de resultaten van bedrijven die 5 doelen haalden of bijna haalden (tenminste bij 5 duurzaamheidskenmerken een afwijking van minder dan 5% van het doel) vergeleken met het gemiddelde van Koeien en Kansen. Uit deze vergelijking kwam naar voren dat de bedrijven die de meeste doelen (bijna) halen 0,9 stuks minder jongvee per 10 melkkoeien aanhouden dan gemiddeld. Ook hebben ze een minder intensieve bedrijfsvoering (1900 kg melk/ha minder) en hebben 11% meer blijvend grasland dan gemiddeld. Verder weiden ze hun koeien 28 dagen langer (287 uur meer) en dienen ze 6% minder dierlijke mest toe dan gemiddeld. Ook valt de gemiddeld 368 kg lagere krachtvoergift per koe op bij bedrijven die bijna alle doelen halen.

Verder valt op dat de bedrijven op zandgrond de meeste moeite hebben om de doelen te halen. Vooral het doel voor methaan uit pensfermentatie blijkt op deze bedrijven lastig te halen. Gemiddeld halen de zandbedrijven alleen het doel voor broeikasgassen. De bedrijven op veengrond, die gemiddeld meer grasland hebben en meer weiden, halen de doelen voor ammoniak, eiwit van eigen land en broeikasgassen. De Koeien en Kansen-bedrijven op kleigrond, die weinig krachtvoer voeren, hebben minder moeite om de doelen te halen. Ze halen gemiddeld bijna alle doelen, alleen het doel voor eiwit van eigen land wordt niet gehaald. Opvallend bij de bedrijven op kleigrond is de hogere bemesting, maar ook de hogere gewasopbrengst ten opzichte van de andere grondsoorten.

De vergelijking tussen de groep intensieve en extensieve Koeien en Kansen-bedrijven laat zien dat bij een lagere intensiteit het makkelijker is om de doelen voor stikstofbodemoverschot en ammoniak per ha te halen. De doelstelling voor methaan wordt juist makkelijker behaald bij een intensieve bedrijfsvoering.

Maatregelen scenarioberekening

Na de analyse van de resultaten van Koeien en Kansen van 2021 is voor een voorbeeldbedrijf op zandgrond met 100 melkkoeien en 18.000 kg melk per ha een gestapelde scenarioberekening uitgevoerd, om te kijken of het mogelijk is om alle duurzaamheidsdoelen voor 2021 tegelijk te halen. In een expertsessie is per doel een praktische maatregel geformuleerd die vermoedelijk zou leiden tot verbetering van de duurzaamheidskenmerk. De volgende maatregelen zijn tijdens de expertsessie vastgesteld:

  • Ruw eiwit: Verlagen van het ruw-eiwitgehalte in krachtvoer.
  • Stikstofbodemoverschot: verlagen van de stikstofkunstmestgift op grasland.
  • Ammoniak per ha: telen van 30% maïs in het bouwplan, derogatie komt hiermee te vervallen.
  • Eiwit van eigen land: Minder krachtvoer voeren door meer vers gras in het rantsoen. Dus de dieren meer weiden of vers gras op stal (bij)voeren.
  • Methaan uit pensfermentatie: Methaan-arm ruwvoer telen, dus lichtere maaisnede (minder NDF) en maïs later oogsten (meer zetmeel).
  • Broeikasgassen: Minder krachtvoer en meer bijproducten voeren. Beiden met een lage CO2 factor.
  • Biodiversiteit: 10% van het grasland maaien na 15 juni en dit land niet bemesten met kunstmest.

In de scenarioberekening zijn alle maatregelen één voor één doorgerekend zodat per stap het gevolg van de maatregel zichtbaar is op duurzaamheid en economie, maar ook de gevolgen van de genomen maatregelen samen. Omdat met de voorgestelde 7 maatregelen de doelen voor stikstofbodemoverschot, eiwit van eigen land en methaan uit pensfermentatie niet zijn gehaald, zijn nog 3 extra maatregelen doorgerekend: drijfmest beter benutten door geen drijfmest meer na 1 augustus aan te wenden, methaanarm voer aankopen (vet en methaanarm krachtvoer) en tenslotte minder jongvee aanhouden.

Resultaten scenarioberekening

In Tabel 1 zijn de resultaten van de gestapelde scenarioberekening weergegeven.

Tabel 1: Resultaten gestapelde voorbeeldberekening voor melkveebedrijf op zandgrond met 100 melkkoeien en 18.000 kg melk per ha. Maatregelen zijn cumulatief berekend en dus gestapeld (dus maatregel 3 is inclusief vorige maatregelen 1 en 2). Rood gearceerd: verslechtering t.o.v. vorige combinatie van maatregelen. Groen gearceerd: verbetering t.o.v. vorige combinatie van maatregelen. Oranje gearceerd: zelfde resultaat als vorige combinatie van maatregelen. Bij * is doel gehaald.

Tabel 1 laat zien dat het basisbedrijf alleen de doelen voor eiwit van eigen land en broeikasgassen haalt. Toepassen van de 7 maatregelen die in de expertsessie zijn vastgesteld leidt tot het halen van de doelen voor RE in rantsoen, ammoniak en broeikasgassen. Het pakket aan maatregelen zorgt voor een inkomensdaling van ruim € 9800,- ten opzichte van de uitgangssituatie.

Wanneer de drie extra maatregelen worden meegenomen worden bijna alle doelen gehaald: de resultaten voor stikstofbodemoverschot en methaan uit pensfermentatie wijken slechts 2% af van de beoogde doelen in 2021. Het inkomen van het totale pakket daalt ongeveer € 5300,- ten opzichte van de basis zonder maatregelen. Deze daling is minder groot dan bij het maatregelenpakket 1 t/m 7, vooral omdat minder jongvee aanhouden minder kosten met zich meebrengt.

Grote inspanning nodig

De scenarioberekening laat zien dat veel maatregelen nodig zijn om alle duurzaamheidsdoelen te halen. Hierbij worden de doelen voor ruw eiwit, ammoniak en broeikasgassen makkelijker gehaald dan de doelen voor stikstofbodemoverschot, eiwit van eigen land en methaan uit pensfermentatie. Veel maatregelen die nodig zijn om de doelen te halen blijken in de scenarioberekening daadwerkelijk effectief voor het gekozen duurzaamheidskenmerk. Bij meerdere maatregelen verslechtert echter het stikstofbodemoverschot en het aandeel eiwit afkomstig van eigen land. De scenarioberekening laat zien dat het halen van de doelstelling voor methaan het meest lastige is en de meeste inspanning vergt.

De scenarioberekening laat verder zien dat de meeste maatregelen om de duurzaamheidsindicatoren te verbeteren leiden tot verslechtering van het inkomen. Minder RE in krachtvoer, meer vers gras voeren, combinatie van vet en methaanarm krachtvoer voeren en minder jongvee aanhouden kunnen tot verbetering van het inkomen leiden.

Uitdaging om alle doelen tegelijk te halen

Het halen van alle doelen samen, die in 2021 voor de projectboeren warem vastgesteld, lijkt alleen mogelijk wanneer er een goed evenwicht wordt gevonden tussen de maatregelen. Dit kan ook op lange termijn bij het gekozen voorbeelbedrujf zonder dat het een grote negatieve economische impact heeft op het bedrijf. In de praktijk zal het echter lastig zijn om ieder jaar alle doelen samen te halen. Bedrijven hebben te maken met wisselende omstandigheden, zoals het weer. Daarnaast zijn bepaalde maatregelen, zoals meer weiden en minder jongvee aanhouden, niet voor ieder bedrijf mogelijk.

Aanscherping van de individueel gestelde doelen maakt het behalen van alle doelen samen moeilijker. Dit komt vooral omdat extra maatregelen een negatieve invloed kunnen hebben op andere duurzaamheidskenmerken en mogelijk ook negatieve invloed op het inkomen. Daarnaast kunnen op een bepaald moment de grenzen van de mogelijkheden zijn bereikt en kunnen er in de praktijk negatieve effecten optreden van verregaande maatregelen. Bijvoorbeeld op het gebied diergezondheid. Waar de grenzen precies liggen en of het halen van alle doelen mogelijk is, is lastig met een modelberekening te bepalen, maar dient in de praktijk per bedrijf worden bepaald en zal ook van de ondernemer afhangen.